ECLI:NL:RBGEL:2025:11558

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
11972397
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kort geding over stroomonderbrekingen in huurwoning en herstelverplichting verhuurder

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Gelderland op 12 december 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen een huurder en verhuurder over herhaaldelijke stroomonderbrekingen in de huurwoning van de eiser. De eiser, die een gemeubileerde studio huurt, heeft meerdere keren melding gemaakt van onderbrekingen in de stroomvoorziening. Hij vordert dat de verhuurder, de gedaagde, de elektrische installatie binnen 24 uur herstelt en hem de sleutel van de meterkast overhandigt. De eiser stelt dat de stroomonderbrekingen een gebrek opleveren in de zin van artikel 7:204 BW, en dat deze onderbrekingen zijn veroorzaakt door de verhuurder die onvoldoende actie heeft ondernomen om het probleem op te lossen. De gedaagde ontkent deze claims en stelt dat hij de storingen steeds heeft doorgegeven aan een elektricien. De kantonrechter heeft in zijn beoordeling vastgesteld dat er onvoldoende bewijs is dat de verhuurder verantwoordelijk is voor de stroomonderbrekingen. De rechter concludeert dat de eiser niet kan aantonen dat er sprake is van een gebrek dat met spoed moet worden hersteld. De vorderingen van de eiser worden afgewezen, en hij wordt veroordeeld in de proceskosten van de gedaagde.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11972397 \ VV EXPL 25-84
Vonnis in kort geding van 12 december 2025
in de zaak van
[eiser],
wonend te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. J.C. Visscher (Stichting Achmea Rechtsbijstand),
tegen
[gedaagde],
wonend te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. V.W.J.H. Kobossen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 22
- de van de gemachtigde van [eiser] ontvangen aanvullende producties 23 t/m 26
- de van de gemachtigde van [gedaagde] ontvangen producties 1 t/m 4
- de mondelinge behandeling op 5 december 2025, waarbij partijen hun standpunten hebben toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van de mondelinge behandeling.
1.2.
Ten slotte is de datum van het vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[eiser] huurt met ingang van 1 mei 2024 van [gedaagde] de gemeubileerde woonruimte (kamernummer K7) in het gebouw aan [adres] in [plaats] (hierna: de studio). Naast de studio van [eiser] bevinden zich in dat gebouw 7 andere studio’s. In de huurovereenkomst staat dat de huurovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd (‘short stay’) en dat deze eindigt op 30 april 2025. [eiser] woont nog in de studio.
2.2.
[eiser] heeft in september en begin oktober 2025 verschillende keren te maken had met onderbrekingen in de stroomvoorziening naar zijn studio.
2.3.
Per e-mailbericht van 4 oktober 2025 heeft [eiser] aan [gedaagde] verzocht om de hoofdschakelaar en de zekeringen, die zich in de gemeenschappelijke ruimte bevinden en behoren tot de studio, in een afsluitbare kast te plaatsen omdat zijn elektriciteit anders op elk moment door anderen kan worden uitgeschakeld.
2.4.
[gedaagde] heeft de meterkast laten afsluiten. Hij heeft, ondanks verschillende verzoeken van [eiser] , geen sleutel van de meterkast aan [eiser] verstrekt omdat hij van mening is dat alleen bevoegd personeel zoals een elektricien daartoe toegang mag hebben.
2.5.
Op 13 oktober 2025, 20 oktober 2025, 3 november 2025, 9 november 2025 en
21 november 2025 heeft [eiser] dan wel zijn gemachtigde bij [gedaagde] melding gemaakt van afsluitingen van of storingen in zijn stroomvoorziening. [gedaagde] heeft naar aanleiding van de meldingen verschillende keren een elektricien langs gestuurd.
2.6.
Op 20 oktober 2025 heeft [eiser] zonder toestemming van [gedaagde] een slotenmaker ingeschakeld om de meterkast te openen, zodat hij zijn elektriciteitstoevoer kon herstellen.
2.7.
Bij e-mailbericht van 21 november 2025 heeft [naam] van [bedrijf] (hierna: [naam] ) het volgende aan [gedaagde] geschreven:
“Op uw verzoek heb ik de afgelopen periode meerdere storingen onderzocht aan de elektrische installatie van het pand aan [adres] te [plaats] . Inmiddels ben ik hiervoor meer dan zes keer ter plaatse geweest.
Tijdens deze bezoeken heb ik de volgende technische bevindingen vastgesteld:

1.Technische bevindingen

  • Groep 7 (kamer 7, huurder [eiser] ) valt herhaaldelijk uit
  • Er is sprake van duidelijke structurele overbelasting op deze groep
  • De bedrading en aansluitpunten vertonen zichtbare sporen van oververhitting
  • Ik heb tweemaal vonkvorming waargenomen bij deze groep
  • De meterkast is meerdere keren beschadigd of ontoegankelijk gemaakt door een niet-bevoegd persoon
  • In diverse gevallen heb ik geen toegang gekregen tot kamer 7, waardoor noodzakelijke metingen niet konden worden uitgevoerd.

2.Veiligheidsrisico

De huidige situatie levert een ernstig risico op voor:
  • kortsluiting
  • brand
  • schokgevaar
Met name de voortdurende overbelasting op groep 7 vormt een direct gevaar voor de installatie én de veiligheid van de bewoners.

3.Voorwaarden voor veilig vervolgonderzoek

Om dit probleem correct, veilig en definitief te kunnen oplossen is volledige toegang en medewerking van alle bewoners noodzakelijk – in het bijzonder van de bewoner van kamer 7.

4.Mededeling

Zolang deze toegang niet gegarandeerd is, kan ik geen nieuwe storingsmeldingen meer in behandeling nemen, omdat:
herhaald bezoek zonder volledige medewerking leidt tot onnodige kosten;
een structurele oplossing niet mogelijk is zonder toegang tot de bron van het probleem;
De huidige omstandigheden voor mij als erkend installateur onveilig en onverantwoord zijn.
Zodra volledige medewerking is gewaarborgd, ben ik uiteraard bereid het onderzoek en herstel te hervatten.”
2.8.
Bij e-mailbericht van 29 november 2025 heeft [naam] het volgende aan [gedaagde] geschreven:
“Naar aanleiding van mijn bezoek op 26-11-2025 aan [adres] te [plaats] verklaar ik het volgende.
Betreft: bevindingen meterkast en kamer 7
Tijdens mijn inspectie heb ik vastgesteld dat:
  • Groep 7 - de groep die gevoed wordt richting kamer 7 – schade heeft opgelopen door structurele overbelasting.
  • De bekabeling naar kamer 7 is oververhit geweest en vertoont duidelijke thermische schade.
  • In kamer 7 waren meerdere apparaten gelijktijdig aangesloten via doorgeluste verlengsnoeren, wat technisch onverantwoord en onveilig is.
  • De overbelasting heeft ervoor gezorgd dat de betreffende groep meerder malen is uitgevallen.
Daarnaast trof ik in de meterkast het volgende aan:
  • Vernielde en vervangen sloten,
  • Verwijderde markeringen en stickers,
  • Op componenten gespoten verf, wat risico’s geeft op kortsluiting, slechte warmteafvoer en oververhitting.
Uit deze bevindingen blijkt dat er door een niet-deskundige aan de meterkast is gewerkt, hetgeen gevaarlijk is en directe schade heeft veroorzaakt.
Noodzakelijke reparaties
Als gevolg van de overbelasting en de aantoonbare beschadigingen dienen onder andere de volgende onderdelen te worden vervangen:
  • De oververhitte bekabeling richting kamer 7
  • De beschadigde componenten in de groepenkast
  • Alle onderdelen die zijn aangepast door verfspuitingen.
Deze schade staat in direct verband met het gebruik van kamer 7 en de ondoordachte/ondeskundige werkzaamheden aan meterkast.
De situatie had volledig voorkomen kunnen worden wanneer eerder toegang tot kamer 7 was verleend voor controle.”
2.9.
Bij brief van 2 december 2025 heeft TOP Expertise B.V. aan de gemachtigde van [eiser] het volgende geschreven:
“Naar aanleiding van uw toegevoegde foto’s, kunnen wij hierop het volgende berichten.
In de meterkast van uw cliënt is een Shelly Pro 1 geplaatst. De Shelly Pro 1 is een slimme schakelaar die op de DIN(metalen)-rails in de meterkast geplaatst kan worden. Het is een schakelaar die de groep waaraan hij gekoppeld is slim kan maken en op afstand kan schakelen. De schakelaar kan standalone (zelfstandig) werken en is op afstand te bedienen en te monitoren vanaf elke locatie, zolang het apparaat is verbonden met een wifi-router en het internet. Met de schakelaar kan de groep worden bewaakt, bediend en kunnen instellingen worden aangepast.
Aan de hand van uw foto’s kan niet gezegd worden wat deze schakelaar bedient. Dit hoeft niet de aardlekschakelaar ernaast te zijn.
Uw vraag was of deze Shelly schakelaar kan zorgen voor stroomonderbrekingen bij uw cliënt. Het antwoord hierop is dat deze schakelaar inderdaad kan zorgen voor een stroomonderbreking en deze op afstand kan worden bediend, mits die aangesloten is op de woning. (…)”

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert dat de kantonrechter, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, [gedaagde] zal veroordelen:
om het gebrek aan de elektrische installatie te herstellen binnen 24 uur na de betekening van het te wijzen vonnis, op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag voor iedere dag of dagdeel dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000,--
om de sleutel van de meterkast van het pand aan [adres] te [plaats] aan [eiser] af te geven binnen 24 uur na de betekening van het te wijzen vonnis, op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag voor iedere dag of dagdeel dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000,--
om een schriftelijke verklaring aan [eiser] af te geven waarin [gedaagde] [eiser] toestemming geeft om bij een elektrastoring een door [gedaagde] in die verklaring aangewezen, 24/7 bereikbare, storingsdienst in te schakelen op kosten van [gedaagde] , het voorgaande ook op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag voor iedere dag of dagdeel dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van
€ 10.000,--
in de kosten van deze procedure.
3.2.
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de veelvuldige onderbrekingen in de stroomlevering aan zijn studio een gebrek opleveren in de zin van artikel 7:204 BW. Hij stelt dat deze onderbrekingen zijn veroorzaakt doordat de schakelaar van de groep die voor stroom in zijn studio zorgt handmatig werd uitgeschakeld, en later met behulp van de aangebrachte, op afstand via Wi-Fi bedienbare elektronische schakelaar (de ‘Shelly Pro I’). Hij stelt dat [gedaagde] dit heeft veroorzaakt dan wel niet of onvoldoende heeft opgelost. Hij stelt verder dat deze stroomonderbrekingen plaatsvinden sinds hij bij [gedaagde] kenbaar heeft gemaakt dat naar zijn mening sprake is van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd en hij een zaak bij Huurcommissie aanhangig heeft gemaakt over de huurprijs.
Hij stelt ten slotte dat hij een spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen omdat stroom essentieel is om in het gehuurde te kunnen wonen en werken.
3.3.
[gedaagde] ontkent dat hij de stroomstoringen heeft veroorzaakt of onvoldoende heeft opgelost. Hij stelt dat hij de storingen telkens heeft doorgegeven aan de elektricien, die de problemen telkens heeft opgelost. Hij betwist dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij de vorderingen en concludeert tot niet-ontvankelijkheid dan wel afwijzing van de vorderingen.
3.4.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover nodig, nader worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Omdat [eiser] sinds de zomer van dit jaar regelmatig zonder stroom heeft gezeten, waarvan recent nog zes dagen, namelijk van 21 tot en met 26 november 2025, en hij had ontdekt dat in de meterkast een op afstand bedienbare elektronische schakelaar was aangebracht heeft [eiser] zijn spoedeisend belang bij de vorderingen voldoende aannemelijk gemaakt.
4.2.
Verder geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
4.3.
Hoewel er meer aan de hand is in de relatie tussen verhuurder en huurder, gaat het in deze procedure om de vraag of er, zoals [eiser] stelt, sprake is van een gebrek in het gehuurde dat met spoed moet worden hersteld.
4.4.
Onder ‘gebrek’ moet volgens artikel 7:204 lid 2 BW worden verstaan een staat of eigenschap van de zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor de zaak de huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan van de huurovereenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft.
4.5.
Niet in geschil is dat het niet hebben van stroom een inbreuk is op het huurgenot en dat dit een gebrek kan zijn. Wel in geschil is wat de oorzaak is van de stroomonderbrekingen en daarmee, of sprake is van een aan de huurder toe te rekenen omstandigheid als bedoeld in artikel 7:204 lid 2 BW. Als de inbreuk op het huurgenot aan de huurder zelf kan worden toegerekend, is namelijk geen sprake van een gebrek.
4.6.
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is in dit kort geding, op basis van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken, onvoldoende aannemelijk geworden dat sprake is van een gebrek als bedoeld in artikel 7:204 lid 2 BW.
De kantonrechter legt hierna uit waarom.
4.7.
De kantonrechter beschikt qua objectieve gegevens enkel over de overgelegde verklaringen van de elektricien [naam] over de door hem vermoede oorzaak van de stroomonderbrekingen. Volgens [naam] is dat de overbelasting van de groep ‘7’, die is veroorzaakt doordat in de studio van [eiser] meerdere apparaten gelijktijdig zouden zijn aangesloten via doorgeluste verlengsnoeren. Op grond daarvan is mogelijk sprake van een aan de huurder toe te rekenen omstandigheid als bedoeld in artikel 7:204 lid 2 BW, die meebrengt dat géén sprake is van een gebrek. Hoewel [eiser] ter zitting heeft verklaard dat [naam] , tijdens diens bezoek aan zijn studio op 26 november 2025, tegen hem zei dat de oorzaak van de stroomuitval niet in zijn studio te vinden was, kan de kantonrechter gelet op de andersluidende schriftelijke verklaring van [naam] , dit niet als voldoende aannemelijk beschouwen. Deze kort gedingprocedure biedt, zoals hiervoor onder 4.2. is overwogen, geen ruimte voor nadere bewijslevering en de kantonrechter kan enkel beslissen aan de hand van de in deze procedure overgelegde stukken. Aan de hand daarvan is op dit moment onvoldoende aannemelijk dat sprake is van een gebrek.
4.8.
Bovendien is ter zitting gebleken dat [naam] de op afstand bedienbare elektronische schakelaar, de Shelly Pro 1, op 26 november 2025 heeft laten verwijderen uit de meterkast. Voor zover [eiser] vreesde dat deze de oorzaak was van het gestelde gebrek ( [gedaagde] heeft dit uitdrukkelijk betwist), heeft hij geen belang meer bij zijn vordering.
4.9.
Nu in dit kort geding onvoldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van een gebrek als bedoeld in artikel 7:204 lid 2 BW, zal de vordering van [eiser] onder 3.1.a) tot herstel van de elektrische installatie worden afgewezen.
4.10.
Ook de vordering van [eiser] onder 3.1. b) tot afgifte van de sleutel van de meterkast zal worden afgewezen. Ter zitting is gebleken dat de meterkast, mede door toedoen van [eiser] , niet is afgesloten. [eiser] heeft ter zitting verklaard dit te vorderen voor het geval [gedaagde] opnieuw een slot laat zetten op de meterkast. Op dit moment heeft hij naar het oordeel van de kantonrechter geen spoedeisend belang bij deze vordering.
4.11.
De resterende vordering van [eiser] , onder 3.1. c) zal ook worden afgewezen. Het strekt te ver om [eiser] , als één van de huurders van het gebouw, een ‘carte blanche’ te geven om bij elke elektrastoring een door [gedaagde] aangewezen, 24/7 bereikbare, storingsdienst in te schakelen. Hoewel begrijpelijk is dat [eiser] bij een stroomstoring zo snel mogelijk weer stroom wil hebben, is onvoldoende gebleken dat [gedaagde] bij een storing geen elektricien heeft ingeschakeld. Dat de laatste stroomstoring bijna 5 dagen heeft geduurd is hoogst ongelukkig, maar dit biedt onvoldoende grondslag voor toewijzing van deze vordering.
4.12.
De kantonrechter wil beide partijen wel op het hart drukken om een zo veilig mogelijke situatie in het gebouw te waarborgen: het is aan [eiser] om elke mogelijke overbelasting van de elektriciteit en de groepenkast te vermijden en het is aan [gedaagde] om, zo nodig, bij een mogelijk onveilige situatie, er alles aan te doen om de veiligheid voor alle huurders te waarborgen, mogelijk door het installeren van een betere of sterkere groepenkast.
4.13.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
543,00
- nakosten
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
563,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 563,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op
12 december 2025.
560\636