ECLI:NL:RBGEL:2025:11657

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 november 2025
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
C/05/457959 / KG RK 25-765
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in procedure omtrent ondertoezichtstelling van minderjarige kinderen

In deze zaak heeft de wrakingskamer van de Rechtbank Gelderland op 10 november 2025 een verzoek tot wraking afgewezen. Het verzoeker, die betrokken is in een procedure over de ondertoezichtstelling van zijn minderjarige kinderen, stelde dat de rechter, mr. Y. Yildiz, niet onpartijdig was. De verzoeker baseerde zijn wrakingsverzoek op verschillende omstandigheden die volgens hem de schijn van partijdigheid wekten. Hij verwees naar eerdere zittingen waarbij hij zich niet serieus genomen voelde en naar procedurele beslissingen die hij als onterecht beschouwde. De rechter had volgens hem niet de kinderen gehoord en had stukken meegewogen die hij niet kende, wat zijn vertrouwen in een eerlijke behandeling aantastte. De rechter heeft echter aangegeven dat de eerdere zittingen een voortzetting waren van een lopende procedure en dat de kinderen in een eerdere zitting wel gehoord waren. De wrakingskamer concludeerde dat de aangevoerde omstandigheden niet wezenlijk betrekking hadden op de onpartijdigheid van de rechter, maar vooral op procedurele beslissingen en communicatie. Daarom werd het verzoek tot wraking afgewezen. De beslissing is openbaar uitgesproken door mr. A.S.W. Kroon, lid van de wrakingskamer.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/457959 / KG RK 25-765
Beslissing van 10 november 2025
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
strekkende tot de wraking van
mr. Y. Yildiz,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het proces-verbaal van 9 oktober 2025 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld,
  • de schriftelijke reactie van de rechter,
  • de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 4 november 2025 en de tijdens deze mondelinge behandeling door [verzoeker] overgelegde en voorgedragen toelichting.
1.2.
Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:
  • [verzoeker]
  • de rechter
  • en als toehoorders [toehoorders]

2.Het wrakingsverzoek

2.1
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer
C/05/457037 / ZJ RK 25-779 van [belanghebbende 1] over de minderjarige kinderen van [verzoeker] en [belanghebbende 2] . In die procedure wordt verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van deze minderjarige kinderen.
2.2
Verzoeker heeft blijkens het proces-verbaal van het mondelinge verzoek, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling, het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. De rechter is eerder betrokken geweest bij (de zitting over een eerdere) verlenging van de ondertoezichtstelling van zijn kinderen. Zij heeft zich op die zitting en de zitting waarin hij haar gewraakt heeft zodanig opgesteld dat zijn vertrouwen in een eerlijke en onbevooroordeelde behandeling is aangetast. Hierdoor is bij hem de vrees gewekt dat de rechter niet onpartijdig is, althans is de schijn van partijdigheid gewekt, zoals nader opgenomen onder 3.2.
2.3
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2.
[verzoeker] vindt de rechter vooringenomen en bij hem is de vrees ontstaan dat de rechter niet onpartijdig is. Deze vrees is bij hem ontstaan door de volgende omstandigheden:
De rechter heeft, in strijd met het Mc-Michael arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, de kinderen niet gehoord ten behoeve van de mondelinge behandeling van de eerdere verlenging van de ondertoezichtstelling.
De rechter heeft in die eerdere procedure stukken meegewogen die [verzoeker] niet kende en waarop hij niet kon reageren. Tijdens die eerdere procedure heeft de tegenpartij ernstige, verwijtende informatie ingediend die pas tijdens de zitting aan hem zijn overhandigd, waardoor hij zich daartegen niet goed heeft kunnen verweren.
De rechter heeft in haar beschikking in de vorige procedure onjuiste weergaven opgenomen van eerdere uitspraken. Er is sprake van inconsistent handelen en uitlatingen. Zo heeft de rechter tijdens een eerdere zitting gezegd “Ik wil op de hoogte gehouden worden door [belanghebbende 1] ”, terwijl in de beschikking staat “de vorige rechter overwoog om op de hoogte gehouden te worden”.
Tijdens de zitting van 9 oktober 2025 werd verzoeker in zijn pleidooi onderbroken voordat hij tot de kern van zijn verdediging kon komen. Toen hij probeerde feitelijke onjuistheden te corrigeren zei de rechter: “Feiten doen er niet toe, dat is meer een gevoel.” [verzoeker] voelt zich daarom niet serieus genomen en meent dat de rechter niet open staat voor een evenwichtige beoordeling.
De rechter beroept zich op “één gezin, één rechter”, terwijl dat in de praktijk niet is toegepast. In de zaak van [verzoeker] heeft hij inmiddels in zes zittingen vijf verschillende rechters gehad. Hij begrijpt daarom niet waarom het principe dat zoveel mogelijk dezelfde rechter betrokken moet zijn nu als argument wordt gebruikt om de rechter te laten aanblijven. Volgens hem wekt dat de schijn van selectieve toepassing van het principe.
De rechter heeft, zonder dat zij beschikt over pedagogische en psychologische deskundigheid, na een kort gesprek met de kinderen conclusies getrokken over de oprechtheid en de betrouwbaarheid van de uitlatingen van de kinderen, ondanks duidelijke aanwijzingen van beïnvloeding door de moeder. Deskundigen hebben geconstateerd dat het taalgebruik en de toon van de kinderen duidelijke aanwijzingen bevatten voor manipulatie en een loyaliteitsconflict. Dat de rechter desondanks zonder enige vorm van onderzoek of deskundig advies vertrouwt op haar eigen indrukken uit een kort gesprek, bevestigt zijn vrees dat haar oordeel niet op objectieve gronden berust.
[verzoeker] meent dat deze samenloop van omstandigheden de vrees rechtvaardigt dat de rechter niet onpartijdig is.
3.3.
De rechter heeft toegelicht dat de eerdere zitting die zij heeft voorgezeten in het kader van de eerdere verlenging van de ondertoezichtstelling een voortzetting van de behandeling betrof. Er was al een eerdere zitting geweest. Voorafgaand aan die eerste zitting zijn de kinderen wel gehoord. Om de kinderen niet teveel te belasten is dat – zoals te doen gebruikelijk – bij de voorzetting van die zitting niet opnieuw gedaan. Het klopt verder dat [verzoeker] tijdens de eerdere zitting geconfronteerd werd met stukken die hij nog niet had. Deze stukken, van beperkte omvang, hadden door de [toehoorders] aan hem doorgezonden moeten worden. Tijdens de zitting bleek dat dat niet was gebeurd en is hij in de gelegenheid gesteld de stukken te lezen en hierop te reageren. De rechter betreurt het dat het door omstandigheden eerder niet is gelukt om één rechter aan het gezin van [verzoeker] te koppelen. Dat is nu wel gelukt. De rechter trekt geen conclusies uit de gesprekken met de kinderen, maar wat daarin besproken is, wordt aan partijen voorgehouden. Wel is het van belang om rekening te houden met de wensen van de kinderen. Het is in het belang van de kinderen dat zij contact hebben met beide ouders. Van enige partijdigheid is geen sprake, aldus de rechter.
3.4.
Vooropgesteld wordt dat tijdens de mondelinge behandeling duidelijk is geworden dat [verzoeker] zijn dochter(s) heel graag weer wil zien en zich machteloos voelt in de procedure. De door [verzoeker] ervaren vrees is met name ingegeven door het feit dat de procedure volgens hem niet goed verloopt en hij daarin niet serieus genomen wordt. De aangevoerde omstandigheden kunnen echter niet leiden tot de wraking van de rechter omdat deze niet zien op de onpartijdigheid van de rechter maar vooral op (gedeeltelijk in eerdere procedures gelegen) procedurele beslissingen en (mis)communicatie, zoals bijvoorbeeld over waarom de kinderen voorafgaand aan de vorige zitting niet door haar gehoord zijn. Procedurele beslissingen kunnen in zijn algemeenheid geen grond voor wraking opleveren en helemaal niet als deze zijn genomen in andere procedures waarin een eindbeslissing is genomen. De door [verzoeker] aangevoerde gronden betreffen veronderstellingen en suggesties van hoe deze beslissingen, het handelen en de uitingen geïnterpreteerd dienen te worden en hoe deze wat hem betreft (mede) de oorzaak zijn van het feit dat hij zijn dochter(s) niet of nauwelijks ziet en van het gevoel van onmacht in die procedure. Concrete feiten waaruit de rechtbank de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor in deze procedure kan afleiden, ziet de wrakinsgkamer daar niet in. Daarom wordt het verzoek afgewezen.

4.De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:
- wijst het verzoek tot wraking af.
Deze beslissing is gegeven door mr. S.C.A.M. Janssen, voorzitter, mr. J.M.J.M. Doon en
mr. A.S.W. Kroon, leden in tegenwoordigheid van de griffier mr. [griffier] en in openbaar uitgesproken door mr. A.S.W. Kroon op 10 november 2025.
de griffier het lid
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.