Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2025:11557

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
11975234
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:231 lid 2 BWArt. 174a GemeentewetArt. 555 RvArt. 502 lid 1 RvArt. 3:13 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ontruiming na sluiting woning wegens ernstige openbare ordeverstoring

De huurder [gedaagde] huurt sinds oktober 2024 een woning van Stichting Volkshuisvesting Arnhem (SVA). Op 13 november 2025 heeft de burgemeester van de gemeente [woonplaats] de woning gesloten op grond van artikel 174a Gemeentewet vanwege ernstige incidenten en overlast, waaronder geweldsincidenten met messen en verstoring van de openbare orde.

SVA heeft de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en vordert ontruiming van de woning, betaling van huurachterstand en gebruiksvergoeding, en proceskosten. De kantonrechter beoordeelt in kort geding of de buitengerechtelijke ontbinding standhoudt en of ontruiming proportioneel is.

De kantonrechter oordeelt dat het besluit van de burgemeester een rechtsvermoeden oplevert dat de ontbinding terecht is. Gezien de ernst van de incidenten en de impact op de buurt prevaleren de belangen van SVA en andere huurders boven het woonbelang van [gedaagde]. De ontruiming wordt toegewezen met een verkorte beveltermijn tot nihil, rekening houdend met de sluitingstermijn tot 29 december 2025.

Daarnaast wordt de huurachterstand en gebruiksvergoeding toegewezen, evenals de proceskosten. De gevolgen voor de minderjarige kinderen van [gedaagde] staan de ontruiming niet in de weg, aangezien hun hoofdverblijf elders is. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de woning wordt toegewezen met onmiddellijke ingang na betekening of opheffing sluiting.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11975234 \ VV EXPL 25-199
Vonnis in kort geding van 17 december 2025
in de zaak van
STICHTING VOLKSHUISVESTING ARNHEM,
gevestigd te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: SVA,
gemachtigde: mr. B.H.H.M. Ramakers,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. K.T. Ghaffari.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het kop-staart vonnis van 17 december 2025.
1.2.
In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op die datum een kop-staart vonnis gewezen. Het onderstaande vormt hiervan de schriftelijke uitwerking en is op 19 december 2025 opgemaakt.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] huurt van SVA sinds 15 oktober 2024 een woning aan het [adres 1] (hierna: het gehuurde) tegen een huurprijs van € 738,01 per maand.
2.2.
Op 13 november 2025 heeft de burgemeester van gemeente [woonplaats] besloten over te gaan tot sluiting van het gehuurde op grond van artikel 174a lid 1 van de Gemeentewet. In de brief van de burgemeester aan [gedaagde] staat, voor zover hier van belang, het volgende:
Besluit tot het sluiten van uw woning
Op basis van de mij op dit moment bekende informatie heb ik besloten uw woning aan het adres [adres 1] in [woonplaats] per 13 november 2025 te sluiten op basis van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet. De sluiting geldt van donderdag 13 november 2025 om 17:00 uur tot maandag 29 december 2025 om 17:00 uur. U mag in deze periode niet in het pand zijn. U moet er ook voor zorgen dat er in die tijd niemand anders in de woning aanwezig is.
(…)
Motivering
Uit het rapport van de politie volgt dat er op woensdagochtend 29 oktober 2025 een ernstig incident heeft plaatsgevonden bij uw woning. Naar aanleiding van meerdere meldingen is de politie ter plaatse gekomen en heeft de politie ook met u gesproken. Toen heeft u verteld dat op die ochtend bij u mensen aan de deur stonden. U hebt deze mensen weggejaagd met twee messen. U heeft hier zelf ook verwondingen aan overgehouden. In uw woning werden door de politie twee bebloede messen aangetroffen. Daarnaast werd er ook bloed aangetroffen bij de voordeur. Er zijn verschillende camerabeelden, waaronder beelden van de confrontatie. Deze confrontatie begint in uw woning in de deuropening.
Hierop is te zien dat er eerst een handgemeen is, waarna u later de woning uitstormt met een mes. Vervolgens gaat de confrontatie verder op straat en vluchten de twee mannen. Op camerabeelden is te zien dat u met twee messen in uw handen loopt en daarmee in de rondte zwaait, waarbij u ook hard roept naar de mannen. Eén van deze mannen heeft een bebloed gezicht. U bent hierbij door twee getuigen herkend. Volgens een getuige had u bloed aan uw handen en op uw kleding. Nu er geen aangifte is gedaan, heeft deze zaak geen vervolg gekregen bij de politie.
Het bovenstaande is geen op zichzelf staand incident. In de periode van juli 2025 tot en met november 2025 zijn er namelijk de nodige meldingen en constateringen binnengekomen bij de politie over door u gepleegde ernstige openbare orde verstorende gedragingen. Voor het complete overzicht van meldingen en constateringen verwijs ik u naar de bijlage bij deze brief.
Uw gedrag is onacceptabel, zeker omdat het om de veiligheid van omwonenden gaat. De rust moet terugkeren in de buurt en omwonenden moeten veilig zijn. Ik zie mij dan ook genoodzaakt hiertegen op te treden.
Uit alle informatie die ik heb ontvangen maak ik op dat er sprake is van een situatie zoals omschreven in artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b van de Gemeentewet.
Gelet op de veiligheid van de bewoners en buurtbewoners wil ik de overlast onmiddellijk stoppen en daarmee een verdere verstoring van de openbare orde en onrust in de buurt tegen gaan. Ik sluit uw woning derhalve.”
2.3.
In de bijlage behorende bij het besluit staat, voor zover hier van belang, het navolgende vermeld:
Aanleiding
Op 8 november 2025 heeft er een incident plaatsgevonden bij Snackbar ‘ [naam 1] ’ op [adres 2] in [woonplaats] . Hier zou een man met een hakmes achter de vader van melder zijn aangegaan. Als snel werd duidelijk dat het zou gaan om de bewoner van [adres 1] . De bewoner betrof: [gedaagde] , [geboortedatum] te [geboorteplaats] . Uiteindelijk heeft dit incident geleid tot een instap van de politie op de [adres 1] . Deze instap werd gedaan op 8 november 2025 omstreeks 02.30 uur. Betrokkene [gedaagde] werd niet aangetroffen in de woning, maar werd door collega’s aangetroffen in een gehuurd busje, welke hij bestuurde in een straat naast [adres 1] . Dit betrof [straatnaam 1] . Betrokkene [gedaagde] is met de ambulance naar [naam 2] gebracht voor een crisisbeoordeling. Hij is hier vervolgens ook opgenomen voor een crisis opname.
Bij de instap in de woning is er in een kamer een kinderbed aangetroffen. Echter was er geen kind aanwezig tijdens de instap.
Door de hoeveelheid meldingen in korte tijd, de onveilige situaties en de overlast in en rondom de woning van [adres 1] is er besloten om een bestuurlijke rapportage op te stellen.
Deze rapportage heeft als doel de burgemeester van de gemeente [woonplaats] te informeren over de aanhoudende overlast op en rondom het adres van [adres 1] en de gevaarzetting hiervan.
Onderzoeksbevindingen [adres 1]
Onderstaand wordt een selectie van meldingen en mutaties die bij de politie bekend zijn over de periode van 29 juli 2025 tot en met 10 november 2025:
10 november 2025 13.45 uur (…)
Naar aanleiding van de onrust in de wijk, afkomstig van het [adres 1] en de bewoner aldaar, is de wijkagent, samen met de gemeente en Volkshuisvesting ter plaatse gegaan. Dit was twee dagen na het incident op [adres 2] , betrokkene is naar aanleiding van deze melding opgenomen en zat tijdens dit wijkbezoek nog bij [naam 2] . Ondanks de opname was het nog onrustig in de wijk.
Op het moment dat de wijkagent met buurtbewoners in gesprek was, hoorde zij dat er nog een persoon in de woning zou zitten. Hier deed een voor de politie bekende persoon open. Deze persoon komt in de politiesystemen voor voor onder andere bezit harddrugs, handel in harddrugs en belediging. Deze persoon gaf aan de woning schoon te maken. De wijkagent heeft deze persoon de woning uitgestuurd en hem de sleutel in laten leveren.
Vervolgens komt er een ambtshalve bekende alcoholist aangelopen die ook op bezoek wilde op [adres 1] . Wijkagent heeft hem uitgelegd dat hij daar niet meer welkom is.
8 november 2025 22.18 uur (…)
Er zou een man ter hoogte van Snackbar ‘ [naam 1] ’ met een mes op straat hebben gezwaaid. Dit betreft de melding waarvoor betrokkene [gedaagde] is beoordeeld en een crisisplaatsing heeft gekregen bij [naam 2] in [woonplaats] . De snackbar ligt op ruim 100 meter van [adres 1] en is binnen 2 minuten te voet te bereiken vanaf dit adres. Melding kwam binnen via de meldkamer. Melder gaf aan een man te hebben gezien, zwaaiend met een mes op straat, en zij is vervolgens weer in de auto gestapt en weggereden. Wilde er verder niks mee. Ook haar vader, die het had zien gebeuren, wilde er verder niks mee. Uiteindelijk waren er meerdere melders, waarvan één van de melders de man met het mes herkende als zijnde de bewoner van [adres 1] . Er zijn geen camerabeelden beschikbaar. Zijn meerdere melders geweest tijdens het incident. Betrokkene [gedaagde] is niet met naam genoemd, maar is wel herkend als zijnde de bewoner van [adres 1] . Deze herkenning werd gedaan door een van de melders en omstanders die dit kwamen melden bij de politiecollega’s ter plaatse.
8 november 2025 20.34 uur (…)
Melding van een buurtbewoner dat de bewoner van [adres 1] voor de deur van melder stond. Betrokkene heeft volgens melder warrig door de brievenbus staan schreeuwen. Melder gaf aan dat hij wat angstig is door het voorval. Melder heeft geen idee waarom betrokkene bij hem aan de voordeur komt.
Melder gaf aan dat hij eerder deze week al een keer de politie heeft gebeld omdat hij een schilmesje in zijn voortuin had gevonden en beelden waarop betrokkene te zien was met een mes. Deze beelden komen van de camera van melder, welke deels op de voordeur staan van het [adres 1] .
De politiemedewerkers hebben de beelden gezien. Beelden zijn van woensdag 29 oktober 2025 omstreeks 08.15 uur waarop te zien is dat betrokkene [gedaagde] bij de voordeur staat met twee personen. Op de beelden is te zien dat betrokkene [gedaagde] op een gegeven moment de woning uit komt rennen met een groot mes, hij trapte de onbekende persoon onderuit en maakte vervolgens zwaaiende bewegingen met het mes. De persoon op de grond probeert weg te komen, echter gaat betrokkene [gedaagde] op hem zitten en blijft dreigen met het mes. Zie 29 oktober 2025.
3 november 2025 13.56 uur (…)
Melding dat er geschreeuw en een harde klap uit de woning aan de [adres 1] te horen zou zijn. Ter plaatse troffen politiemedewerkers vier personen in de woning aan [adres 1] aan, waaronder desbetreffende betrokkene [gedaagde] . De andere drie waren bekende van de politie op het gebied van verdovende middelen. Betrokkene gaf aan dat de andere drie personen zijn woning moesten verlaten.
29 oktober 2025 12.27 uur (…)
Melding dat er een harde klap te horen was en rookontwikkeling op straat. Melder gaf aan dat het bij [adres 1] leek te gebeuren. Bij nummer [nummer 1] was er geen schade of kruidresten, wel lag er niet aangestoken vuurwerk in de voortuin. Tijdens de melding veel aanloop van buurtbewoners welke aangaven veel overlast te ervaren van de bewoner van nummer [nummer 1] . Zou vanmorgen ook met een mes over straat hebben gelopen.
Na het aanroepen van bewoner en uitleggen dat de voordeur er anders uit zou gaan, kwam betrokkene [gedaagde] op de bovenste verdieping bij het raam. Na een kort gesprek opende hij de voordeur voor de politiemedewerkers. Hij rook naar alcohol, maar was nog redelijk goed aanspreekbaar. Hij verklaarde in de ochtend mensen aan de deur te hebben gehad die hij weg had gejaagd met twee messen. Hier had hij zelf ook een verwonding/snee aan over gehouden aan zijn hand.
Verder verklaarde hij niet te weten waar het vuurwerk vandaan kwam al was zijn verhaal niet consistent of hij nu wel of niet thuis was ten tijde van de klap. Op het aanrecht lag wit poeder en een rietje. Dit was een waarneming van een verbalisant en geen gecontroleerde substantie.
29 oktober 2025 08.15 uur (…)
Melding dat er iemand mishandeld zou worden buiten de woning [adres 1] . Bewoner van nummer [nummer 1] werd door melder benoemd tijdens het maken van de melding. Vermoedelijk zou er ook iemand in zijn gezicht gestoken zijn. Bij de woning werd niemand aangetroffen. Achterdeur stond open en politiemedewerkers zijn met een machtiging de woning binnen gegaan. In de woning werden twee bebloede messen aangetroffen. Daarnaast werd ook bloed aangetroffen bij de voordeur. Er zijn verschillende camerabeelden, waaronder beelden van de confrontatie. Deze begint in de woning van betrokkene [gedaagde] in de deuropening. Hierop is te zien dat er eerst een handgemeen is, waarna betrokkene [gedaagde] later de woning uit stormt met een mes. Vervolgens gaat de confrontatie verder op straat en vluchten de twee mannen.
Op camerabeelden van een buurtbewoner is te zien dat betrokkene [gedaagde] achter onbekende mannen aanloopt met twee messen in zijn handen, betrokkene [gedaagde] zwaait hiermee rond, roept ook hard naar de twee mannen. Eén van de twee mannen heeft een bebloed gezicht.
Er zijn twee getuigen gehoord, beide herkende de man als de bewoner van [adres 1] . Beide getuigen hebben de confrontatie gezien en één van de getuigen heeft [gedaagde] met de messen zien lopen en noemde ze machetes. Ook had [gedaagde] volgens de getuige bloed aan zijn handen en op zijn kleding. Dit alles heeft zich afgespeeld tussen [adres 1] , waar het begon en heeft zich verplaatst naar de [adres 2] .
Zaak heeft verder geen vervolg gekregen. Er is geen aangifte gedaan.
16 oktober 2025 (…)
Wijkagent heeft meerdere meldingen gekregen vanuit de buurt dat betrokkene [gedaagde] voor zijn deur zou dealen. Zouden veelal jongeren bij hem aan de deur komen. Zou tevens rondrijden terwijl zijn rijbewijs ongeldig is verklaard. Geen waarneming van politiecollega’s.
2 oktober 2025 (…)
Melding dat er een vrouw en twee mannen ’s morgens om 06.00 uur de woning aan de [adres 1] verlaten. Vrouw begon te schreeuwen en te gillen op straat. Melder keek uit het raam en de vrouw schrok toen ze melder zag. Rende weg en verstopte zicht. Geen eigen waarneming van politiecollega’s. Identiteit van de vrouw en mannen zijn onbekend gebleven.
22 augustus 2025 (…)
Politiecollega’s werden ter plaatse gevraagd door de handhaving. Zij hadden een staande houding waarbij de betrokkene ervandoor ging met zijn voertuig. In de vlucht heeft betrokkene de handhaving beledigd. Uiteindelijk voertuig aangetroffen, kon gelinkt worden aan [adres 1] waar [gedaagde] werd aangetroffen. Artikel 8, alcohol en drugs en artikel 9 ten Pro laste gelegd. Belediging bleek te gaan om een middelvinger in de richting van de handhavers. Onderweg naar het politiebureau verklaarde betrokkene [gedaagde] dat de handhavers erg snel op hun teentjes getrapt waren.
20 augustus 2025 (…)
Betrokkene [gedaagde] gaf aan bedreigd te zijn nadat hij eerder in de nacht drugs heeft geprobeerd te kopen bij een voor de politie bekende dealer. Had zelf naar de meldkamer gebeld. Politiemedewerkers hebben eerst telefonisch contact met hem opgenomen waarbij hij zich voorstelde als [gedaagde] . Gaf aan ook in elkaar te zijn geslagen. Betrokkene [gedaagde] kwam over alsof hij onder invloed was tijdens de melding. Ook de politiemedewerkers constateerde dit nadat zij ter plaatse waren geweest.
29 juli 2025 (…)
Melder zag een man in de voortuin van het [adres 1] staan, welke een vuurwapen in zijn broeksband had. Signalement van de man was volgens de melder:
  • Man;
  • rond de 50 jaar oud;
  • Marokkaans uiterlijk;
  • 185 cm lang;
  • grijze haren;
  • grijs shirt;
Deze man zou in een voertuig weg zijn gereden. Voertuig werd later leeg aangetroffen.
Later zagen politiemedewerkers dat er twee mannen in het voertuig stapte. Voertuig werd gevolgd en op de [straatnaam 2] stilgezet. Tijdens het benaderen van het voertuig is er door een politie collega een waarschuwingsschot gelost. In het voertuig troffen de politiemedewerkers in het dashboardkastje een vuurwapen gelijkend voorwerp. Voertuig stond op naam van de ex-partner van betrokkene [gedaagde] . Betrokkene [gedaagde] zat niet in het voertuig. Betrokkene [gedaagde] zou kunnen overeenkomen met het signalement, echter passen de andere twee betrokkene ook in dit signalement.”
2.4.
Aan [gedaagde] is op grond van artikel 172a Gemeentewet een gebiedsverbod rondom het gehuurde opgelegd. Dit verbod zal op 29 december 2025 om 17.00 uur worden opgeheven.
2.5.
SVA heeft de huurovereenkomst met [gedaagde] bij dagvaarding van 21 november 2025 buitengerechtelijk ontbonden.
2.6.
Op 4 december 2025 zijn twee mannen het gehuurde binnengegaan. Een omwonende meldt daarover het volgende:
“Er is zoals jullie weten veel overlast geweest van deze bewoner.
Nadat de DSI-eenheid hem opgepakt heeft is de rust eindelijk weer terug in onze straten.
Het was een aantal weken weer zo rustig dat ik eindelijk normale nachtrust heb gehad en weer uitgerust naar mijn werk kan.
Nu is er weer een voorval geweest dat er twee mannen geprobeerd hebben de voordeur in te trappen.
Toen dat niet lukte hebben ze het raam aan de achterzijde eruit gegooid en zijn ze de woning in gegaan.
De handhaving en politie zijn bij het pand geweest en hebben alles weer dicht laten maken.
Ik woon zelf (…) en er zijn al mensen bij mij aan de deur geweest die hem zochten.
Dit creëert een gevaarlijke situatie.
Vooral nu ze ook in de woning inbreken.
Het gevaar is dat iemand zich kan vergissen in de woning (…) met alle gevolgen van dien.
Ook zonder bewoner is er weer overlast dus ik wil jullie nogmaals aangeven dat zodra de bewoner weer terug zou komen het gewoon weer verder gaat.
En er weer een gevaar ontstaat voor bewoners om hem heen.
Het is niet alleen de bewoner maar ook al het volg wat rond en in de woning hangt.
Met alle respect het zijn allemaal verslaafde personen.”

3.Het geschil

3.1.
SVA vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
  • [gedaagde] te veroordelen om onverwijld na betekening van dit vonnis het gehuurde met alle personen en zaken die zich daar bevinden te ontruimen en te verlaten en aldus ontruimd en verlaten te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van SVA te stellen, met bepaling dat de beveltermijn van artikel 555 Rv Pro wordt verkort tot nihil,
  • [gedaagde] te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te betalen:
o aan huurachterstand het bedrag van € 3.242,43, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 november 2025 totdat alles is betaald;
o het bedrag van € 738,01 per maand aan huur althans gebruiksvergoeding gelijk aan de laatst geldende huur vanaf december 2025 tot de dag waarop de ontruiming zal plaatsvinden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de desbetreffende vervaldatum indien er voor die maand niet betaald mocht zijn;
- [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, met bepaling dat indien niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis van voormelde proceskostenveroordeling voldaan is, daarover de wettelijke rente verschuldigd zal zijn.
3.2.
SVA legt aan haar vorderingen primair ten grondslag dat zij krachtens het bepaalde in artikel 7:231 lid 2 BW Pro gerechtigd is de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden, nu het gehuurde op grond van het bepaalde in artikel 174a van de Gemeentewet is gesloten. Subsidiair stelt SVA dat sprake is van een tekortkoming die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.
3.3.
[gedaagde] voert gemotiveerd verweer, waarop hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vordering. SVA heeft de huurovereenkomst op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro buitengerechtelijk ontbonden. [gedaagde] behoudt, volgens SVA, het gehuurde zonder recht of titel. Daarmee is het spoedeisend belang gegeven.
Buitengerechtelijke ontbinding
4.2.
In deze procedure moet worden beoordeeld of de vordering in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat toewijzing gerechtvaardigd is. Bij toewijzing van een vordering tot ontruiming in kort geding wordt grote terughoudendheid betracht. Bovendien is in een kortgedingprocedure geen plaats voor een diepgaand onderzoek of nadere bewijslevering.
4.3.
De gevorderde ontruiming is gebaseerd op de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro. In dit kort geding staat dan ook de vraag centraal of en in hoeverre voldoende aannemelijk is dat de buitengerechtelijke ontbinding in een eventuele bodemprocedure stand zal houden.
4.4.
In artikel 7:231 lid 2 BW Pro is bepaald dat een verhuurder een huurovereenkomst buitengerechtelijk kan ontbinden als door gedragingen in het gehuurde de openbare orde is verstoord en het gehuurde daarom op grond van artikel 174a Gemeentewet is gesloten. Vast staat dat de burgemeester van de gemeente [woonplaats] op 13 november 2025 heeft besloten om het gehuurde te sluiten vanwege verstoring van de openbare orde.
4.5.
Bij de buitengerechtelijke ontbinding van een huurovereenkomst op grond van voormeld wetsartikel geldt als uitgangspunt dat de verhuurder af mag gaan op het besluit van de burgemeester en niet zelf nader onderzoek hoeft te doen naar de juistheid daarvan. Zolang het besluit van kracht is, mag de verhuurder de huurovereenkomst in beginsel buitengerechtelijk ontbinden. Wel is de kantonrechter op grond van Europese jurisprudentie over artikel 8 van Pro het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) gehouden te beoordelen of de gevorderde ontruiming evenredig (proportioneel) is in de zin van deze grondrechtelijke bepaling.
4.6.
Bij de beantwoording van de vraag of ontruiming gerechtvaardigd is, moeten alle feiten en omstandigheden worden afgewogen. Om te bepalen of de maatregel van ontruiming evenredig is, dient aangeknoopt te worden bij artikel 3:13 lid 2 BW Pro (misbruik van bevoegdheid) of artikel 6:248 BW Pro (redelijkheid en billijkheid). Omstandigheden die daarbij een rol kunnen spelen zijn: de kans dat het besluit tot sluiting wordt herroepen of vernietigd, of nakoming van de overeenkomst door de sluiting onmogelijk is geworden (conform de ratio van artikel 7:231 lid 2 BW Pro), de ernst van de overtreding die ten grondslag ligt aan de sluiting en de overige omstandigheden van het geval, waaronder de mogelijk verstrekkende gevolgen van ontbinding in de huidige woningmarkt.
4.7.
De toetsing is marginaal, er is geen plaats voor een volledige belangenafweging. Het feit dat het gehuurde is gesloten levert een nauwelijks te weerleggen rechtsvermoeden op dat een verhuurder de huurovereenkomst met recht heeft ontbonden. Alleen als de buitengerechtelijke ontbinding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is of wanneer misbruik is gemaakt van bevoegdheden, kan de ontruiming worden afgewezen. Alle omstandigheden van het geval moeten hierbij worden onderzocht.
4.8.
Met inachtneming van het voorgaande overweegt de kantonrechter het volgende. SVA heeft als verhuurder van meerdere woningen in de omgeving van het gehuurde de taak om de rust en veiligheid voor haar andere huurders (en andere buurtbewoners) te bewaken. De (gewelds)incidenten die zich op 29 oktober 2025 en 8 november 2025 hebben voorgedaan hebben ervoor gezorgd dat die rust en veiligheid ernstig in het gedrang zijn gekomen. Andere huurders zijn angstig en voelen zich niet veilig in de wijk. Zelfs nu [gedaagde] , vanwege de sluiting door de burgemeester, niet in het gehuurde verblijft, heeft er op 4 december 2025 wederom een incident plaatsgevonden waarbij het gehuurde betrokken was (zie r.o. 2.6.). Dit heeft de angstgevoelens van de andere huurders alleen maar versterkt. Dat niet gebleken is van directe betrokkenheid van [gedaagde] bij dit incident, maakt dat niet anders.
4.9.
[gedaagde] heeft de incidenten op 29 oktober 2025 en 8 november 2025 als zodanig niet betwist. Wel zouden deze hebben plaatsgevonden in een relatief korte periode waarin hij de grip op zijn leven volledig was kwijtgeraakt vanwege een ruzie met zijn ex-partner als gevolg waarvan hij zijn drie minderjarige kinderen vanaf augustus 2025 niet meer mocht zien. Voor die tijd was zijn leefsituatie en de situatie rondom het gehuurde stabiel. Na de opname op 8 november 2025 is hij weer onder behandeling bij [naam 2] en gaat het weer goed met hem. Een toewijzing van de gevorderde ontruiming heeft verstrekkende gevolgen voor hem en zijn minderjarige kinderen die drie dagen per week bij hem verbleven. Zodra zijn (mentale) gezondheid weer stabiel is, mag hij zijn kinderen van zijn ex-partner weer zien, aldus [gedaagde] .
4.10.
De kantonrechter realiseert zich dat de ontruiming voor [gedaagde] grote gevolgen zal hebben. Toch is de kantonrechter, alles tegen elkaar afwegende, van oordeel dat in dit geval de belangen van SVA en haar huurders dienen te prevaleren boven het woonbelang van [gedaagde] , met name gezien de ernst van de incidenten op 29 oktober 2025 en 8 november 2025 en de impact daarvan op de buurt. Overigens dient ontruiming, gelet op het incident op 4 december 2025, ook ter bescherming van [gedaagde] zelf. Dat de gevolgen van ontruiming ook de minderjarige kinderen raken staat op zichzelf niet aan de ontruiming in de weg, nu het immers primair de (wettelijke) verantwoordelijkheid is van [gedaagde] om zich als huurder zodanig te gedragen dat zijn kinderen gevrijwaard blijven van de nadelige gevolgen van een ontruiming. Als het dan toch tot een ontruiming komt dan rust als eerste op de ouders van de kinderen de verantwoordelijkheid om te voorzien in adequate vervangende huisvesting van de aan hun gezag onderworpen kinderen. In het onderhavige geval hebben de kinderen hun hoofdverblijf bij de ex-partner van [gedaagde] . De kinderen staan ook ingeschreven op het woonadres van de ex-partner van [gedaagde] . Dat als gevolg van de ontruiming een acute noodtoestand dreigt voor de kinderen acht de kantonrechter niet aannemelijk.
4.11.
Gelet op het voorgaande acht de kantonrechter aannemelijk dat in een bodemprocedure niet zal worden geoordeeld dat het disproportioneel is dat SVA van haar buitengerechtelijke ontbindingsbevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Dit betekent dat aannemelijk is dat [gedaagde] het gehuurde zonder recht of titel onder zich houdt. Op grond van artikel 7:224 lid 1 BW Pro moet [gedaagde] het gehuurde ter beschikking van SVA stellen. De kantonrechter zal de vordering tot ontruiming daarom toewijzen.
4.12.
SVA vordert dat het gehuurde onverwijld na betekening van het vonnis wordt ontruimd. [gedaagde] kan echter, zolang het gehuurde gesloten is, het gehuurde niet ontruimen. SVA kan, al dan niet met behulp van de sterke arm, evenmin het gehuurde ontruimen. De termijn van ontruiming wordt daarom bepaald zoals in het dictum vermeld (onverwijld na betekening van dit vonnis, althans onverwijld nadat de burgemeester de sluiting heeft opgeheven).
4.13.
De sluiting van het gehuurde eindigt op 29 december 2025 om 17.00 uur. Gelet op de aard en de ernst van de incidenten zal de kantonrechter het verzoek om de beveltermijn van drie dagen op grond van artikel 555 Rv Pro jo. artikel 502 lid Pro 1, derde volzin, Rv in te korten tot nihil toewijzen.
Huurachterstand en gebruiksvergoeding
4.14.
Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] de huurprijs van € 738,01 over de maand december 2025 niet heeft voldaan. Daarnaast is [gedaagde] , zolang hij het gehuurde niet heeft ontruimd, een gebruiksvergoeding, gelijk aan een bedrag van € 738,01 per maand, verschuldigd vanaf 1 januari 2026 tot de dag van ontruiming. De huurachterstand van
€ 738,01 en de gebruiksvergoeding zullen dan ook worden toegewezen.
4.15.
De gevorderde, niet afzonderlijk betwiste, wettelijke rente over de huurachterstand van € 738,01 wordt toegewezen vanaf 1 december 2025 totdat alles is betaald. De gevorderde rente over de vanaf 1 januari 2026 maandelijks te betalen gebruiksvergoeding kan niet worden toegewezen, aangezien niet gebleken is dat [gedaagde] in verzuim is en deze bedragen nog niet opeisbaar zijn.
Proceskosten
4.16.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SVA worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
814,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.608,45
4.17.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
rechtdoende als voorzieningenrechter
5.1.
bepaalt dat de beveltermijn van artikel 555 Rv Pro wordt verkort tot nihil,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om onverwijld na betekening van dit vonnis, althans onverwijld nadat de burgemeester de sluiting heeft opgeheven, het gehuurde aan het [adres 1] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, en de sleutels af te geven aan SVA,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan SVA van een bedrag van € 738,01, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 december 2025 totdat alles is betaald,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] om maandelijks aan SVA te betalen een bedrag van € 738,01 vanaf 1 januari 2026 tot de dag van ontruiming,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.608,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J.P. Lambooij en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025. De feiten en de motovering waarop de beslissing steunt, zijn afzonderlijk vastgelegd op 19 december 2025.
44356 \ 53331