Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
[gedaagde 1],
2 2. [gedaagde 2] ,
1.De procedure
- de producties 1 tot en met 21 van [gedaagde 1]
- de mondelinge behandeling van 26 november 2025.
Rechtbank Gelderland
In deze kortgedingprocedure vordert eiser onder meer vergoeding van schade en het verbod op executiemaatregelen door het deurwaarderskantoor en de deurwaarder. Eiser stelt dat executiemaatregelen zonder geldige titel en bevoegdheid zijn getroffen en dat documenten omtrent bevoegdheid niet zijn verstrekt.
De rechtbank constateert dat eiser niet-ontvankelijk is jegens het deurwaarderskantoor omdat de gerechtsdeurwaarder als natuurlijk persoon verantwoordelijk is en niet de besloten vennootschap. Tegen de deurwaarder is verstek verleend. De vorderingen tegen de deurwaarder worden afgewezen omdat het arrest waarop executie is gebaseerd niet klaarblijkelijk onjuist is en geen noodtoestand is ontstaan.
De rechtbank oordeelt dat bij het beslag rekening is gehouden met het beslagvrije bedrag en dat de executie niet onrechtmatig is. De proceskosten worden aan eiser opgelegd. Het vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en op 3 december 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Vorderingen van eiser worden afgewezen en eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard jegens het deurwaarderskantoor; proceskosten worden aan eiser opgelegd.