Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2025:11634

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
448679
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2a BWArt. 6:119 BWArt. 6:247a BWArt. 10:7 BWArt. 1 lid 1 Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens te late klacht en geldige aansprakelijkheidsbeperking bij besmette leghennen

Geldof, een Belgisch bedrijf, kocht leghennen via PoultryPlus, een Nederlands bedrijf, die besmet bleken met de bacterie Mycoplasma Galecepticum (MG). Geldof werd in België veroordeeld tot schadevergoeding aan de koper van de hennen en vorderde vervolgens vergoeding van PoultryPlus en de leverancier van de hennen.

De rechtbank oordeelde dat Geldof de hennen niet tijdig had gekeurd en te laat had geklaagd, waardoor het recht op non-conformiteit verviel. De aansprakelijkheidsbeperking in de algemene voorwaarden van PoultryPlus werd als geldig en niet onredelijk beoordeeld, ondanks het beroep van Geldof op Belgisch dwingend recht.

De vordering tegen de leverancier van de hennen werd eveneens afgewezen wegens ontbreken van bewijs dat de hennen bij levering besmet waren en het ontbreken van bijkomende omstandigheden voor onrechtmatige daad. De proceskosten werden aan Geldof opgelegd. De vrijwaringsvordering van PoultryPlus tegen de leverancier werd afgewezen wegens gebrek aan grondslag.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Geldof af wegens te late klacht en bevestigt de geldigheid van de aansprakelijkheidsbeperking in de algemene voorwaarden van PoultryPlus.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer hoofdzaak: C/05/448679 / HZ ZA 25-61 en zaaknummer vrijwaringszaak: C/05/453428/ HZ ZA 25-167
Vonnis van 24 december 2025
in de hoofdzaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Belgisch recht
GELDOF POULTRY PRODUCTS B.V.,
gevestigd te Menen (België),
eisende partij,
hierna te noemen: Geldof,
advocaat: mr. C.W. Houtman,
tegen

1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidPOULTRYPLUS B.V.,

gevestigd te Lochem,
advocaat: mr. S.C. Kniestedt,
2. de maatschap
[gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz], h.o.d.n. [bedrijf] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden in hfdz] ,
advocaat: mr. F.W.H. Weelen,
en
in de vrijwaringszaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
POULTRYPLUS B.V.,
gevestigd te Lochem,
eisende partij,
hierna te noemen: PoultryPlus,
advocaat: mr. S.C. Kniestedt,
tegen
1.
de maatschap
[gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz], h.o.d.n. [bedrijf] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2.
[gedaagde sub 2 in vrijwz],
wonende te [woonplaats] ,
3.
[gedaagde sub 3 in vrijwz],
wonende te [woonplaats] ,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TIENG B.V.,
gevestigd te Someren,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen [gedaagden in vrijwz]
advocaat: mr. F.W.H. Weelen.

1.De procedure in de hoofdzaak

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 27 augustus 2025
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 3 november 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De procedure in de vrijwaringszaak

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 27 augustus 2025
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 3 november 2025.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Geldof exploiteert een onderneming die zich bezig houdt met het verhandelen van broedeieren en eendagskuikens.
3.2.
PoultryPlus exploiteert een onderneming die actief is op het leveren van vleeskuiken-ouderdieren.
3.3.
[gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] exploiteert een onderneming die zich bezig houdt met het opfokken en vermeerderen van vleeskuiken-ouderdieren.
3.4.
Geldof heeft op 2 juni 2021 een overeenkomst gesloten met [naam 1] (hierna: [naam 1] ) op grond waarvan Geldof circa 25.000 opfokhennen (hierna: de hennen) en een aantal hanen aan [naam 1] zou leveren. [naam 1] is woonachtig in België. [naam 1] heeft de door Geldof aan hem gefactureerde bedrag ad € 307.476,04 inclusief 6% BTW betaald.
3.5.
Geldof heeft op dezelfde dag de aan [naam 1] verkochte kippen ingekocht bij PoultryPlus. Daarbij is afgesproken dat de dieren zouden worden afgeleverd bij [naam 1] .
3.6.
Op de koopovereenkomst met PoultryPlus zijn de algemene voorwaarden van PoultryPlus van toepassing. De algemene voorwaarden bevatten onder meer de volgende bepalingen:

5. Levering, afwijking aantallen en verhouding haankuikens/henkuikens1. Bij levering Franco zijn de goederen voor rekening en risico van Afnemer op het moment van lossen.
(…)
7. Onderzoeksplicht, reclame en keuring
1. Afnemer dient bij aflevering op grondige en deskundige wijze te onderzoeken of de goederen aan de Overeenkomst beantwoorden. Afnemer dient PoultrvPlus van ernstige gebreken die direct bij aflevering van de goederen waarneembaar zijn binnen 24 uur na aflevering, schriftelijk en gemotiveerd kennis te geven.
Gebreken die gemakkelijk en op de korte termijn kunnen worden hersteld, dienen uiterlijk binnen drie werkdagen na aflevering schriftelijk en gemotiveerd door Afnemer te worden gemeld aan PoultryPlus. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht van reclame voor Afnemer.
2. In dien reclames niet tijdig schriftelijk kenbaar zijn gemaakt, wordt Afnemer geacht akkoord te zijn met de geleverde goederen en/of diensten.
3. (..)
4. (...)
5. Bij aflevering, of in onderling overleg op een later tijdstip, maar uiterlijk de vijfde werkdag na aflevering worden de goederen gekeurd. Afnemer is verplicht om hieraan zijn medewerking te verlenen. De keuring wordt uitgevoerd door een werknemer van PoultryPlus of een door PoultryPlus ingeschakelde derde en (een ingeschakelde derde door) Afnemer aan de hand van het door PoultryPlus ter beschikking gestelde keuringsformulier. Ingeval van verschil in opvattingen is de visie van een werknemer van PoultryPlus of een door PoultryPlus ingeschakelde derde doorslaggevend.”
(…)
7. Na aflevering en keuring van de goederen is PoultryPlus niet aansprakelijk voor tekortkomingen aan de geleverde goederen.
(…)10. Aansprakelijkheid
1. Mocht in verband met de uitvoering van een met PoultryPlus gesloten Overeenkomst schade ontstaan, dan is PoultryPlus niet aansprakelijk voor de schade indien deze is ontstaan door:
(..)
2. Indien de schade is veroorzaakt door een gebrekkig goed als geleverd door PoultryPlus of door een door PoultryPlus in rekening gebrachte gebrekkige dienst of advies, dan is de aansprakelijkheid van PoultiyPlus beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval uit hoofde van door haar gesloten aansprakelijkheidsverzekering(en) wordt uitgekeerd, vermeerderd met het bedrag van het eigen risico dat volgens de polisvoorwaarden niet ten laste van verzekeraars komt. Indien, om welke reden dan ook, geen verzekeringsuitkering plaatsvindt, is de aansprakelijkheid van PoultryPlus beperkt tot ten hoogste de factuurwaarde van het desbetreffende goed c.q. dienst of advies, echter met een maximum van € 15.000,-.
(…)11. Diversen en toepasselijk recht
1. De nietigheid c.q. het onverbindend zijn van een bepaling van de Overeenkomst heeft niet tot gevolg dat de Overeenkomst in haar geheel nietig c.q. onverbindend is. In plaats van de nietige of ongeldige bepaling zullen partijen een passende regeling overeenkomen, die de bedoeling van partijen en het door hen nagestreefde economische resultaat op juridisch effectieve wijze zo dicht mogelijk benadert.
2. De administratie van ForFarmers Nederland strekt tot volledig bewijs, behoudens tegenbewijs van Afnemer.
3. Op alle overeenkomsten met ForFarmers Nederland is Nederlands recht van toepassing. Een beroep op de bepalingen van het Weens Koopverdrag wordt uitgesloten. De bevoegde rechter in het arrondissement Zutphen is bevoegd van geschillen kennis te nemen. ForFarmers Nederland behoudt zich echter het recht voor om de contractspartij aan haar hoofdvestigingsadres te dagvaarden).”
3.7.
PoultryPlus heeft 25.068 hennen alsmede 2.496 hanen gekocht van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] .
3.8.
[gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] heeft de hennen en de hanen op 29 november 2021 afgeleverd bij [naam 1] .
3.9.
[gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] heeft bij levering de hennen onderworpen aan een visuele inspectie. [naam 1] heeft 25.031 hennen en 2491 hanen goedgekeurd.
3.10.
De aan [naam 1] geleverde hennen vertoonden op 24 december 2021 voor het eerst ziektesymptomen.
De door [naam 1] ingeschakelde dierenarts heeft na een test vastgesteld dat de hennen waren besmet met Micoplasma Galecepticum (hierna: MG). Dierengezondheid Vlaanderen heeft deze conclusie in januari 2022 bevestigd.
3.11.
MG is niet gevaarlijk voor de mens, maar broedeieren van besmette hennen mogen niet ingelegd of uitgebroed worden. De hennen zijn op 3 februari 2022 noodgedwongen geruimd (vernietigd).
3.12.
[naam 1] heeft jegens Geldof een procedure aanhangig gemaakt bij de Ondernemingsrechtbank Gent-afdeling Kortrijk (hierna: de Ondernemingsrechtbank), waarbij zij heeft gevorderd om Geldof te veroordelen tot terugbetaling van een gedeelte van de koopprijs alsmede tot betalen van vervangende schadevergoeding. In die procedure heeft Geldof PoultryPlus in vrijwaring opgeroepen en heeft PoultryPlus op haar beurt [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] in ondervrijwaring opgeroepen.
De Ondernemingsrechtbank heeft bij vonnis van 30 september 2024 Geldof veroordeeld om aan [naam 1] te betalen een bedrag van € 531.216,59.
De Ondernemingsrechtbank heeft zich in dat vonnis onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de vordering in vrijwaring van Geldof tegen PoultryPlus en heeft de vordering van PoultryPlus jegens [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] ongegrond verklaard.
3.13.
De aan de veroordeling van Geldof ten grondslag liggende overwegingen van de Ondernemingsrechtbank laten zich als volgt kort samenvatten:
-in Nederland was vanaf november 2021 een toename van uitbraken van MG, waarbij meerdere bedrijven in Weert en Someren besmet raakten met MG;
-Poulpharm en Dierengezondheidszorg Vlaanderen hebben in januari 2022 geconstateerd dat de hennen van [naam 1] waren besmet met MG;
- met aan redelijke mate van zekerheid staat vast dat de hennen die op 29 november 2021 door [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] aan [naam 1] zijn geleverd gebrekkig waren door een besmetting met MG.

4.Het geschil

in de hoofdzaak
4.1.
Geldof vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
a. [gedaagden in hfdz] hoofdelijk, althans voor gelijke delen, althans PoultryPlus en/of [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 531.216,59, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf van 25 november 2024, althans vanaf 28 januari 2025,
b. [gedaagden in hfdz] hoofdelijk, althans voor gelijke delen, althans PoultryPlus en/of [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] veroordeelt in de [beslagkosten en in de] kosten van het geding alsmede in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.
Geldof legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag.
De hennen waren bij aflevering aan [naam 1] besmet met MG. Daardoor konden de hennen niet worden gebruikt voor het doel waarmee deze waren aangekocht. De hennen voldeden niet aan de overeenkomst. PoultryPlus is toerekenbaar tekort geschoten en is verplicht om de schade die zij daardoor heeft geleden aan haar te vergoeden. De schade bestaat uit het bedrag van € 531.216,59 dat zij op grond van het vonnis van de Ondernemingsrechtbank aan [naam 1] heeft betaald.
4.3.
[gedaagden in hfdz] voeren verweer.
a. PoultryPlus voert aan dat Geldof op grond van de algemene voorwaarden de opfokhennen bij aflevering had moeten (laten) controleren. [naam 1] heeft de hennen op 6 december 2021 goedgekeurd. Met MG besmette kippen kunnen last hebben van benauwdheid, hoesten, niezen en een loopneus. Indien de hennen bij aflevering besmet zouden zijn met MG dan is dat een van buitenaf waarneembaar gebrek. Geldof had dan ook op grond van artikel 7.1 van de algemene voorwaarden binnen 24 uur na levering van de hennen aan [naam 1] bij haar moeten klagen over de hennen. Door eerst na 7 weken te klagen is het recht van Geldof om zich te beroepen op non-conformiteit vervallen.
Het staat niet vast dat de hennen bij levering aan [naam 1] besmet waren met MG. Het enkele feit dat de Ondernemingsrechtbank met een redelijke mate van zekerheid bewezen acht dat de hennen op 29 november 2021 besmet waren met MG, kan Geldof niet baten. Naar Nederlands recht dient Geldof aan te tonen dat de hennen bij levering besmet waren met MG. In dat bewijs is Geldof niet geslaagd. In de Belgische procedure heeft Geldof onvoldoende verweer gevoerd. Uit de door [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] overgelegde schriftelijke verklaringen van pluimveedierenarts [naam 2] d.d. 15 april 2025 en dierenarts [naam 3] d.d. 3 mei 2025 is het veeleer met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid aannemelijk dat de hennen bij aflevering aan [naam 1] niet waren besmet met MG.
[gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] heeft de hennen voor de levering aan [naam 1] gecontroleerd en heeft toen geen besmetting aangetroffen. Het is vanwege het tijdsverloop tussen de controle van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] voorafgaand aan de levering en de levering aan [naam 1] aannemelijker dat de besmetting heeft plaatsgevonden na de levering van de hennen aan [naam 1] door omstandigheden is en om het bedrijf van [naam 1] .
Zij betwist dat Geldof het bedrag waartoe zij door de Ondernemingsrechtbank is veroordeeld aan [naam 1] heeft betaald.
De onderhavige schade is niet gedekt door haar aansprakelijkheidsverzekeraar. Haar aansprakelijkheid is op grond van artikel 10 van Pro de algemene voorwaarden beperkt tot een bedrag van € 15.000,--.
PoultryPlus concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Geldof, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Geldof in de kosten van deze procedure (inclusief de nakosten), te vermeerderen met de wettelijke rente.
b. [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] voert aan dat zij door PoultryPlus is ingeschakeld bij de uitvoering van de door PoultryPlus met Geldof gesloten overeenkomst. Nu Geldof uit hoofde van die overeenkomst een vordering heeft op PoultryPlus, is het naar Belgisch recht in dat geval niet mogelijk om op grond van hetzelfde feitencomplex een vordering uit onrechtmatige daad in te stellen tegen [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] .
Bovendien heeft zij aan alle voorschriften voldaan, zodat haar geen verwijt treft indien zou komen vast te staan dat de hennen op 29 november 2021 bij aflevering aan [naam 1] in de kiem waren besmet waren met MG.
[gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Geldof, met veroordeling van Geldof in de kosten van deze procedure.
4.4.
Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in de vrijwaringszaak
4.5.
PoultryPlus vordert - samengevat - dat [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] wordt veroordeeld om aan haar te betalen al hetgeen waartoe zij in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, inclusief de proceskosten van de hoofdzaak, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] in de kosten van de vrijwaring, inclusief de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.6.
[gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] voert verweer. [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van PoultryPlus, met veroordeling van PoultryPlus in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

in de hoofdzaak
De bevoegdheid
5.1. Deze zaak heeft een internationaal karakter aangezien Geldof in België is gevestigd. De rechtsmacht ten aanzien van dit geschil dient te worden vastgesteld aan de hand van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), oftewel de Brussel I-bis verordening (hierna: de verordening). De vorderingen van Geldof zijn immers ingesteld na 10 januari 2015 (artikel 66 lid 1 van Pro de verordening).
5.2. Nu [gedaagden in hfdz] zijn gevestigd in Nederland, is de Nederlandse rechter bevoegd om van de vorderingen van Geldof kennis te nemen. Dit volgt uit artikel 4 lid 1 van Pro de verordening.
Het toepasselijke recht op:
a. de vordering van Geldof op PoultryPlus
5.3.
Deze vordering is gebaseerd op de tussen hen gesloten overeenkomst.
5.4.
Op grond van artikel 1 lid 1 van Pro de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I) is deze verordening, in gevallen waarin uit het recht van verschillende landen moet worden gekozen, van toepassing op verbintenissen uit overeenkomst in burgerlijke en handelszaken.
5.5.
Op grond van artikel 3 lid 1 van Pro Rome I wordt een overeenkomst beheerst door het recht dat de partijen hebben gekozen.
5.6.
Op grond van artikel 11 lid 3 van Pro de algemene voorwaarden van PoultryPlus is op de overeenkomst Nederlands recht van toepassing is. Dit betekent dat op de vordering van Geldof op PoultryPlus Nederlands recht van toepassing is.
b. de vordering van Geldof op [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz]
5.7.
Deze vordering is gebaseerd op onrechtmatige daad.
5.8.
Op grond van artikel 1 lid 1 van Pro de Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen ( Rome II ) is deze verordening in de gevallen waarin tussen de rechtsstelsels van verschillende landen moet worden gekozen, van toepassing op niet-contractuele verbintenissen in burgerlijke en in handelszaken.
5.9.
Op grond van artikel 4 lid 1 van Pro Rome II is het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad het recht van het land waar de schade zich voordoet, ongeacht in welk land de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan en ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen.
5.10.
Geldof voert aan dat vanaf november 2021 in Nederland een stijging werd waargenomen in het aantal uitbraken van MG. Verschillende bedrijven in de regio rond Weert en Someren werden daarbij getroffen door besmettingen met de MG-bacterie. Het vroegste moment in het ontstaan van de onrechtmatige daad situeert zich in Nederland, als gevolg waarvan de onrechtmatige daad volgens Geldof wordt beheerst door Nederlands recht.
Geldof verwijst hiervoor naar de considerans bij Rome II onder 17, waarin het volgende wordt vermeld: “
Het toepasselijke recht moet worden bepaald volgens de plaats waar de schade zich voordoet, ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen. Ingeval van letselschade en vermogensschade moet bijgevolg het land waar het letsel of de materiële schade is opgelopen, gelden als het land waar de schade zich voordoet.
5.11.
[gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] heeft ter zitting aangevoerd dat Rome II de plaats van het schadeveroorzakende feit heeft losgelaten, omdat dit tot te veel discussie leidde en dat in plaats daarvan de plaats waar de schade zich voordoet geldt. [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] verwijst daarbij naar Recital 15 bij Rome II, waarmee kennelijk is bedoeld overweging 15 bij Rome II, waarin staat: “
Weliswaar is de lex loci delicti commissie in nagenoeg alle lidstaten het basisbeginsel met betrekking tot niet-contractuele verbintenissen, maar indien de elementen van de zaak verspreid zijn over meerder lidstaten, leidt de concrete toepassing van dit principe niettemin tot verschillende oplossingen. Dit zorgt voor rechtsonzekerheid.
5.12.
Anders dan [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] stelt, kan uit voorgaande passages niet worden afgeleid dat in Rome II de plaats van het schadeveroorzakende feit is losgelaten en dat beslissend is het land waarin alle schade, direct en indirect is geleden, wat volgens [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] in deze zaak betekent dat haar aansprakelijkheid zou moeten worden beoordeeld naar Belgisch recht.
De rechtspraak waarnaar [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] heeft verwezen heeft betrekking op de vraag welke rechter in geval van onrechtmatige daad bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Met het antwoord op die vraag is echter niet automatisch gegeven naar welk recht de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad dient te worden beoordeeld. De rechtbank zal aan de door [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] genoemde arresten dan ook niet de conclusie verbinden die [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] aan deze arresten verbindt.
5.13.
De rechtbank volgt het betoog van Geldof. Geldof baseert haar vordering immers op de stelling dat de hennen al waren besmet met de MG-bacterie op het moment dat -zo begrijpt de rechtbank- de hennen door Van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] op transport naar België werden geplaatst. Bij de beantwoording van de vraag welk recht van toepassing is, is niet van belang of die -door [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] bestreden- stelling juist is.
De rechtbank zal Nederland dan ook aanmerken als de plaats waar de schade zich voordoet en de aansprakelijkheid van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] dan ook beoordelen naar Nederlands recht.
De vordering van Geldof op PoultryPlus
Klachtplicht
5.14.
Het meest verstrekkende verweer van PoultryPlus houdt in dat het recht van Geldof om zich te beroepen op non-conformiteit is vervallen. PoultryPlus baseert zich daarbij op haar algemene voorwaarden.
5.15.
Geldof betwist dat PoultryPlus een beroep kan doen op haar algemene voorwaarden omdat deze betrekking hebben op goederen en niet op dieren.
5.16.
De rechtbank verwerpt dit verweer van Geldof. Onbetwist is dat de enige activiteit van PoultryPlus bestaat uit het leveren van dieren. Door toepasselijkheid van algemene voorwaarden te bedingen, had Geldof kunnen en moeten begrijpen dat PoultryPlus daarmee heeft beoogd om de algemene voorwaarden van toepassing te laten zijn op de door Geldof gekochte hennen. Bovendien volgt uit het bepaalde in artikel 3:2a lid 2 BW dat bepalingen met betrekking tot zaken ook op dieren van toepassing zijn.
5.17.
De stelling van Geldof dat zij geen kennis heeft genomen van de algemene voorwaarden van PoultryPlus kan haar niet baten. Nu de algemene voorwaarden onbetwist van toepassing zijn op de tussen Geldof en PoultryPlus komt het voor rekening en risico van Geldof als zij geen kennis heeft genomen van de inhoud daarvan. Gesteld noch gebleken is dat het voor haar niet mogelijk was om kennis te nemen van de algemene voorwaarden van PoultryPlus.
5.18. Geldof wist op grond van de tussen haar en PoultryPlus gesloten overeenkomst dat PoultryPlus de door haar gekochte hennen niet zelf zou leveren, maar dat [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] de door PoultryPlus van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] gekochte hennen zou leveren aan [naam 1] . Het had dan ook op de weg van Geldof gelegen om er voor zorg te dragen om de hennen bij aflevering of uiterlijk op de vijfde werkdag na aflevering op grondige en deskundige wijze te (laten) onderzoeken, zoals is vastgelegd in artikel 7.1. jo artikel 7.5.van de algemene voorwaarden van PoultryPlus. Gesteld noch gebleken is dat Geldof daarvoor zorg heeft gedragen In deze procedure staat vast dat [naam 1] de hennen op 6 december 2021 enkel visueel heeft onderzocht, waarna [naam 1] de hennen heeft goedgekeurd. Het enkele visueel inspecteren voldoet niet aan de eis dat bij aflevering de dieren op grondige en deskundige wijze onderzocht dienden te worden. Dit klemt te meer nu dat onderzoek op zeer goedkope en snelle wijze had kunnen plaatsvinden met behulp van de zogenoemde PCR-test, die nota bene in België destijds zelfs was voorgeschreven. Zou die test wel zijn uitgevoerd, dan had een eventuele besmetting met de MG-bacterie vrijwel direct kunnen worden aangetoond, zelfs in het geval dat de hennen op het moment van keuring geen uiterlijk waarneembare verschijnselen van enige besmetting zouden hebben vertoond.
5.19.
[naam 1] heeft eerst op 24 december 2021-toen de hennen klinische ziekteverschijnselen vertoonden- een dierenarts ingeschakeld en vervolgens is een test uitgevoerd, waarbij de besmetting van de hennen met de MG-bacterie is vastgesteld.
Vast staat dat Geldof eerst halverwege januari 2022 bij PoultryPlus heeft geklaagd over het feit dat de hennen besmet waren met de MG-bacterie.
Dit is op grond van het bepaalde in artikel 7 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden te laat.
Het recht van Geldof om zich erop te beroepen dat de hennen niet aan de tussen haar en PoultryPlus gesloten overeenkomst voldoen, is op grond van het bepaalde in artikel 7 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden van PoultryPlus dan ook vervallen.
5.20.
Anders dan Geldof stelt, heeft PoultryPlus een rechtens te respecteren belang om zich op artikel 7 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden te beroepen. Bij levende have, zoals pluimvee, bestaat er een reëel risico op besmetting. MG, een bacterie, kan zich op meerdere manieren verspreiden (ook door de lucht), zodat PoultryPlus er een alleszins gerechtvaardigd belang bij had dat de door haar geleverde hennen op korte termijn na levering grondig op mogelijke besmettingen werden gekeurd en tijdig werd geklaagd indien de hennen besmet bleken te zijn. Immers, hoe meer tijd verstrijkt tussen levering van de hennen aan de afnemer en het door de afnemer indienen van een klacht over de hennen dat deze besmet zijn, des te moeilijker wordt het voor PoultryPlus als verkoper om met succes het verweer te voeren dat de hennen bij aflevering niet waren besmet maar eerst nadien besmet moeten zijn geraakt.
5.21.
De vordering van Geldof op PoultryPlus wordt dus afgewezen.
Ten overvloede
5.22.
Mocht over het vorenstaande anders worden geoordeeld, dan zou dat Geldof niet kunnen baten. Daartoe is het volgende redengevend.
Waren de hennen besmet toen zij bij [naam 1] werden afgeleverd?
5.23.
PoultryPlus betwist dat de hennen bij aflevering aan [naam 1] waren besmet met de MG-bacterie.
5.24.
De Ondernemingsrechtbank heeft geoordeeld dat met aan redelijke mate van zekerheid vaststaat dat de hennen die op 29 november 2021 door [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] aan [naam 1] zijn geleverd gebrekkig waren door een besmetting met MG. In de tussen [naam 1] en Geldof gevoerde procedure was PoultryPlus echter geen partij. Dit vonnis heeft ten aanzien van PoultryPlus in deze zaak dan ook geen bindende kracht.
PoultryPlus heeft in de onderhavige procedure aan de hand van twee verklaringen van deskundigen dit oordeel van de Onderzoeksrechtbank gemotiveerd weerlegd. Geldof heeft in reactie daarop een brief van [naam 4] overgelegd d.d. 21 oktober 2025 waarin het oordeel van de door PoultryPlus geraadpleegde deskundigen wordt tegengesproken. Dit betekent dat aan een onderzoek van een door de rechtbank te benoemen deskundige niet te ontkomen valt.
5.25.
Op dit moment staat dus niet vast dat PoultryPlus aansprakelijk is voor de door Geldof geleden schade.
Indien die aansprakelijk zou komen vast te staan, wordt het volgende overwogen.
Heeft Geldof schade geleden?
5.26.
De advocaat van Geldof heeft ter zitting verklaard dat Geldof het bedrag van
€ 531.216,59 waartoe zij door de Ondernemingsrechtbank is veroordeeld, aan [naam 1] heeft betaald.
De rechtbank heeft ter zitting reeds laten weten dat zij uitgaat van de juistheid van de door de advocaat gegeven verklaring.
Kan PoultryPlus met succes een beroep doen op de beperking van haar aansprakelijkheid in haar algemene voorwaarden?
5.27.
PoultryPlus heeft ter zitting verklaard dat de onderhavige schade niet onder de door haar afgesloten aansprakelijkheidsverzekering wordt gedekt. Geldof heeft dit niet tegengesproken. PoultryPlus verbindt hieraan de conclusie dat, zo zij al aansprakelijk zou zijn voor de door Geldof geleden schade, haar aansprakelijkheid op grond van artikel 10 van Pro haar algemene voorwaarden is beperkt tot het bedrag van € 15.000,--.
5.28.
Geldof heeft zich hier tegenover beroepen op de in het Belgisch economisch recht geldende leer van de onrechtmatige bedingen, zoals die is uitgewerkt in de Belgische wet van 4 april 2019 houdende wijziging van het Wetboek van Economisch Recht met betrekking tot misbruiken van economische afhankelijkheid, onrechtmatige bedingen en oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen (hierna: de B2B-wet).
Op grond van artikel VI.91/5 onder 4 van het Wetboek van Economisch Recht (WER) wordt uitgegaan van een weerlegbaar vermoeden van onrechtmatigheid met betrekking tot bedingen die ertoe strekken op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een onderneming uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen. De gebruiker van de betreffende bepaling in de algemene voorwaarden zal dan moeten bewijzen dat het beding in de gegeven omstandigheden toch rechtmatig is doordat dit beding met name geen kennelijke onevenwichtigheid creëert.
Op grond van de B2B wet zijn exoneratiebedingen zoals die van PoultryPlus (in artikel 5.1, 7.7. en artikel 10.2) onrechtmatig. Deze bedingen beperken de wettelijke rechten van Geldof, die zij op grond van het Belgisch recht heeft, op ongepaste wijze. De Belgische lijst van onrechtmatige bedingen is van bijzonder dwingend recht, waardoor de Belgisch rechter de betreffende wetsbepaling moet toepassen, ook al zou op grond van algemene voorwaarden Nederlands recht op de overeenkomst van toepassing zijn. Ook de vreemde - in dit geval de Nederlandse - rechter dient aan de hand van deze bepaling van bijzonder dwingend Belgisch recht de geldigheid van de exoneratiebedingen te beoordelen. PoultryPlus kan daarom, aldus Geldof, geen beroep doen op haar exoneratiebedingen nu toepassing daarvan tot kennelijke onevenwichtigheid lijdt.
5.29.
Geldof verwijst in dit verband naar artikel 9 (en met name lid 3) van Rome I dat als volgt luidt:

1. Bepalingen van bijzonder dwingend recht zijn bepalingen aan de inachtneming waarvan een land zoveel belang hecht voor de handhaving van zijn openbare belangen zoals zijn politieke, sociale of economische organisatie, dat zij moet worden toegepast op elk geval dat onder de werkingssfeer ervan valt, ongeacht welk recht overeenkomstig deze verordening overigens van toepassing is op de overeenkomst.
2. Niets in deze verordening beperkt de toepassing van de bepalingen van bijzonder dwingend recht van de rechter bij wie de zaak aanhangig is.
3. De rechter kan ook gevolg toekennen aan de bepalingen van bijzonder dwingend recht van het land waar de verbintenissen krachtens de overeenkomst moeten worden nagekomen of zijn nagekomen, voor zover die bepalingen van bijzonder dwingend recht de tenuitvoerlegging van de overeenkomst onwettig maken. Bij de beslissing of aan deze bepalingen gevolg moet worden toegekend, wordt rekening gehouden met hun aard en doel alsmede met de gevolgen die de toepassing of niet-toepassing van deze bepalingen zou kunnen hebben.
5.30.
Artikel 9 van Pro Rome I is in het Nederlands recht geïncorporeerd in artikel 10:7 BW Pro.
5.31.
Uit overweging 37 van Rome I volgt dat een partij (een aangesloten lidstaat) zich slechts in uitzonderlijke situaties mag beroepen op bepalingen van bijzonder dwingend recht. Het Hof van Justitie van de EU stelt in haar jurisprudentie het uitzonderingskarakter van artikel 9 lid 1 van Pro Rome I dan ook voorop (zie bijvoorbeeld HVJ EU 17 oktober 2013, C-184/12, ook wel bekend als het Unamar-arrest). Daarbij is van belang of met de betreffende bepaling wordt beoogd een fundamenteel belang van de betreffende lidstaat te beschermen.
5.32.
De vraag of de B2B-wet kan worden aangemerkt als bepaling van bijzonder dwingend recht, moet worden beantwoord aan de hand van de maatstaf van artikel 10:7 lid 1 BW Pro. Dat betekent dat in dit geval beslissend is of het hier gaat om een voorschrift aan de inachtneming waarvan de Belgische staat zo veel belang hecht voor de handhaving van zijn openbare belangen dat het moet worden toegepast op elk geval dat onder de werkingssfeer ervan valt, ongeacht welk recht overigens van toepassing is.
Het is aan de rechter aan wie de zaak wordt voorgelegd om te beoordelen of sprake is van een bepaling van bijzonder dwingend recht.
5.33. Geldof heeft ter onderbouwing van haar stelling dat de B2B-wet een regel is van bijzonder dwingend recht in de inleidende dagvaarding onder randnummer 55 de volgende passages uit de Belgische parlementaire voorbereiding met betrekking tot de B2B-wet geciteerd:

De bepalingen voorgesteld in de verschillende amendementen zijn beschermingsbepalingen die tot doel hebben de publieke economische orde te reguleren. Dergelijke wettelijke bepalingen zijn van dwingend recht en behoren tot wat gemeenzaam de categorie der “politiewetten” wordt genoemd. (…) Er dient in dit opzicht gewezen te worden op artikel 9 van Pro de Rome I-verordening die het heeft over bepalingen van bijzonder dwingend recht. Bepalingen van bijzonder dwingend recht primeren over de bepalingen waarvan de toepassing hetzij voortvloeit uit de rechtskeuze van partijen, hetzij, bij afwezigheid van een dergelijke keuze, de normale ”lex contractus”(doorgaans het recht van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie van de overeenkomst moet verrichten, haar gewone verblijfplaats heeft). Ook hier kan dus niet “contractueel” afgeweken worden van deze bepalingen van bijzonder dwingend recht.”
5.34.
PoultryPlus betwist niet met zoveel woorden dat de Belgische wetgever onder meer de B2B-wet heeft aangemerkt als een bepaling van bijzonder dwingend recht.
5.35.
Dit kan Geldof echter niet baten. Op grond van artikel 10:7 lid 3 BW Pro kan de Nederlandse rechter rekening houden met bepalingen van bijzonder dwingend recht. De rechtbank is daartoe niet verplicht.
5.36.
PoultryPlus heeft ter zitting aangevoerd dat niet is voldaan aan de voorwaarde waaronder artikel 10:7 lid 3 BW Pro kan worden toegepast. PoultryPlus stelt dat de met Geldof gesloten overeenkomst in Nederland diende te worden nagekomen, zodat voor toepassing van de Belgische bepalingen van bijzonder dwingend recht geen plaats is.
5.37.
Deze stelling faalt. Zoals hiervoor onder de feiten is vermeld was tussen PoultryPlus en Geldof overeengekomen dat PoultryPlus de hennen bij [naam 1] zou afleveren. [naam 1] is woonachtig in België. Daarmee is België het land waarin de overeenkomst door PoultryPlus moest worden nagekomen.
5.38.
De rechtbank stelt voorop dat bij de toepassing van bepalingen van bijzonder dwingend recht grote terughoudendheid op zijn plaats is. Dit blijkt in de eerste plaats uit overweging 37 van de considerans bij Rome I, waarin staat vermeld: “
Overwegingen van algemeen belang rechtvaardigen dat de rechters van de lidstaten zich in uitzonderlijke omstandigheden kunnen beroepen op rechtsfiguren zoals de exceptie van openbare orde en op bepalingen van bijzonder dwingend recht. Het begrip “bepalingen van bijzonder dwingend recht” moet worden onderscheiden van de uitdrukking “bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken”, en dient met meer terughouding te worden gebezigd.
De jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU is daarmee in lijn.
5.39.
De B2B-wet moet worden aangemerkt als een privaatrechtelijke beschermingsmaatregel ten behoeve van in België gevestigde ondernemingen. Niet valt in te zien welk openbaar belang van de Belgische staat is gediend met toepassing van een dergelijke beschermingsmaatregel indien één van de bij een koopovereenkomst betrokken partijen een in België gevestigde onderneming is en de andere partij een onderneming is die is gevestigd in een ander land, in dit geval Nederland.
Dit betekent dat naar het oordeel van de rechtbank de bepalingen van de B2B-wet niet kunnen worden aangemerkt als bepalingen van bijzonder dwingend recht die ongeacht het van toepassing zijnde recht op de betreffende overeenkomst altijd zouden moeten worden toegepast door de rechter aan wie de betreffende zaak ter behandeling wordt voorgelegd.
5.40.
Ook indien daarover anders geoordeeld zou moeten worden, is dit onderdeel van het partijdebat daarmee niet beslist.
5.41.
De rechtbank zal zelfstandig dienen te toetsen of de B2B-wet, naar zijn inhoud en strekking bezien, kan worden toegepast in de eigen rechtsorde. Het Nederlands conflictenrecht bepaalt uiteindelijk of, en zo ja in hoeverre, de Belgische voorrangsregel door de Nederlandse rechter dient te worden toegepast. Daartoe moet op de voet van artikel 10:7 lid 3 BW Pro worden onderzocht of dit geval nauw is verbonden met de Belgische Staat en of toepassing van de B2B-wetgezien zijn aard en strekking gerechtvaardigd is alsmede met de gevolgen die de toepassing of niet-toepassing van deze bepalingen zou kunnen hebben. Bij deze laatste toets moet de rechtbank een afweging maken tussen de belangen die worden gediend door toepassing te geven aan de B2B-wet en de belangen die worden gediend door onverkort toepassing te geven aan het Nederlands recht (Hoge Raad 18 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1443).
5.42.
Naar het oordeel van de rechtbank is de onderhavige zaak nauw betrokken bij de Belgische Staat. Geldof is immers in België gevestigd en zij is in haar verhouding tot PoultryPlus de koper van de hennen.
5.43. De B2B-wet moet -zoals hiervoor is overwogen- worden aangemerkt als een privaatrechtelijke beschermingsmaatregel.
In het onderhavige geval is echter naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van de situatie dat Geldof zich als koper van de hennen ten opzichte van PoultryPlus in een zodanig economisch afhankelijke positie bevindt en dat Geldof daardoor bescherming zou moeten worden geboden tegen het door PoultryPlus inroepen van bepalingen die haar aansprakelijkheid uitsluiten dan wel beperken. Het enkele feit dat Geldof stelt dat het voor haar niet mogelijk is om met PoultryPlus een overeenkomst te sluiten zonder toepassing van de voorwaarden van PoultryPlus of met toepassing van eigen inkoopvoorwaarden is daartoe onvoldoende. Gesteld noch gebleken is immers dat PoultryPlus de enige partij is met wie Geldof zaken kan doen.
5.44.
Voorts wordt Geldof in de algemene voorwaarden van PoultryPlus uitdrukkelijk gewezen op de verplichting om de hennen kort na aflevering grondig en deskundig te (laten) keuren. Het feit dat [naam 1] , aan wie Geldof de hennen heeft verkocht, de hennen niet grondig en deskundig heeft gekeurd/laten keuren, komt in haar relatie tot PoultryPlus voor rekening en risico van Geldof. Het buiten toepassing laten van de door PoultryPlus bedongen exoneraties, die naar Nederlands recht tussen ondernemingen rechtsgeldig zijn, zou in dit geval dan ook niet rechtvaardig zijn. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat in koopovereenkomsten tussen ondernemingen veelal bepalingen worden opgenomen die de aansprakelijkheid uitsluiten dan wel beperken. De onderhavige exoneratiebedingen zijn bij de handel in leverde have bepaald niet ongebruikelijk.
Daarbij komt dat PoultryPlus toen zij de overeenkomst met Geldof sloot niet bedacht behoefde te zijn op toepassing van artikel VI. 91/5 WER in het geval dat zij in een procedure voor de Nederlandse rechtbank zou worden betrokken. Dit alles wordt niet anders doordat bij toepassing van artikel VI. 91/5 WER de exoneratieclausules behoudens tegenbewijs worden vermoed onwettig te zijn. Deze bepaling zet PoultryPlus immers in beginsel op achterstand ten opzichte van de koper van de hennen.
Het belang bij toepassing van het Nederlands recht weegt in het onderhavige geval dan ook zwaarder dan het belang van de Belgische staat bij toepassing van artikel VI.91/5 WER.
5.45.
Naar het oordeel van de rechtbank mag PoultryPlus zich dan in beginsel beroepen op de exoneratieclausules in haar algemene voorwaarden.
Is het beroep van PoultryPlus op beperking van haar aansprakelijkheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?
5.46.
Geldof stelt dat het beroep van PoultryPlus op haar exoneratieclausules naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Geldof voert daartoe -naast het hiervoor gepasseerde beroep op artikel VI. 91/5 WER- het volgende aan.
Indien de verkoper zijn aansprakelijkheid volledig kan uitsluiten, bestaat er voor de verkoper geen enkele stimulans om alle middelen aan te wenden om enige ziekte van de hennen te voorkomen, terwijl de koper geen controle heeft over op de toeleveringsketen. De koper is volledig afhankelijk van de zorgvuldigheid van de verkoper. Indien de verkoper zich volledig van zijn verantwoordelijkheid kan ontdoen, wordt de koper onevenredig benadeeld. Zij heeft voor de hennen aan PoultryPlus een bedrag van in totaal € 290.062,35 betaald. Het betrof 3 facturen. De beperking van de aansprakelijkheid tot een maximum van € 15.000,-- per factuur creëert hier een kennelijke onevenwichtigheid.
PoultryPlus is een dochteronderneming van ForFarmers Group N.V., qua persooneels-omvang en jaarlijkse omzet (van bijna 3 miljard euro) een heel grote speler in de markt waarin zij opereert. Geldof is in vergelijking daarmee een hele kleine speler in de markt. In het verleden speelde er tussen haar en PoultryPlus wel eens wat bij de nakoming van een overeenkomst, maar dat werd altijd in goed overleg opgelost, zonder dat een beroep werd gedaan op algemene voorwaarden met draconische exoneratiebedingen, zodat zij daarop nu niet bedacht was. Zij is ook niet bij machte om bij PoultryPlus af te nemen met het buiten toepassing stellen van de algemene voorwaarden of onder toepasselijkheid van eigen inkoopvoorwaarden. Zij was niet bedacht op het voorschrift van artikel 6:247 a lid 2 BW dat het voor haar onmogelijk maakt op een beroep te doen op reflexwerking van de Nederlandse “zwarte lijst”, en zelfs niet op het onredelijk bezwarend zijn van het exoneratiebeding. Zij legt zich toe op de verkoop van broedeieren. Zij neemt die af van vermeerderingsbedrijven, zoals die van [naam 1] . [naam 1] heeft niet de contacten en/of de mogelijkheden om hennen te kopen en daarom doet Geldof dat voor [naam 1] .
5.47.
De rechtbank volgt Geldof niet in haar betoog. Voorop wordt gesteld dat een beroep op artikel 6:248 lid 2 BW Pro terughoudend dient te worden toegepast. In het door Geldof gestelde ziet de rechtbank geen aanleiding om het beroep van PoultryPlus op artikel 5 lid Pro 1, 7 lid 1 en 10 lid 2 van haar algemene voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar te achten.
5.48.
Het enkele feit dat PoultryPlus zich in het verleden jegens Geldof nooit heeft beroepen op de aansprakelijkheidsbeperking in haar algemene voorwaarden, betekent niet dat Geldof met een dergelijk beroep geen rekening behoefde te houden.
5.49. Een gebrek aan kennis van het Nederlandse recht aan de zijde van Geldof, is voor de rechtbank geen valide reden om daarmee in het voordeel van Geldof rekening te houden.
5.50.
In deze zaak gaat het om levende have waarbij het risico op besmetting heel reëel is. Pluimvee kan immers langs verschillende wegen met een bacterie of een virus worden besmet, zelfs door de lucht. Dit betekent dat de aanschaf van pluimvee met het oog op besmettingsgevaar voor de koper een risicovolle onderneming is.
5.51.
Op grond van artikel 5 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden van PoultryPlus zijn de hennen vanaf aflevering voor risico van de koper. Artikel 5 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden kan niet los worden gezien van de in artikel 7 lid 1 neergelegde Pro onderzoekverplichting van de koper. Immers, indien de hennen na keuring ondeugdelijk worden bevonden, kan de koper de verkoper daarop aanspreken. Het is dus niet zo dat in alle gevallen de hennen vanaf aflevering voor rekening en risico van de koper zijn. Anders dan Geldof stelt, is er dus geen sprake van dat PoultryPlus haar aansprakelijkheid volledig heeft uitgesloten om dieren vrij van enige ziekte te leveren.
Artikel 7 lid 7 van Pro de algemene voorwaarden, waarin is bepaald dat na aflevering en keuring van de goederen PoultryPlus niet aansprakelijk is voor tekortkomingen aan de geleverde goederen, is daarmee in lijn met het vorenstaande.
5.52.
Anders dan Geldof stelt, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een kennelijke onevenwicht tussen de positie van koper en verkoper. Dat Geldof geen controle heeft en had op het ontstaan of de verspreiding van de besmetting met de MG-bacterie, is niet relevant, dat geldt immers evenzeer voor PoultryPlus.
5.53. De koper kan haar risico dan ook ondervangen door de hennen na ontvangst spoedig grondig en deskundig te (laten) onderzoeken op aanwezigheid van besmetting, zodat zij PoultryPlus bij geconstateerde besmetting daarop kan aanspreken. Die keuringsmogelijkheid is in de artikel 7 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden van PoultryPlus vastgelegd en geformuleerd als een verplichting voor de koper. Deze bepaling dient het belang van PoultryPlus om niet na geruime tijd voor klachten over de gezondheid van de hennen te worden aangesproken. Met de snelheid waarmee een bacterie maar ook een virus onder pluimvee kan worden verspreid, is het voor PoultryPlus in dat geval immers welhaast onmogelijk om succesvol als verweer aan te voeren dat de hennen bij aflevering niet besmet waren.
5.54.
Indien de hennen bij aflevering of kort daarna niet dan wel onvoldoende worden onderzocht, is het niet onaanvaardbaar dat het risico van besmetting van de hennen vanaf het moment van levering op grond van artikel 5 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden op Geldof, die de hennen van PoultryPlus heeft gekocht, over gaat, te meer niet nu op eenvoudige en goedkope wijze door een PCR-test een besmetting kan worden aangetoond, ook als de dieren uiterlijk nog geen enkel teken van enige ziekte vertonen. Het risico van besmetting van de hennen die aan [naam 1] zijn geleverd geldt in deze zaak vanaf dat moment voor Geldof in haar relatie tot PoultryPlus als een bedrijfsrisico, waarvan Geldof de gevolgen niet kan afwentelen op PoultryPlus.
5.55.
Dit wordt niet anders doordat de hennen op grond van de door Geldof met PoultryPlus gesloten overeenkomst niet bij Geldof moesten worden afgeleverd, maar bij [naam 1] . Geldof had de hennen bij aflevering of zelf kunnen laten keuren of had zij [naam 1] kunnen verplichten om de hennen bij aflevering of kort daarna grondig en deskundig te (laten) onderzoeken. Gesteld noch gebleken is dat Geldof een dergelijke instructie aan [naam 1] heeft verstrekt. Dit nalaten komt in haar relatie tussen tot PoultryPlus voor rekening en risico van Geldof.
5.56.
De schade die Geldof heeft geleden als gevolg van het feit dat zij door de Ondernemingsrechtbank is veroordeeld om aan [naam 1] een schadevergoeding te betalen (omdat de hennen volgens de Ondernemingsrechtbank bij aflevering besmet waren met de MG-bacterie) is aanzienlijk groter dan de factuurwaarde van de hennen.
Naar het oordeel van de rechtbank is het in het licht van hetgeen hiervoor is verwogen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar dat PoultryPlus, nu de schade niet door haar aansprakelijkheidsverzekeraar wordt gedekt, een beroep doet op de in de algemene vooraarden vastgelegde beperkte omvang van de te vergoeden schade.
Dit wordt niet anders door de stelling van Geldof dat PoultryPlus ten opzichte van haar als een hele grote onderneming moet worden aangemerkt. Het mag zo zijn dat ter zitting is gebleken dat de jaaromzet van PoultryPlus veel hoger is dan die van Geldof, maar dat rechtvaardigt nog niet de conclusie dat Geldof, een bedrijf met een omzet van tientallen miljoenen per jaar, onevenredig hard wordt getroffen doordat zij haar schade niet op PoultryPlus kan verhalen.
5.57.
Bij dit alles speelt mee dat indien Geldof in de procedure bij de Ondernemingsrechtbank de stellingen van [naam 1] zou hebben weerlegd op de wijze waarop PoultryPlus dit in de onderhavige procedure heeft gedaan (door het overleggen van schriftelijke verklaringen van deskundigen) het zeer waarschijnlijk is dat de Ondernemingsrechtbank niet aanstonds tot het oordeel zou zijn gekomen dat de hennen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ten tijde van de levering van de hennen aan [naam 1] met de MG-bacterie waren besmet. Het ligt immers in de rede dat de Ondernemingsrechtbank tot het inwinnen van een deskundigenbericht zou hebben besloten. Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat de deskundige tot een ander oordeel zou zijn gekomen dan de Ondernemingsrechtbank.
Het is niet aanvaardbaar als PoultryPlus van deze proceshouding van Geldof in een procedure waarin zij geen partij was, ten opzichte van Geldof het nadeel zou ondervinden als zij haar aansprakelijkheidsbeperking niet aan Geldof zou mogen tegenwerpen.
PoultryPlus is in de procedure bij de Ondernemingsrechtbank van [naam 1] tegen Geldof weliswaar door Geldof in vrijwaring opgeroepen, maar ter zitting heeft PoultryPlus onweersproken aangevoerd dat zij in die procedure niet aan het woord is gekomen en zij Geldof dus niet kon ondersteunen in haar verweer.
5.58.
Uit het vorenstaande volgt dat - hetzij gelet op het oordeel over de klachtplicht ten overvloede overwogen - PoultryPlus met recht een beroep heeft gedaan op de exoneratieclausules zoals neergelegd in haar algemene voorwaarden.
5.59.
In het vorenstaande ligt besloten dat ook al zouden de bepalingen van de B2B-wet van toepassing zijn, Poultryplus is geslaagd in het bewijs dat het beroep op haar exoneratieclausules in de gegeven omstandigheden toch rechtmatig is doordat die exoneratieclausules met name geen kennelijke onevenwichtigheid creëren.
De vordering van Geldof op [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz]
5.60.
[gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] heeft de hennen in het verkeer gebracht. Indien zou komen vast te staan dat de hennen op 29 november 2021 met de MG-bacterie waren besmet, zijn de hennen ondeugdelijk voor het doel waarmee zij door Geldof zijn gekocht. Het in het verkeer brengen van een ondeugdelijk product is echter niet zonder meer onrechtmatig. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden vereist (zie bijvoorbeeld HR 25 maart 1966, NJ 1966,279, welk arrest ook wel bekend staat als het Moffenkit-arrest).
5.61.
In deze is geen sprake van bijkomende omstandigheden die tot aansprakelijkheid van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] zouden kunnen leiden. Meer in het bijzonder is niet komen vast te staan dat [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] ten tijde van de levering wist dan wel had behoren te weten dat de hennen met de MG-bacterie waren besmet. Van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] heeft immers onbetwist aangevoerd dat op het moment van de levering er bij haar geen bekendheid bestond met besmettingshaarden in Nederland vanwege de MG-bacterie en dat zij daarover ook geen bekendheid behoorde te hebben omdat er daarvoor geen officiële mededelingen van de Nederlands overheid waren gepubliceerd. [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] betwist dat in november 2021 bij ondernemingen in de onmiddellijke nabijheid van haar onderneming besmetting met de MG-bacterie is vastgesteld. Dit is door Geldof niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken. [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] heeft voorts aangevoerd dat zij er alles aan heeft gedaan wat van haar had mogen worden verwacht om een besmetting met de MG-bacterie te voorkomen. Voor het gereedmaken van de hennen voor transport heeft zij alle vereiste onderzoeken laten uitvoeren en daarbij zijn toen geen tekenen van besmetting aangetroffen. Geldof heef dit niet, althans niet voldoende gemotiveerd tegengesproken.
5.62.
Op grond van het vorenstaande wordt de vordering van Geldof op [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] afgewezen.
Proceskosten
5.63.
Geldof is in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [gedaagden in hfdz] betalen.
5.64.
De proceskosten van PoultryPlus worden begroot op:
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
7.004,00
(2 punten × € 3.502,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
14.043,00
5.65.
De proceskosten van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] worden begroot op:
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
7.004,00
(2 punten × € 3.502,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
14.043,00
5.66.
Aangezien [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] -anders dan PoultryPlus- niet heeft gevorderd om de proceskostenveroordeling van Geldof- uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zal de rechtbank daartoe niet over gaan.
in de vrijwaringszaak
5.67.
Aangezien de vordering van Geldof op PoultryPlus in de hoofdzaak wordt afgewezen, is niet voldaan aan de voorwaarde waaronder de vordering in vrijwaring is ingesteld.
De rechtbank komt dus niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering in de vrijwaringsprocedure en wijst deze vordering af.
5.68.
PoultryPlus is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] betalen. [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] is ook in de hoofdzaak verschenen. Het verweer van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] in de hoofdzaak is in de vrijwaringszaak in de kern gelijkluidend aan het verweer in de hoofdzaak. Dit is voor de rechtbank aanleiding om bij de toepassing van het liquidatietarief slechts één punt (aan de conclusie van antwoord in de vrijwaring én het verschijnen van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] op de zitting in de hoofdzaak en in de vrijwaring) toe te kennen.
De proceskosten van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] worden begroot op:
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
3502,00
(1 punt × € 3.502,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
10.541,00
5.69.
Aangezien [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] niet heeft gevorderd om de proceskostenveroordeling van PoultryPlus uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zal de rechtbank daartoe niet over gaan.

6.De beslissing

De rechtbank
in de hoofdzaak
6.1.
wijst de vorderingen van Geldof af,
6.2.
veroordeelt Geldof in de proceskosten van PoultryPlus van € 14.043,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Geldof niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt Geldof jegens PoultryPlus tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
veroordeelt Geldof in de proceskosten van [gedaagde sub 2 in hfdz ged sub 1 in vrijwz] van € 14.043,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Geldof niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
6.5.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordeling van Geldof in de proceskosten van PoultryPlus uitvoerbaar bij voorraad,
6.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in de vrijwaringszaak
6.7.
wijst de vordering van PoultryPlus af,
6.8.
veroordeelt PoultryPlus in de proceskosten van € 10.541,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als PoultryPlus niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.9.
veroordeelt PoultryPlus tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. R.A.J.M. Thomassen als griffier op 24 december 2025.
Th/Vg