Uitspraak
1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidPOULTRYPLUS B.V.,
2. de maatschap
[gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz], h.o.d.n. [bedrijf] ,
de maatschap
[gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz], h.o.d.n. [bedrijf] ,
[gedaagde sub 2 in vrijwz],
[gedaagde sub 3 in vrijwz],
1.De procedure in de hoofdzaak
2.De procedure in de vrijwaringszaak
3.De feiten
5. Levering, afwijking aantallen en verhouding haankuikens/henkuikens1. Bij levering Franco zijn de goederen voor rekening en risico van Afnemer op het moment van lossen.
De door [naam 1] ingeschakelde dierenarts heeft na een test vastgesteld dat de hennen waren besmet met Micoplasma Galecepticum (hierna: MG). Dierengezondheid Vlaanderen heeft deze conclusie in januari 2022 bevestigd.
4.Het geschil
a. [gedaagden in hfdz] hoofdelijk, althans voor gelijke delen, althans PoultryPlus en/of [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 531.216,59, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf van 25 november 2024, althans vanaf 28 januari 2025,
a. PoultryPlus voert aan dat Geldof op grond van de algemene voorwaarden de opfokhennen bij aflevering had moeten (laten) controleren. [naam 1] heeft de hennen op 6 december 2021 goedgekeurd. Met MG besmette kippen kunnen last hebben van benauwdheid, hoesten, niezen en een loopneus. Indien de hennen bij aflevering besmet zouden zijn met MG dan is dat een van buitenaf waarneembaar gebrek. Geldof had dan ook op grond van artikel 7.1 van de algemene voorwaarden binnen 24 uur na levering van de hennen aan [naam 1] bij haar moeten klagen over de hennen. Door eerst na 7 weken te klagen is het recht van Geldof om zich te beroepen op non-conformiteit vervallen.
[gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] heeft de hennen voor de levering aan [naam 1] gecontroleerd en heeft toen geen besmetting aangetroffen. Het is vanwege het tijdsverloop tussen de controle van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] voorafgaand aan de levering en de levering aan [naam 1] aannemelijker dat de besmetting heeft plaatsgevonden na de levering van de hennen aan [naam 1] door omstandigheden is en om het bedrijf van [naam 1] .
Bovendien heeft zij aan alle voorschriften voldaan, zodat haar geen verwijt treft indien zou komen vast te staan dat de hennen op 29 november 2021 bij aflevering aan [naam 1] in de kiem waren besmet waren met MG.
5.De beoordeling
Geldof verwijst hiervoor naar de considerans bij Rome II onder 17, waarin het volgende wordt vermeld: “
Het toepasselijke recht moet worden bepaald volgens de plaats waar de schade zich voordoet, ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen. Ingeval van letselschade en vermogensschade moet bijgevolg het land waar het letsel of de materiële schade is opgelopen, gelden als het land waar de schade zich voordoet.”
Weliswaar is de lex loci delicti commissie in nagenoeg alle lidstaten het basisbeginsel met betrekking tot niet-contractuele verbintenissen, maar indien de elementen van de zaak verspreid zijn over meerder lidstaten, leidt de concrete toepassing van dit principe niettemin tot verschillende oplossingen. Dit zorgt voor rechtsonzekerheid.”
De rechtbank zal Nederland dan ook aanmerken als de plaats waar de schade zich voordoet en de aansprakelijkheid van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] dan ook beoordelen naar Nederlands recht.
5.18. Geldof wist op grond van de tussen haar en PoultryPlus gesloten overeenkomst dat PoultryPlus de door haar gekochte hennen niet zelf zou leveren, maar dat [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] de door PoultryPlus van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] gekochte hennen zou leveren aan [naam 1] . Het had dan ook op de weg van Geldof gelegen om er voor zorg te dragen om de hennen bij aflevering of uiterlijk op de vijfde werkdag na aflevering op grondige en deskundige wijze te (laten) onderzoeken, zoals is vastgelegd in artikel 7.1. jo artikel 7.5.van de algemene voorwaarden van PoultryPlus. Gesteld noch gebleken is dat Geldof daarvoor zorg heeft gedragen In deze procedure staat vast dat [naam 1] de hennen op 6 december 2021 enkel visueel heeft onderzocht, waarna [naam 1] de hennen heeft goedgekeurd. Het enkele visueel inspecteren voldoet niet aan de eis dat bij aflevering de dieren op grondige en deskundige wijze onderzocht dienden te worden. Dit klemt te meer nu dat onderzoek op zeer goedkope en snelle wijze had kunnen plaatsvinden met behulp van de zogenoemde PCR-test, die nota bene in België destijds zelfs was voorgeschreven. Zou die test wel zijn uitgevoerd, dan had een eventuele besmetting met de MG-bacterie vrijwel direct kunnen worden aangetoond, zelfs in het geval dat de hennen op het moment van keuring geen uiterlijk waarneembare verschijnselen van enige besmetting zouden hebben vertoond.
Vast staat dat Geldof eerst halverwege januari 2022 bij PoultryPlus heeft geklaagd over het feit dat de hennen besmet waren met de MG-bacterie.
Het recht van Geldof om zich erop te beroepen dat de hennen niet aan de tussen haar en PoultryPlus gesloten overeenkomst voldoen, is op grond van het bepaalde in artikel 7 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden van PoultryPlus dan ook vervallen.
PoultryPlus heeft in de onderhavige procedure aan de hand van twee verklaringen van deskundigen dit oordeel van de Onderzoeksrechtbank gemotiveerd weerlegd. Geldof heeft in reactie daarop een brief van [naam 4] overgelegd d.d. 21 oktober 2025 waarin het oordeel van de door PoultryPlus geraadpleegde deskundigen wordt tegengesproken. Dit betekent dat aan een onderzoek van een door de rechtbank te benoemen deskundige niet te ontkomen valt.
Indien die aansprakelijk zou komen vast te staan, wordt het volgende overwogen.
€ 531.216,59 waartoe zij door de Ondernemingsrechtbank is veroordeeld, aan [naam 1] heeft betaald.
De rechtbank heeft ter zitting reeds laten weten dat zij uitgaat van de juistheid van de door de advocaat gegeven verklaring.
“
1. Bepalingen van bijzonder dwingend recht zijn bepalingen aan de inachtneming waarvan een land zoveel belang hecht voor de handhaving van zijn openbare belangen zoals zijn politieke, sociale of economische organisatie, dat zij moet worden toegepast op elk geval dat onder de werkingssfeer ervan valt, ongeacht welk recht overeenkomstig deze verordening overigens van toepassing is op de overeenkomst.
Het is aan de rechter aan wie de zaak wordt voorgelegd om te beoordelen of sprake is van een bepaling van bijzonder dwingend recht.
5.33. Geldof heeft ter onderbouwing van haar stelling dat de B2B-wet een regel is van bijzonder dwingend recht in de inleidende dagvaarding onder randnummer 55 de volgende passages uit de Belgische parlementaire voorbereiding met betrekking tot de B2B-wet geciteerd:
“
De bepalingen voorgesteld in de verschillende amendementen zijn beschermingsbepalingen die tot doel hebben de publieke economische orde te reguleren. Dergelijke wettelijke bepalingen zijn van dwingend recht en behoren tot wat gemeenzaam de categorie der “politiewetten” wordt genoemd. (…) Er dient in dit opzicht gewezen te worden op artikel 9 van Pro de Rome I-verordening die het heeft over bepalingen van bijzonder dwingend recht. Bepalingen van bijzonder dwingend recht primeren over de bepalingen waarvan de toepassing hetzij voortvloeit uit de rechtskeuze van partijen, hetzij, bij afwezigheid van een dergelijke keuze, de normale ”lex contractus”(doorgaans het recht van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie van de overeenkomst moet verrichten, haar gewone verblijfplaats heeft). Ook hier kan dus niet “contractueel” afgeweken worden van deze bepalingen van bijzonder dwingend recht.”
Overwegingen van algemeen belang rechtvaardigen dat de rechters van de lidstaten zich in uitzonderlijke omstandigheden kunnen beroepen op rechtsfiguren zoals de exceptie van openbare orde en op bepalingen van bijzonder dwingend recht. Het begrip “bepalingen van bijzonder dwingend recht” moet worden onderscheiden van de uitdrukking “bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken”, en dient met meer terughouding te worden gebezigd.”
De jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU is daarmee in lijn.
Dit betekent dat naar het oordeel van de rechtbank de bepalingen van de B2B-wet niet kunnen worden aangemerkt als bepalingen van bijzonder dwingend recht die ongeacht het van toepassing zijnde recht op de betreffende overeenkomst altijd zouden moeten worden toegepast door de rechter aan wie de betreffende zaak ter behandeling wordt voorgelegd.
5.43. De B2B-wet moet -zoals hiervoor is overwogen- worden aangemerkt als een privaatrechtelijke beschermingsmaatregel.
In het onderhavige geval is echter naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van de situatie dat Geldof zich als koper van de hennen ten opzichte van PoultryPlus in een zodanig economisch afhankelijke positie bevindt en dat Geldof daardoor bescherming zou moeten worden geboden tegen het door PoultryPlus inroepen van bepalingen die haar aansprakelijkheid uitsluiten dan wel beperken. Het enkele feit dat Geldof stelt dat het voor haar niet mogelijk is om met PoultryPlus een overeenkomst te sluiten zonder toepassing van de voorwaarden van PoultryPlus of met toepassing van eigen inkoopvoorwaarden is daartoe onvoldoende. Gesteld noch gebleken is immers dat PoultryPlus de enige partij is met wie Geldof zaken kan doen.
Daarbij komt dat PoultryPlus toen zij de overeenkomst met Geldof sloot niet bedacht behoefde te zijn op toepassing van artikel VI. 91/5 WER in het geval dat zij in een procedure voor de Nederlandse rechtbank zou worden betrokken. Dit alles wordt niet anders doordat bij toepassing van artikel VI. 91/5 WER de exoneratieclausules behoudens tegenbewijs worden vermoed onwettig te zijn. Deze bepaling zet PoultryPlus immers in beginsel op achterstand ten opzichte van de koper van de hennen.
Het belang bij toepassing van het Nederlands recht weegt in het onderhavige geval dan ook zwaarder dan het belang van de Belgische staat bij toepassing van artikel VI.91/5 WER.
Geldof voert daartoe -naast het hiervoor gepasseerde beroep op artikel VI. 91/5 WER- het volgende aan.
Indien de verkoper zijn aansprakelijkheid volledig kan uitsluiten, bestaat er voor de verkoper geen enkele stimulans om alle middelen aan te wenden om enige ziekte van de hennen te voorkomen, terwijl de koper geen controle heeft over op de toeleveringsketen. De koper is volledig afhankelijk van de zorgvuldigheid van de verkoper. Indien de verkoper zich volledig van zijn verantwoordelijkheid kan ontdoen, wordt de koper onevenredig benadeeld. Zij heeft voor de hennen aan PoultryPlus een bedrag van in totaal € 290.062,35 betaald. Het betrof 3 facturen. De beperking van de aansprakelijkheid tot een maximum van € 15.000,-- per factuur creëert hier een kennelijke onevenwichtigheid.
PoultryPlus is een dochteronderneming van ForFarmers Group N.V., qua persooneels-omvang en jaarlijkse omzet (van bijna 3 miljard euro) een heel grote speler in de markt waarin zij opereert. Geldof is in vergelijking daarmee een hele kleine speler in de markt. In het verleden speelde er tussen haar en PoultryPlus wel eens wat bij de nakoming van een overeenkomst, maar dat werd altijd in goed overleg opgelost, zonder dat een beroep werd gedaan op algemene voorwaarden met draconische exoneratiebedingen, zodat zij daarop nu niet bedacht was. Zij is ook niet bij machte om bij PoultryPlus af te nemen met het buiten toepassing stellen van de algemene voorwaarden of onder toepasselijkheid van eigen inkoopvoorwaarden. Zij was niet bedacht op het voorschrift van artikel 6:247 a lid 2 BW dat het voor haar onmogelijk maakt op een beroep te doen op reflexwerking van de Nederlandse “zwarte lijst”, en zelfs niet op het onredelijk bezwarend zijn van het exoneratiebeding. Zij legt zich toe op de verkoop van broedeieren. Zij neemt die af van vermeerderingsbedrijven, zoals die van [naam 1] . [naam 1] heeft niet de contacten en/of de mogelijkheden om hennen te kopen en daarom doet Geldof dat voor [naam 1] .
5.49. Een gebrek aan kennis van het Nederlandse recht aan de zijde van Geldof, is voor de rechtbank geen valide reden om daarmee in het voordeel van Geldof rekening te houden.
Artikel 7 lid 7 van Pro de algemene voorwaarden, waarin is bepaald dat na aflevering en keuring van de goederen PoultryPlus niet aansprakelijk is voor tekortkomingen aan de geleverde goederen, is daarmee in lijn met het vorenstaande.
5.53. De koper kan haar risico dan ook ondervangen door de hennen na ontvangst spoedig grondig en deskundig te (laten) onderzoeken op aanwezigheid van besmetting, zodat zij PoultryPlus bij geconstateerde besmetting daarop kan aanspreken. Die keuringsmogelijkheid is in de artikel 7 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden van PoultryPlus vastgelegd en geformuleerd als een verplichting voor de koper. Deze bepaling dient het belang van PoultryPlus om niet na geruime tijd voor klachten over de gezondheid van de hennen te worden aangesproken. Met de snelheid waarmee een bacterie maar ook een virus onder pluimvee kan worden verspreid, is het voor PoultryPlus in dat geval immers welhaast onmogelijk om succesvol als verweer aan te voeren dat de hennen bij aflevering niet besmet waren.
Naar het oordeel van de rechtbank is het in het licht van hetgeen hiervoor is verwogen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar dat PoultryPlus, nu de schade niet door haar aansprakelijkheidsverzekeraar wordt gedekt, een beroep doet op de in de algemene vooraarden vastgelegde beperkte omvang van de te vergoeden schade.
Dit wordt niet anders door de stelling van Geldof dat PoultryPlus ten opzichte van haar als een hele grote onderneming moet worden aangemerkt. Het mag zo zijn dat ter zitting is gebleken dat de jaaromzet van PoultryPlus veel hoger is dan die van Geldof, maar dat rechtvaardigt nog niet de conclusie dat Geldof, een bedrijf met een omzet van tientallen miljoenen per jaar, onevenredig hard wordt getroffen doordat zij haar schade niet op PoultryPlus kan verhalen.
Het is niet aanvaardbaar als PoultryPlus van deze proceshouding van Geldof in een procedure waarin zij geen partij was, ten opzichte van Geldof het nadeel zou ondervinden als zij haar aansprakelijkheidsbeperking niet aan Geldof zou mogen tegenwerpen.
PoultryPlus is in de procedure bij de Ondernemingsrechtbank van [naam 1] tegen Geldof weliswaar door Geldof in vrijwaring opgeroepen, maar ter zitting heeft PoultryPlus onweersproken aangevoerd dat zij in die procedure niet aan het woord is gekomen en zij Geldof dus niet kon ondersteunen in haar verweer.
De rechtbank komt dus niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering in de vrijwaringsprocedure en wijst deze vordering af.