ECLI:NL:RBGEL:2025:11665

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
C/05/459229 / KG RK 25-819
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wraking van rechter in voorlopige voorzieningenprocedure, verzoeker niet-ontvankelijk verklaard

Op 18 december 2025 heeft de wrakingskamer van de Rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, uitspraak gedaan op het wrakingsverzoek van verzoekers tegen mr. W.P.C.G. Derksen, rechter in een eerdere zaak. Het wrakingsverzoek werd ingediend op 11 november 2025, na een uitspraak van de rechter op 4 november 2025 waarin een verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verzoekers voerden aan dat de rechter vooringenomen was en dat zijn beslissingen waren gebaseerd op leugens en nepotisme. De wrakingskamer oordeelde dat een rechter alleen gewraakt kan worden als er objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestaat. In dit geval werd vastgesteld dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend, aangezien de wet geen mogelijkheid biedt voor wraking na een uitspraak. De wrakingskamer verklaarde verzoekers kennelijk niet-ontvankelijk in hun verzoek tot wraking. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/459229 / KG RK 25-819
Beslissing van 18 december 2025
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekers],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekers,
strekkende tot de wraking van
mr. W.P.C.G. Derksen
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het schriftelijke wrakingsverzoek van 11 november 2025 en aanvullingen daarop van diezelfde datum met bijlagen;
  • de schriftelijke reactie van de rechter van 12 november 2025;
  • de nadere stukken van verzoekers van 5 december 2025

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak
met nummer ARN 25/4759 tussen verzoekers en [belanghebbenden] , waarin verzoekers om een voorlopige voorziening hebben verzocht. Op 4 november 2025 heeft de rechter uitspraak gedaan en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
2.2.
Op 5 november 2025 hebben verzoekers om herziening van deze uitspraak verzocht. De rechter heeft beslist dat hij onbevoegd is om van dit verzoek te kunnen kennisnemen.
2.3.
Op 11 november 2025 hebben verzoekers vervolgens het wrakingsverzoek tegen de rechter ingediend. Blijkens dit schriftelijke verzoek hebben verzoekers aan hun wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat beslissingen op het verzoek tot voorlopige voorzieningen uitsluitend zijn gebaseerd op leugens, op voordracht van nepotisme en op netwerkcorruptie. Dit duidt op vooringenomenheid van de rechter. De rechter mag geen enkele bemoeienis meer met de zaak hebben en hij moet de zaak overdragen aan een andere rechter.
2.4.
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2.
De wrakingskamer overweegt dat het verzoek tot wraking ziet op de beslissingen die door de rechter zijn genomen in de voorlopige voorzieningenprocedure. Dit blijkt eveneens uit het feit dat de rechter ook als ‘voorzieningenrechter’ wordt aangeduid en dat het zaaknummer van de zaak die ziet op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt benoemd.
3.3.
Het verzoek is gedaan nadat de rechter een uitspraak heeft gedaan op het hem voorliggende verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking nadat uitspraak is gedaan op een verzoek. Het verzoek is dus te laat ingediend. Om die reden kunnen verzoekers niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.
De wrakingskamer merkt nog op dat in beginsel de rechter die deuitspraak in de voorlopige voorziening heeft gedaan, geen bemoeienis meer heeft met de bodemzaak, omdat een andere rechter zich zal buigen over de bodemzaak van verzoekers. Het wrakingsverzoek kan dan ook niet leiden tot het beoogde doel, namelijk het vervangen van de gewraakte rechter bij een terechte wraking..
3.4.
Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:
- verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzitter, mr. A.L.M. Steinebach – de Wit en mr. L.M. Vogel, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 18 december 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.