Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de mondelinge behandeling van 17 december 2025.
2.De feiten
Nu de relatie beëindigd is en de echtelijke woning in [plaats] verkocht zal
Rechtbank Gelderland
Eiseres en gedaagde, voormalige partners en gezamenlijk eigenaar van een woning, zijn in geschil over de verkoop van deze woning na beëindiging van hun relatie. Eiseres vordert dat gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan de verkoop en ontruiming van de woning, omdat zij niet langer verbonden wil zijn aan de hypothecaire schuld en haar inbreng wil kunnen beschikken.
Gedaagde voert verweer en stelt dat eiseres geen spoedeisend belang heeft, aangezien hij actief zoekt naar alternatieve woonruimte en eiseres zelf een zelfstandige woonruimte heeft. De voorzieningenrechter oordeelt dat hoewel eiseres het recht heeft om uit de onverdeeldheid te komen, zij op dit moment onvoldoende spoedeisend belang heeft. Gedaagde betaalt de vaste lasten en er zijn geen concrete aanwijzingen dat hij deze niet zal blijven dragen.
De rechter benadrukt dat een spoedeisend belang in de toekomst kan ontstaan, bijvoorbeeld als gedaagde niet actief blijft zoeken naar woonruimte. Tot die tijd weegt het belang van gedaagde om in de woning te blijven zwaarder. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vorderingen van eiseres tot medewerking aan verkoop en ontruiming van de woning worden afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.