Art. 111 lid 2 RvArt. 120 lid 1 RvArt. 121 lid 1 RvArt. 121 lid 2 Rv
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verval van verstek wegens gebrekkige dagvaarding met gelegenheid tot herstel
In deze civiele procedure tussen eiser en gedaagde heeft de rechtbank vastgesteld dat de dagvaarding gebrekkig is omdat de daarin vermelde advocaat niet overeenkomt met de advocaat die de zaak daadwerkelijk heeft ingebracht. Hierdoor voldoet de dagvaarding niet aan de vereisten van artikel 111 lid 2 RvPro, wat leidt tot nietigheid op grond van artikel 120 lid 1 RvPro.
Omdat verstek tegen gedaagde is verleend op basis van deze gebrekkige dagvaarding, verklaart de rechtbank dit verstek vervallen conform artikel 121 lid 1 RvPro. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat gedaagde de dagvaarding niet heeft ontvangen, maar het gebrek moet worden hersteld.
Eiser krijgt daarom de gelegenheid om de dagvaarding te herstellen door middel van een nieuw exploot, waarbij een correcte advocaat wordt vermeld. De zaak wordt aangehouden en er worden termijnen gesteld voor het overleggen van het herstelexploot en de oproeping van gedaagde. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden totdat het gebrek is hersteld.
Uitkomst: Het verstek wordt vervallen verklaard vanwege een gebrekkige dagvaarding en eiser krijgt gelegenheid tot herstel.
Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/459081 / HA ZA 25-465
Vonnis van 17 december 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. M.P. Harten te Rotterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de brief van 4 november 2025 namens mr. Harten, met bijgevoegd de originele dagvaarding van 27 oktober 2025;
- het B1-formulier van 16 november 2025 van mr. Harten, met bijgevoegd de betekende dagvaarding van 27 oktober 2025;
- het op 19 november 2025 tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2.De beoordeling
2.1.
Namens [eiser] is een exploot van dagvaarding van 27 oktober 2025 met ‘roldatum’ 19 november 2025 aangebracht. [gedaagde] is niet verschenen, waarop tegen haar verstek is verleend.
2.2.
Artikel 111 lid 2 aanhefPro en sub a Rv bepaalt onder meer dat het exploot van dagvaarding de door eiser gekozen woonplaats in Nederland vermeldt. Artikel 111 lid 2 aanhefPro en sub c Rv bepaalt onder meer dat in zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen, het exploot van dagvaarding de naam en het kantooradres van de advocaat die door eiser wordt gesteld vermeldt.
2.3.
In de aanhef van de originele en betekende dagvaarding is onder meer vermeld dat [eiser] ‘woonplaats kiest aan de Keizersgracht 158-O, 1015 CX te Amsterdam, ten kantore van Legal Advice Wanted B.V., van wie mr. S.H.F. Kerckhoffs tot advocaat wordt gesteld’.
2.4.
De zaak is bij de rechtbank aangebracht door mr. M.P. Harten, werkzaam voor Weski Advocaten te Rotterdam.
2.5.
Naar aanleiding van het ontbreken in het procesdossier van het formulier waarmee voor [eiser] een andere (dan de in de dagvaarding vermelde) advocaat wordt gesteld, heeft de rechtbank geconstateerd dat mr. Kerckhoffs geen advocaat is en ook dat diens woonplaats afwijkt van de woonplaats van mr. Harten.
2.6.
Aangenomen moet worden dat de dagvaarding hierdoor lijdt aan een gebrek dat op de voet van artikel 120 lid 1 RvPro nietigheid meebrengt. Tegen [gedaagde] kan dan geen verstek worden verleend, zoals uit artikel 121 lid 1 RvPro volgt. De rechtbank zal de reeds verleende verstekverlening vervallen verklaren. Niet aannemelijk is dat het exploot van dagvaarding [gedaagde] als gevolg van het gebrek niet heeft bereikt. Aan [eiser] zal daarom op de voet van artikel 121 lid 2 RvPro en op na te melden wijze gelegenheid worden geboden voor herstel van het gebrek.
2.7.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
3.De beslissing
De rechtbank
3.1.
verklaart het tegen [gedaagde] verleende verstek vervallen,
3.2.
bepaalt dat [eiser] [gedaagde] bij (herstel)exploot dient op te roepen tegen de rolzitting van 28 januari 2026, onder betekening van kopieën van het oorspronkelijke exploot van dagvaarding en van het afschrift van dit vonnis,
3.3.
verwijst de zaak naar de rol van 14 januari 2026voor het overleggen van het exploot van oproeping door [eiser] ,
3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en op 17 december 2025 in het openbaar uitgesproken en ondertekend door mr. I.W.M. Olthof.