Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2025:11530

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
05-138382-21.tbsdecember 2025
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omzetting tbs met voorwaarden naar tbs met dwangverpleging wegens onttrekking en hoog recidiverisico

Betrokkene is in juli 2024 veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en tbs met voorwaarden. De officier van justitie vorderde in mei 2025 de omzetting van de tbs naar verpleging van overheidswege, welke aanvankelijk werd afgewezen. Na een tweede onttrekking in november 2025, waarbij betrokkene zonder toestemming naar het buitenland reisde, heeft de officier van justitie opnieuw de omzetting gevorderd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van meerdere rapporten van de reclassering waarin wordt beschreven dat betrokkene impulsief handelt en zich niet aan de voorwaarden houdt. De reclassering concludeert dat de huidige tbs met voorwaarden onvoldoende is om betrokkene veilig te behandelen en resocialiseren, mede door zijn complexe psychopathologie, waaronder een licht verstandelijke beperking, persoonlijkheidsproblematiek, trauma's en verslavingsproblematiek.

De rechtbank overweegt dat de herhaalde onttrekkingen en het hoge risico op recidive en letsel een dwingender kader vereisen. De tbs met dwangverpleging biedt een setting waarin betrokkene langdurig en stapsgewijs kan leren omgaan met vrijheden en risicomanagement mogelijk is. Gezien de ernst van het oorspronkelijke misdrijf (doodslag) en de veiligheidsoverwegingen beveelt de rechtbank de omzetting van de maatregel.

Uitkomst: De rechtbank beveelt de omzetting van tbs met voorwaarden naar tbs met dwangverpleging wegens herhaalde onttrekkingen en hoog risico op recidive.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/138382-21 (vordering omzetting tbs)
Datum uitspraak: 19 december 2025
Beslissingvan de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,
op dit moment verblijvende in de penitentiaire inrichting in [verblijfplaats] .
Raadsman: mr. O.E. de Jong, advocaat te 's-Gravenhage.

Procedure

Betrokkene is op 23 juli 2024 bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar en terbeschikkingstelling met voorwaarden. Deze maatregel is dadelijk uitvoerbaar verklaard.
Op 12 mei 2025 heeft de officier van justitie gevorderd dat alsnog verpleging van overheidswege zal plaatsvinden.
Bij beslissing van 4 juli 2025 heeft de rechtbank deze vordering afgewezen en als bijzondere voorwaarde toegevoegd dat betrokkene Nederland niet mag verlaten zonder toestemming van de reclassering.
De officier van justitie heeft op 24 november 2025 opnieuw gevorderd dat de verpleging van overheidswege alsnog wordt bevolen.
Bij beschikking van 25 november 2025 heeft de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie de voorlopige verpleging van overheidswege van betrokkene bevolen.
Ter zitting van 8 december 2025 zijn gehoord:
- betrokkene;
- zijn raadsman;
- de deskundige M.A.A.C. Koot, reclasseringswerker;
- de officier van justitie, mr. J. Schouten.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering gehandhaafd omdat betrokkene zich een tweede keer heeft onttrokken.
De raadsman heeft primair verzocht de vordering af te wijzen omdat te weinig onderzoek is gedaan naar de relatie tussen de problematiek en de onttrekkingen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om aanhouding zodat nader onderzoek kan worden gedaan naar de mogelijkheden om de tbs met voorwaarden te kunnen voortzetten.

De beoordeling

Artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) bepaalt dat de rechtbank op vordering van het openbaar ministerie kan bevelen dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd, indien één of meer van de gestelde voorwaarden niet worden nageleefd of anderszins het belang van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist.
De rechtbank heeft kennis genomen van de rapporten van de reclassering van 8 oktober 2025, 7 november 2025, 21 november 2025 en 3 december 2025.
De reclassering heeft beschreven dat betrokkene zich in de avond van 6 november 2025 heeft onttrokken aan zijn traject bij FPA [FPA] . Net als in mei 2025 was zijn relatie de reden voor vertrek. In eerste instantie was betrokkene nog wel telefonisch bereikbaar en zocht hij contact met het behandelteam. Een dag later was er geen contact meer mogelijk met betrokkene. Op 10 november 2025 liet betrokkene via zijn advocaat weten dat hij terug wilde komen. Hij was op dat moment in het buitenland. Betrokkene heeft te kennen gegeven dat zijn huidige partner zwanger zou zijn wat naar zijn zeggen de reden was voor de onttrekking.
Betrokkene volgde een intensief behandeltraject om zich te conformeren aan de tbs met
voorwaarden. Hij heeft niettemin weer impulsief gehandeld en ook heeft hij geen openheid van zaken gegeven.
De rechtbank overweegt dat niet ter discussie staat dat betrokkene zich niet aan de gestelde voorwaarden heeft gehouden. Hij heeft zich niet alleen onttrokken aan zijn behandeling, maar is ook zonder toestemming van de reclassering naar het buitenland gereisd. In mei van dit jaar heeft betrokkene zich ook onttrokken aan de behandeling. De rechtbank heeft toen besloten de vordering van de officier van justitie tot omzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden naar een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege af te wijzen, waarbij de rechtbank heeft overwogen dat het gedrag van betrokkene heel goed lijkt te passen in de bevindingen omtrent zijn psychiatrische problematiek.
De rechtbank overweegt dat betrokkene na zijn eerste onttrekking nog een kans heeft gekregen. Zij is van oordeel dat de omstandigheid dat hij zich weer heeft onttrokken betekent dat een dwingender kader nodig is. Ook zonder nader onderzoek is duidelijk dat de tbs met voorwaarden niet (langer) toereikend is om betrokkene op een veilige wijze te behandelen en te resocialiseren. Daarbij is van belang dat de reclassering heeft geconcludeerd dat het risico op recidive en op letsel binnen het huidige kader hoog is. De belangrijkste risicofactoren zijn de complexe psychopathologie van betrokkene, te weten een licht verstandelijke beperking, persoonlijkheidsproblematiek en diverse trauma's in combinatie met verslavingsproblematiek (meerdere middelen). De reclassering heeft beschreven dat de impulsiviteit van betrokkene in relaties groter is dan de stok achter de deur van tbs met voorwaarden. Het lukt betrokkene vanuit zijn problematiek niet om zich te conformeren aan de voorwaarden. Om dit te veranderen moet hij behandeld worden binnen een kader en verblijfsetting waar hij langdurig en stapsgewijs kan omgaan met vrijheden. Op dit moment blijkt dat een FPA teveel gericht is op resocialisatie en het lukt betrokkene onvoldoende om gedragsverandering te bewerkstelligen binnen de klinische opnames en het huidige kader. De tbs met voorwaarden geeft de reclassering onvoldoende mogelijkheden om passend risicomanagement te kunnen inzetten op momenten waarop de kans op onttrekking plots toeneemt. Daarom adviseert de reclassering omzetting van de tbs met voorwaarden naar een tbs met dwangverpleging.
De rechtbank volgt dit advies van de reclassering en zal de omzetting van de maatregel in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege bevelen. Daarbij overweegt de rechtbank dat de maatregel onder andere is opgelegd voor doodslag en dus voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon. Daardoor is de maatregel niet gemaximeerd.

De beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en beveelt dat [betrokkene] alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.M.J.M. Doon (voorzitter), mr. J.S.W. Lucassen en mr. A.T.G. van Wandelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 december 2025.