Uitspraak
HORECA INVESTERINGS GROEP HELMOND B.V., H.O.D.N. [bedrijf 1] , [bedrijf 2] , [bedrijf 2],
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
bijlagen
2.De verdere beoordeling
4 april 2025.
- de eisen I en II van de inleidende dagvaarding gewijzigd worden in de onder randnummer 11 gevorderde verklaring voor recht en dat de eisen, en
- de eisen III, IV, V, VI en VII gewijzigd worden in de onder randnummer 14 gevorderde veroordeling tot betaling,
- met verdere bepaling dat de overige eisen van de inleidende dagvaarding, derhalve met betrekking tot de daarin genoemde eisen VIII en IX, zijnde de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten, gehandhaafd blijven.
1 september 2022 tot en met mei 2023 aan HIG Helmond cs is verstrekt. Voor zover nodig stelt Inbev daarover dat in het geval HIG Helmond cs recht zou hebben op huurprijsvermindering deze huurkorting daarop in mindering dient te strekken.
De huurkorting is volgens HIG Helmond cs toegekend in verband met lange leegstand en het opknappen van het horecabedrijf. Dat deze huurkorting op enigerlei wijze verband zou houden met een op handen zijnde verbouwing is door Inbev niet, althans onvoldoende aangetoond. Daarvan is ook geen melding gemaakt in de opgemaakte sideletter van 15 juni 2022, terwijl dat wel voor de hand had gelegen als de korting daarvoor was gegeven. Blijkens de door HIG Helmond cs bij bijlage A09 overgelegde e-mail van Inbev
d.d. 21 april 2022 is de huurkorting verstrekt omdat ‘begrepen kan worden dat de eerste winterperiode lastig zal zijn mede omdat de huidige exploitatie al lang gesloten is’. Dit is een reactie op de vraag die zij HIG Helmond cs in haar mail van 19 april 2022 had gesteld over ‘een huurvrije periode in verband met opstart periode’. Verder staat in de mail van
21 april 2022 dat de verbouwingsplannen voor de bovenste verdiepingen nog niet concreet zijn. Al met al ontbreekt het aan aanwijzingen dat de verstrekte huurkorting (mede) betrekking had op verbouwingswerkzaamheden. Gelet daarop strekt de huurkorting niet, zoals door Inbev bepleit, in mindering op eventuele toe te kennen huurprijsvermindering.
Op 4 december 2023 heeft HIG Helmond cs vervolgens laten weten dat het ‘niet warm te krijgen is, dat zij er zelf 4 heaters bij gezet heeft maar dat het niet lukt en dat de gasten weer gaan of klagen want ze moeten eten met jas aan en dekentjes’. De klacht over een ontbrekende cv is blijkens de verdere correspondentie tussen partijen telkens opnieuw door HIG Helmond cs naar voren gebracht, bijvoorbeeld bij e-mails van 20 februari 2024,
11 juli 2024 en 10 maart 2025. Volgens HIG Helmond cs is er niet eerder dan op 26 mei 2025 een nieuwe cv ketel geïnstalleerd, waarvoor zij verwijst naar de foto die is ondergebracht in bijlage A09. Van de zijde van Inbev wordt slechts aangevoerd dat het aan HIG Helmond cs zelf te wijten is als de airco’s die zij op kosten van de pandeigenaar aanschaft niet volstaan. Daarmee schiet Inbev echter tekort in haar verplichtingen als verhuurder. De stelling van Inbev dat HIG Helmond cs ook met betrekking tot deze klacht niet tijdig heeft geklaagd, vindt geen steun in de hiervoor weergegeven correspondentie.
De indruk ontstaat uit wat partijen hebben voorgehouden dat Inbev zich vooral heeft bezig gehouden met het incassotraject en beduidend minder met de klachten die bij haar gemeld werden met als gevolg dat de communicatie tussen partijen stroef is verlopen en de zaak is blijven slepen.
- een vermindering van de huurprijs met 100% voor de maand november 2023 (in verband met asbestverwijdering),
- een vermindering van de huurprijs met 50% december 2023 tot en met januari 2025 (in verband met vele verbouwwerkzaamheden en ontbreken cv-installatie),
- een vermindering van de huurprijs met 100% vanaf 1 februari 2025 tot aan 1 juli 2025 (in verband met het niet ter beschikking stellen van het gehuurde).
- een bedrag van € 4.572,48 (huur november 2023),
- een bedrag van € 32.491,60 (helft huur over de maanden december 2023 tot en met januari 2025),
- een bedrag van € 23.600,15 (huur over de maanden februari 2025 tot en met juni 2025).
3.De beslissing
- een bedrag van € 9.637,02 aan huurachterstand tot en met juni 2025 te vermeerderen met een bedrag van € 2.400,- aan boete;
- een bedrag van € 982,39 aan buitengerechtelijke kosten,