ECLI:NL:RBGEL:2025:11537

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
11602941
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verbetering vonnis wegens ontbreken kennelijke fout

Op 2 december 2025 verzocht eiseres de kantonrechter om het vonnis van 26 november 2025 te verbeteren door alsnog incassokosten en wettelijke rente toe te kennen en de rente vanaf een eerdere datum te laten lopen.

De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van een kennelijke fout zoals bedoeld in artikel 31 lid 1 Rv Pro. De gevorderde bedragen waren niet voldoende gespecificeerd in de dagvaarding en verwezen slechts naar een productie die niet expliciet ter onderbouwing werd aangewezen.

De rechter benadrukte dat het niet zijn taak is om ambtshalve producties te lezen en dat het verzoek feitelijk neerkwam op een herbeoordeling van een juridisch geschilpunt, waarvoor een rechtsmiddel openstaat.

Daarom werd het verzoek tot verbetering afgewezen en bleef het oorspronkelijke vonnis ongewijzigd.

Uitkomst: Verzoek tot verbetering van het vonnis wegens ontbreken van een kennelijke fout wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11602941 \ CV EXPL 25-2274
Verbetervonnis van 24 december 2025
in de zaak van
[eiseres],
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. J.J.F. van de Voort,
tegen
[gedaagde],
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.Het verzoek tot verbetering

1.1.
Op 2 december 2025 heeft mr. J.J.F. van de Voort namens [eiseres] de kantonrechter verzocht om verbetering van het op 26 november 2025 in deze zaak gewezen vonnis. Zij verzoekt dat alsnog een bedrag van € 277,70 aan incassokosten en € 111,79 aan wettelijke rente wordt toegekend en dat wordt aangepast dat de wettelijke handelsrente verschuldigd is vanaf 19 augustus 2024 in plaats vanaf de datum van dagvaarding.
1.2.
De kantonrechter heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren. [gedaagde] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 31 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.
2.2.
De kantonrechter oordeelt dat in het vonnis van 26 november 2025 geen sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. In het vonnis is uitdrukkelijk overwogen dat [eiseres] niet heeft gespecificeerd welk bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten en welk bedrag aan wettelijke handelsrente zij vordert. In haar herstelverzoek van 2 december 2025 voert [eiseres] aan dat wel degelijk onderbouwd zou zijn welke bedragen zij vordert en zij wijst erop dat die specificatie is opgenomen in een e-mail van 20 februari 2025 die als productie 2 bij de dagvaarding zit. De kantonrechter wijst erop dat hij niet gehouden is om ambtshalve producties te lezen. Als een partij niet het risico wil lopen dat de producties niet worden gelezen dan zal zij de vordering in de overwegingen van de dagvaarding zelf moeten onderbouwen of op zijn minst uitdrukkelijk moeten verwijzen naar een bepaalde productie ter onderbouwing van een vordering. In de onderhavige dagvaarding is dat niet gebeurd en wordt de betreffende productie 2 slechts genoemd onder de inleidende feiten. Het is niet aan de kantonrechter om voor een onderbouwing van een vordering te gaan grasduinen in de stukken die zijn gevoegd aan de dagvaarding en waarnaar slechts elders in het lichaam van de dagvaarding aan wordt gerefereerd. Daarom is besloten zoals overwogen in randnummer 4.5 en beslist zoals opgenomen in randnummer 5.1 van het vonnis.
2.3.
Los van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat in het vonnis van 26 november 2025 überhaupt geen sprake is van een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel zoals bedoeld in artikel 31 Rv Pro. Bij een kennelijke fout in de zin van dat wetsartikel moet het voor partijen en derden direct duidelijk zijn dat van een vergissing sprake is en kan er geen discussie over zijn hoe de uitspraak had moeten luiden. [1] De rechtbank is van oordeel dat hiervan in dit geval geen sprake is. Het verzoek van [eiseres] komt in feite neer op een herbeoordeling van een juridisch vraagstuk, terwijl artikel 31 Rv Pro niet bedoeld is voor het wijzigen van een materieel oordeel over een geschilpunt [2] ; de enige remedie daartegen is het instellen van een rechtsmiddel. De kantonrechter zal het verzoek dan ook afwijzen.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst het verzoek om verbetering van het op 26 november 2025 tussen partijen gewezen vonnis af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.
53854

Voetnoten

1.Vgl. HR 23 juni 1989,