ECLI:NL:RBGEL:2025:11596

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
06/802739-07
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de terbeschikkingstelling van een betrokkene met complexe psychische stoornissen en hoog recidiverisico

In deze zaak heeft de Rechtbank Gelderland op 19 december 2025 uitspraak gedaan over de verlenging van de terbeschikkingstelling van een betrokkene, geboren in 1984 in Thailand, die momenteel verblijft in een forensisch psychiatrische kliniek. De betrokkene was eerder veroordeeld voor poging tot doodslag en is sinds 2010 onderworpen aan een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie om de maatregel met twee jaar te verlengen, toegewezen. De betrokkene heeft aangegeven niet gehoord te willen worden, wat door de rechtbank is gerespecteerd, gezien zijn welzijn. De rechtbank heeft de processtukken en rapportages van deskundigen in overweging genomen, waaruit blijkt dat de betrokkene lijdt aan een ernstige psychische stoornis met een hoog recidiverisico. Ondanks enige verbetering in zijn gedrag, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel vereisen. De rechtbank heeft geconcludeerd dat er geen gronden zijn voor een (voorwaardelijke) beëindiging van de terbeschikkingstelling binnen de komende twee jaar, en heeft de maatregel met twee jaar verlengd.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 06/-802739-07
Datum uitspraak: 19 december 2025
Beslissingvan de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] (Thailand),
thans verblijvende in LFPZ [kliniek] , [adres] , [postcode] [plaats] .
Raadsvrouw: mr. Y.H.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage.

Procedure

Betrokkene is op 2 maart 2010 bij vonnis van de rechtbank te Zutphen veroordeeld vanwege poging tot doodslag tot terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 4 oktober 2010 en het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 27 november 2023.
Bij vordering van 9 oktober 2025, bij de griffie van deze rechtbank ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De kliniek heeft verzocht om betrokkene rogatoir te horen, omdat hij niet in staat is om op de zitting te verschijnen. De voorzitter heeft naar aanleiding van dat verzoek de officier van justitie en de raadsvrouw van betrokkene verzocht zich uit te laten over dat verzoek en het (afzien van) horen van betrokkene, aangezien in 2023 is besloten om de heer vanwege zijn welzijn niet (rogatoir) te horen. De raadsvrouw heeft de rechtbank bericht dat betrokkene uitdrukkelijk niet op zitting aanwezig wenst te zijn en niet rogatoir gehoord wenst te worden. De officier van justitie heeft bericht er geen bezwaar tegen te hebben als aan betrokkene wederom een brief wordt uitgereikt, net als in 2023.
Hoewel de hoorplicht wettelijk is voorgeschreven, kan het naar het oordeel van de rechtbank in dit specifieke geval, net als in 2023, niet de bedoeling zijn dat het welzijn van betrokkene door die hoorplicht dusdanig in gevaar wordt gebracht dat ontregeling een reëel scenario is.
Gelet op het verzoek van de kliniek en de reactie daarop van de raadsvrouw en de officier van justitie, is het als volgt gegaan. Om betrokkene in de gelegenheid te stellen een reactie te geven, heeft de voorzitter betrokkene een brief gestuurd waarin de mogelijkheid is gegeven dat betrokkene alsnog ter zitting gehoord kan worden, dan wel een rechter bij betrokkene langs kan komen om met hem te praten, dan wel dat hij aan zijn advocaat en/of aan de medewerkers van de kliniek kan vertellen wat hij aan de rechtbank zou willen zeggen dan wel dat hij dit kan opschrijven zodat dit aan de rechtbank kan worden doorgegeven.
De brief is in de kliniek aan betrokkene overhandigd en met hem besproken. Betrokkene heeft toen aangegeven geen contact te willen met de rechtbank en genoemd dat hij het op dezelfde wijze wil zoals bij de voorgaande zitting. Betrokkene heeft dit ook met zijn raadsvrouw besproken. Als reden heeft betrokkene gegeven dat hij ‘er geen vertrouwen’ in heeft.
Met de officier van justitie en de raadsvrouw van betrokkene is de rechtbank van oordeel dat op deze manier in voldoende mate voldaan is aan de verplichting tot het horen van betrokkene.

Het onderzoek ter terechtzitting

Ter zitting van 8 december 2025 zijn gehoord:
- voornoemde raadsvrouw;
- deskundige H. Croes, behandelcoördinator van FPC [kliniek] LFPZ [plaats] ;
- de officier van justitie.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering toegelicht en daarin volhard.

Het standpunt van betrokkene

De raadsvrouw heeft op verzoek van betrokkene primair verzocht de maatregel te beëindigen. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de maatregel te verlengen met één jaar. De raadsvrouw realiseert zich dat dit niet betekent dat de maatregel na één jaar niet meer verlengd zal worden of voorwaardelijk beëindigd zal worden, maar zij verzoekt dit met het oog op een eerder toetsmoment van de voortgang van de behandeling en voor een positieve stimulans voor betrokkene.

De beoordeling

De rechtbank heeft kennis genomen van de processtukken, waaronder het adviesrapport van de kliniek van 19 maart 2025, een aanvullend schrijven combi van de kliniek van
19 augustus 2025, een rapport van psychiater Gerritsen van 1 augustus 2025, een rapport van psycholoog Koudstaal van 1 augustus 2025 en een afschrift van de wettelijke aantekeningen. Er wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren.
Rapportages
In bovengenoemd adviesrapport van de kliniek staat -onder meer- het volgende vermeld.
Betrokkene is een 40-jarige man bij wie sprake is van een complex samenspel van onvoldoende behandelbaar gebleken stoornissen. Diagnostisch gezien is er sprake van pathologie die ernstige beperkingen in het functioneren veroorzaakt en die gepaard gaat met geweldsrisico's. De aard van de pathologie is echter tot op heden onduidelijk. Er is sprake van een ziekelijke stoornis en tot op heden wordt een ongespecificeerde psychotische stoornis geclassificeerd. Binnen de [instelling] (vanaf 2014) is er geen zicht op betrokkenes belevingswereld.
In eerste instantie was betrokkene nog wel (functioneel) in contact, maar hij trok zich steeds meer terug. Betrokkene spreekt niet en er is geen samenwerking en geen zicht op zijn binnenwereld. Enkel vanuit het (beperkt) 'zichtbare' klinische toestandsbeeld kunnen hypotheses worden gesteld en aan de hand daarvan kan een bejegeningsstijl worden gehanteerd.
Er zijn eveneens enige aanwijzingen voor akoestische hallucinaties. Zo hoort betrokkene klopsignalen, heeft hij last van omgevingsgeluiden en zet hij muziek hard aan. Een behandeling middels antipsychotische medicatie is gestart maar heeft nog niet geleid tot meer zicht op de belevingswereld van betrokkene. Wel is hij meer in beeld en de aankomende periode zal de huidige behandeling gecontinueerd worden in de hoop
meer zicht op betrokkene te krijgen en daarmee ook meer zicht op de risico's te krijgen en hoe deze te managen. Omdat de kernproblematiek tot op heden onhelder is en betrokkene ogenschijnlijk vanuit het niets agressief (en in het verleden ernstig gewelddadig) gedrag kan vertonen naar anderen, wordt het recidiverisico als onverminderd hoog ingeschat. Daarom is betrokkene wat betreft risicohantering aangewezen op verblijf binnen een hoog beveiligde omgeving waarin 24-uurs zorg en begeleiding kunnen worden geboden. Vooralsnog worden er geen mogelijkheden gezien voor een ander perspectief dan verblijf binnen de LFPZ-voorziening onder het dwingende kader van de terbeschikkingstelling. Daarom wordt geadviseerd zowel de tbs-maatregel als ook de LFPZ-status te verlengen met de duur van twee jaren. In het aanvullend schrijven staat dat sinds het uitbrengen van het adviesrapport het gedragsmatig functioneren van betrokkene is verbeterd, de afzondering is opgeheven, betrokkene antwoord schriftelijk op vragen en lijkt prikkels beter te kunnen verdragen.
Ter zitting heeft de deskundige het rapport aangevuld, in die zin dat het meest waarschijnlijk is dat betrokkene lijdt aan een schizofrene stoornis. Sinds het uitbrengen van de rapportage heeft er een verandering bij betrokkene plaatsgevonden. Betrokkene leeft niet meer volledig in isolement en praat. Hij laat zich meer zien, bezoekt activiteiten die worden georganiseerd en komt naar de begeleiding toe, waardoor er wat samenwerking is ontstaan en er wat meer zicht is op zijn belevingswereld. Hoewel er geen incidenten zijn geweest valt het gedrag van betrokkene en het recidiverisico op dit moment niet goed in te schatten. Daarvoor is de verandering nog te pril. Er kunnen op dit moment nog geen grote vervolgstappen worden genomen. Daarvoor is zeker nog een periode van twee jaar nodig.
Uit het rapport van psycholoog Koudstaal blijkt dat zij ernstige en onafgebroken schizofrenie de meest waarschijnlijke diagnose acht. Zij schat het recidiverisico in als hoog. Het is duidelijk dat de visie van de kliniek is gewijzigd. De psychotische stoornis wordt als uitgangspunt genomen, adequate behandeling daarvan heeft prioriteit en er wordt stapsgewijs getoetst welke ontwikkelingsmogelijkheden er zijn. De psycholoog onderschrijft de huidige koers en raadt dringend aan om deze te blijven varen. Het afschalen van de maatregel is niet in zicht. Het advies van de psycholoog is om de tbs met twee jaar te verlengen.
Maatregel niet gemaximeerd
De rechtbank overweegt dat de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd in verband met een veroordeling voor een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het rapport van de kliniek en het rapport van psycholoog Koudstaal blijkt dat betrokkene lijdt aan een stoornis en het recidiverisico bij (voorwaardelijke) beëindiging van de maatregel wordt ingeschat als hoog.
Conclusie
De rechtbank overweegt dat er nog altijd sprake is van een stoornis en dat de risico’s op recidive onverminderd hoog zijn bij (voorwaardelijke) beëindiging van de maatregel. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel vereisen.
De rechtbank stelt, gezien genoemde adviezen en wat ter zitting is verhandeld, vast dat het niet te verwachten is dat binnen twee jaar gronden aanwezig zijn die een (voorwaardelijke) beëindiging van de terbeschikkingstelling rechtvaardigen. Integendeel, betrokkene verblijft nog in de LFPZ, de medicamenteuze dwangbehandeling is net gestart en er zal nog veel behandeling nodig zijn om het recidiverisico in te perken. Het recidiverisico bij het wegvallen van begeleiding en structuur wordt daarnaast nog steeds als hoog ingeschat.
Verlenging met één jaar zoals door de raadsvrouw bepleit met het oog op een eerder toetsmoment van de voortgang van de behandeling dan wel voor een positieve stimulans voor betrokkene acht de rechtbank niet geïndiceerd. Gelet op het rapport van psycholoog Koudstaal, de toelichting van de deskundige op zitting en het feit dat er sinds de dwangmedicatie enige samenwerking met betrokkene is ontstaan en de kliniek wat meer zicht op de belevingswereld van betrokkene heeft, gaat de rechtbank er vanuit dat de kliniek zo voortvarend mogelijk te werk zal gaan en de stappen zullen worden gezet die mogelijk zijn in de behandeling van betrokkene.
De maatregel zal worden verlengd met een periode van 2 (twee) jaren.

De beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]met
2 (twee) jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.T.G. van Wandelen, als voorzitter, mr. J.M.J.M. Doon en mr. M.G.E. ter Hart, als rechters in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 december 2025.