Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van de man, met bijlage, ontvangen op 11 september 2024;
- het exploot van betekening van 16 september 2024;
- het verweerschrift van de vrouw, ontvangen op 25 november 2024;
- het aanvullend verzoekschrift van de man, met bijlagen, ontvangen op 9 december 2024;
- het aangevuld en geconcretiseerd petitum van de man, ontvangen op 24 december 2024;
- het (aanvullend) verweerschrift van de vrouw, met bijlagen, ontvangen op 16 januari 2025;
- de akte houdende overlegging producties tevens aanvulling van verzoeken van de vrouw, met bijlagen, ontvangen op 5 maart 2025;
- het nader verweerschrift tevens overlegging nadere producties en aanvulling/wijziging van het verzoek van de man, met bijlagen, ontvangen op 3 april 2025;
- de akte houdende vermeerdering van het verzoek, tevens overlegging producties van de vrouw, met bijlagen, ontvangen op 2 oktober 2025;
- het formulier verdelen en verrekenen van de vrouw, ontvangen op 6 oktober 2025;
- de brief met bijlagen van de man, ontvangen op 9 oktober 2025.
2.De feiten
3.Wat ligt voor?
€ 515.000, enkel en alleen indien de woning alsdan binnen twee maanden na afgifte van de beschikking aan de vrouw wordt geleverd met gelijktijdig ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid ter zake de hypothecaire geldlening en voldoening van de helft van de overwaarde per datum toedeling, zulks met oplegging van een dwangsom van € 250 per dag voor elke dag dat de woning later dan twee maanden na afgifte van de beschikking aan de vrouw wordt geleverd en de man wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid terzake de hypothecaire geldlening en de helft van de overwaarde aan hem per datum toedeling wordt uitgekeerd, en waarbij bij een latere toedeling eerst een nieuwe taxatie dient plaats te vinden;
primair:toedeling van de inboedel in en rondom de echtelijke woning en de garage aan de man indien de woning aan hem wordt toegedeeld, tegen voldoening door de man van de volledige lening van partijen bij de moeder van de vrouw ten bedrage van € 5.000 dan wel;
€ 65.000 aan de man dient te betalen, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, zijnde de helft van de waarde van de onderneming;
primairte bepalen dat de vrouw aan de man dient te voldoen de helft van de premie van de woonverzekering van € 56,28 per maand vanaf oktober 2024 tot de datum van verlaten van de woning door de vrouw dan wel toedeling van de woning aan haar, en dat de vrouw aan de man dient te voldoen een bedrag van € 772,28 voor de premies van de overlijdensrisicoverzekering over de periode juni 2024 tot en met oktober 2025, te vermeerderen met € 32,34 per maand vanaf november 2025 totdat de verzekeringen zijn opgezegd dan wel door één van partijen zijn voortgezet;
primair:(te bepalen dat) de vrouw vanaf oktober 2024 tot de toedeling van de woning aan één van partijen voor betaling van de volledige lasten van de echtelijke woning zal zorgdragen en partijen bij toedeling over en weer zullen afrekenen de helft van de overwaarde van de woning, waarbij de hoogte van de hypothecaire geldlening per datum levering aan één van partijen zal worden meegenomen;
4.De beoordeling
Echtscheiding
- de onderwaterscooters van het merk Suex;
- de navolgende bankrekeningen op naam van de man:
Financiële mogelijkheden
Gedragingen van partijen
Vertrek van de man uit de woning en de woonlasten
Alternatieve woonruimte
Medische problematiek van de man
Ligging van de woning en omgeving
Conclusie
schuingedruktstaan genoemd in productie 36 van de vrouw, privé-eigendommen van de een of de ander zijn en dus niet hoeven te worden verdeeld. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
[rekeningnummer 1]
[rekeningnummer 2]
[rekeningnummer 3]
[rekeningnummer 4]
[rekeningnummer 5]
[rekeningnummer 6]
€ 282,63. Hieruit blijkt niet dat het bedrag van € 15.277 nog onderdeel uitmaakte van het saldo van de bankrekening op de huwelijksdatum. De rechtbank ziet daarom geen reden om het banksaldo op de huwelijksdatum te corrigeren.
[rekeningnummer 7]
[rekeningnummer 8]
[rekeningnummer 9]
- het saldo op de bankrekening [rekeningnummer 1] op de huwelijksdatum ( [huwelijksdatum] );
- het saldo op de bankrekening [rekeningnummer 8] op de huwelijksdatum ( [huwelijksdatum] ) en op de peildatum (11 september 2024);
- het saldo op de bankrekening [rekeningnummer 9] op de huwelijksdatum ( [huwelijksdatum] ) en op de peildatum (11 september 2024).
- [rekeningnummer 13] ;
- [rekeningnummer 14] ;
- [rekeningnummer 15] ;
- [rekeningnummer 16] .
€ 26.626 bedraagt, te vermeerderen met € 1.940 vanwege het onderhanden werk per de peildatum (na aftrek van de fiscale latentie van 50%). De waarde van de onderneming bedraagt daarom volgens de vrouw € 28.566. Volgens de man kan de waarde van de onderneming echter niet worden vastgesteld aan de hand van de tussentijdse cijfers. Hierin wordt de inventaris voor een te laag bedrag meegenomen (boekhoudkundige waarde in plaats van actuele waarde). Verder worden er privé onttrekkingen van in totaal € 127.361 opgevoerd en in mindering gebracht op het zichtbare eigen vermogen. De privé onttrekkingen hebben volgens de man een excessief karakter, staan niet in verhouding tot het uitgavenpatroon van de vrouw/partijen tijdens het huwelijk en de privéonttrekkingen in 2023 en zijn bovendien niet onderbouwd door de vrouw. De man heeft de vrouw al voor de zitting verzocht om de bankafschriften van alle rekeningen van de onderneming in het geding te brengen om de privéopnamen te duiden. Dit heeft de vrouw nagelaten. De man heeft de indruk dat de vrouw tot aan de peildatum bewust vele privéonttrekkingen heeft gedaan om de waarde van de onderneming te drukken. Gelet op het resultaat van de onderneming in 2023 en 2024 (tot de peildatum) van € 74.219 respectievelijk € 85.904 zou de onderneming volgens de man ruim € 130.000 waard moeten zijn. Een alternatieve veelgebruikte waarderingsmethode is de DCF-methode. Dan komt de waarde volgens de man uit op
Correctie in verband met afschrijving op inventaris
Correctie in verband met de privéonttrekkingen
€ 31.500 aan de onderneming heeft onttrokken als reservering voor de inkomstenbelasting en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw over 2024. Het bedrag van € 31.500 stond op de peildatum op haar privé bankrekening met nummer [rekeningnummer 10] en wordt bij de verdeling van de banksaldi meegenomen Dit betekent dat de rechtbank geen aanleiding ziet om deze bedragen (€ 27.975 en € 31.500 = € 59.475) te corrigeren.
€ 101.108 heeft kunnen onderbouwen, en een deel van € 26.026 niet. Dit had op grond van het excessieve karakter en de gemotiveerde betwisting door de man wel op haar weg gelegen. Om die reden zal dit bedrag worden gecorrigeerd op het eigen vermogen.
Correctie in verband met onderhanden werk
€ 1.940 bedroeg, is echter gemotiveerd door de man betwist. Bij gebrek aan een nadere onderbouwing door de vrouw ziet de rechtbank aanleiding om ook op dit punt een correctie toe te passen. Gelet op de verklaring van de vrouw ter zitting dat zij per dag € 679 factureert, en rekening houdend met een gemiddelde werkweek van vijf dagen, gaat de rechtbank er vanuit dat de vrouw op de peildatum van 11 september 2024 acht werkdagen nog niet had gedeclareerd. De rechtbank schat het onderhanden werk op de peildatum daarom op (8 x
€ 679 =) € 5.432. Rekening houdend met het IB tarief van de hoogste schijf van 51% bedraagt het onderhanden werk op de peildatum (€ 5.432 x 0,49 =) € 2.662.
Conclusie
Nadeelcompensatie
Gebruiksvergoeding
Maandelijkse aflossingen hypotheek
Premies van de overlijdensrisicoverzekering
Premies van de woonverzekering
Eindafrekening Oxxio
Gemeentelijke belastingen en lokale belastingen (BSR)
€ 957,47 geheel voor haar rekening heeft genomen, heeft zij op grond van artikel 6:10 BW een regresvordering op de man. De man dient daarom de helft daarvan (€ 478,74) aan de vrouw te vergoeden. De post ‘rioolheffing gebruiker’ komt alleen voor rekening van de vrouw, omdat zij de afgelopen periode alleen in de woning heeft verbleven. Dat de vrouw zou zijn aangeslagen voor een meerpersoonshuishouden, omdat de man nog wel ingeschreven stond op het adres van de echtelijke woning, kan de rechtbank niet uit de overgelegde specificatie afleiden.
€ 254,31 =) € 733,05 aan de vrouw moet betalen.
Het bedrag van € 1.000,22
5.De beslissing
de taxatiewaarde minus de hypotheekschuld op het moment van de notariële levering van de woning, aan de vrouw zal vergoeden;
- het saldo op de bankrekening [rekeningnummer 1] op de huwelijksdatum ( [huwelijksdatum] );
- het saldo op de bankrekening [rekeningnummer 8] op de huwelijksdatum ( [huwelijksdatum] ) en op de peildatum (11 september 2024);
- het saldo op de bankrekening [rekeningnummer 9] op de huwelijksdatum ( [huwelijksdatum] ) en op de peildatum (11 september 2024);
- banksaldi in de periode vanaf 1 april 2024 tot aan de peildatum van de hiervoor genoemde bankrekeningen: