ECLI:NL:RBGEL:2025:11778

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
11110465
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing schadevergoeding wegens tekortkoming bij leggen pvc vloer door verkeerde egalisatielaag

Eisers vorderen schadevergoeding wegens het bol gaan staan van hun pvc vloer, veroorzaakt door een chemische reactie tussen de anhydrietvloer en een cementgebonden egalisatielaag zonder voldoende afschermende tussenlaag. De rechtbank benoemt een deskundige die concludeert dat de schade het gevolg is van ettringietvorming door deze onjuiste combinatie van materialen.

De gedaagde betwist de aansprakelijkheid en wijst op mogelijke fouten van eisers en hun installateur, maar de deskundige en rechtbank volgen dit verweer niet. De kantonrechter acht het deskundigenrapport zorgvuldig en sluit aan bij de conclusie dat gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen.

De rechtbank veroordeelt gedaagde tot vergoeding van de schade aan de vloer, bijkomende kosten en buitengerechtelijke incassokosten. De reconventionele vordering van gedaagde wordt afgewezen. Tevens worden de proceskosten aan gedaagde opgelegd en verklaart de rechtbank het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde is tekortgeschoten bij het leggen van de vloer en wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11110465 \ CV EXPL 24-4185
Vonnis van 24 december 2025
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

te [woonplaats] ,
2.
[eiser 2],
te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers in conv] ,
gemachtigde: mr. V.W.J.H. Kobossen,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

te [vestigingsplaats] ,
2.
[gedaagde 2] , VENNOOT VAN [gedaagde 1],
te [woonplaats] ,
3.
[gedaagde 3] , VENNOOT VAN [gedaagde 1],
te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
gemachtigde: AGIN Pranger Gerechtsdeurwaarders Juristen Incassospecialisten, mr. E.H.M. Geerts,
hierna samen te noemen: [gedaagden in conv]

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 26 maart 2025
- het definitieve deskundigenbericht met factuur van 3 oktober 2025
- de akte na deskundigenbericht van [eisers in conv] van 28 oktober 2025
- de akte van [gedaagden in conv] van 28 oktober 2025
- de begrotingsbeschikking van 26 november 2025
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling van het geschil

2.1.
In het tussenvonnis van 26 maart 2025 is de heer Kok van Kode Consult (hierna: Kok) benoemd tot deskundige, is het voorschot bepaald en zijn ook de aan hem voor te leggen vragen vastgesteld. Daarna heeft het deskundigenonderzoek plaatsgevonden waarbij Kok zijn conceptrapport heeft voorgelegd aan partijen. Naar aanleiding hiervan heeft hij, met verwerking van de opmerkingen en beantwoording van hun vragen, een definitief rapport opgesteld.
2.2.
Uit het door Kok opgestelde rapport volgt, samengevat, de volgende conclusie ten aanzien van de hoofdvraag, “Wat is volgens u de oorzaak van het bol gaan staan van de pvc vloer?”:
Het bol gaan staan van de pvc vloer in de woning van [eisers in conv] is veroorzaakt door ettringietvorming op het contactoppervlak tussen de anhydrietvloer en de cementgebonden egalisatielaag. Dit is een bekend verschijnsel dat zich voor kan doen wanneer een cementgebonden egalisatielaag wordt toegepast op een anhydriet ondergrond zonder dat een voldoende afschermende tussenlaag aanwezig is en er tenminste een geringe hoeveelheid vocht aanwezig is. Op het contactvlak tussen anhydriet en egalisatielaag ontstaat dan een chemische reactie waarbij sulfaten uit de anhydrietvloer reageren met caciumaluminaal uit het cement. Deze reactie gaat gepaard met een volumevergroting, waarbij ettringiet ontstaat, een witte kristalachtige substantie. Door de volumevergroting wordt de egalisatielaag losgedrukt van de anhydrietvloer en gaat bol staan. De kenmerkende verschijnselen en omstandigheden zijn eerder beschreven bij de beantwoording van vraag 6.
Voortvloeiend uit het hiervoor beschreven schademechanisme, vormt het in het algemeen een risico om een cementgebonden egalisatiemiddel aan te brengen op een anhydriet ondergrond, aangezien aanwezigheid van enig restvocht dan wel toetreding van nieuw vocht niet geheel is uit te sluiten en tot ernstige schade kan leiden. Daarom verdient het bij een anhydriet dekvloer de voorkeur om een gipsgebonden egalisatiemiddel toe te passen.
Voor het geval er toch een cementgebonden egalisatiemiddag gewenst is, is het van wezenlijk belang om een goed afsluitende tussenlaag aan te brengen om een reactie tussen bestanddelen uit de anhydrietvloer en de egalisatielaag te voorkomen. Een dergelijke afsluitende laag is niet geconstateerd. Mogelijk is er wel een primerlaag aangebracht, maar deze sluit onvoldoende af.
Niet gebleken is dat de anhydrietvloer duidelijk te nat was. Evenmin is gebleken dat de vloerverwarming verkeerd is aangelegd of met een verkeerd middel is dichtgezet.
2.3.
[eisers in conv] heeft geen opmerkingen gemaakt bij het (concept)rapport.
2.4.
[gedaagden in conv] heeft diverse opmerkingen gemaakt het bij conceptrapport, die door Kok zijn verwerkt en beantwoord in het definitieve onderzoeksrapport. [gedaagden in conv] stelt zich ten aanzien van de beantwoording van de hoofdvraag op het standpunt dat:
Bij beantwoording van deze vraag komt u met een technisch antwoord, waarbij u beschrijft welk proces er naar uw mening ten grondslag ligt aan de schade aan de PVC-vloer. En ofschoon u niet direct spreekt over de aansprakelijkheid van enige partij, wordt uit uw relaas voldoende duidelijk dat u van mening bent dat [gedaagden in conv] is tekortgeschoten in de wijze waarop zij de vloer heeft gerealiseerd.
Op basis van al hetgeen [gedaagden in conv] hierboven heeft gesteld is zij van mening dat uw conclusie geen stand kan houden.
Zoals hierboven beschreven, is uw onderzoek op meerdere onderdelen als onvoldoende en/of onjuist te beoordelen.
Daarnaast heeft u geheel ten onrechte geen rekening gehouden met de door [gedaagden in conv] benoemde feiten en omstandigheden welke leiden tot de conclusie dat de handelswijze van partij [eisers in conv] en die van haar (onbekende) installateur, de vloerproblemen hebben veroorzaakt.
Als laatste merkt u nog op dat niet gebleken is dat de anhydrietvloer te nat was. Wat voegt dit nog toe? U zegt feitelijk opnieuw dat er geen bewijs voorhanden is dat [gedaagden in conv] haar werkzaamheden op een te natte vloer heeft uitgevoerd. Tegelijkertijd echter – [gedaagden in conv] heeft dit tendentieus genoemd – geeft u (meer dan impliciet) aan dat [gedaagden in conv] haar werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd.
Voor [gedaagden in conv] is dit onacceptabel. Er is overduidelijk maar 1 partij die tekortgeschoten is en dat is partij [eisers in conv] , tezamen met haar onbekend gelaten “installateur”.
[gedaagden in conv] blijft er ook bij dat al de weigerachtige houding van [eisers in conv] tot directe consequenties had moeten leiden. U had de rechtbank ook kunnen informeren en vragen wat te doen. U had de opdracht ook direct terug kunnen geven.
2.5.
De kantonrechter is ten aanzien van het door Kok opgestelde rapport van oordeel dat dit zorgvuldig is opgesteld. Kok heeft ter plaatse op diverse locaties in de woning onderzoek gedaan en metingen verricht. Zijn bevindingen heeft hij uitgebreid beschreven en onderbouwd met onderzoeksresultaten. Zijn conclusies volgen logischerwijs uit de bevindingen die hij heeft gedaan. Dat [eisers in conv] op sommige vragen geen antwoord heeft (willen) (ge)geven acht de kantonrechter onzorgvuldig en storend. Echter, gezien de conclusie van Kok heeft de afwezigheid van deze gegevens geen invloed gehad op de eindconclusie. Kok heeft alle vrijheid gehad om, bij afwezigheid van informatie, aan te geven dat bepaalde conclusies niet zouden kunnen worden getrokken, maar heeft dit niet gedaan en toegelicht waarom de afwezigheid van informatie niet tot onvolledigheid heeft geleid, dan wel tot het niet kunnen beantwoorden van de gestelde vragen. Kok heeft in het rapport ook duidelijk en gemotiveerd aangegeven waarom de kanttekeningen die [gedaagden in conv] heeft geplaatst bij het deskundigenonderzoek en de daarbij ingenomen standpunten niet kunnen worden gevolgd. Kortom, de kantonrechter ziet geen aanleiding om de conclusies uit het rapport van Kok niet te volgen. Uit de conclusie van Kok volgt dat [gedaagden in conv] heeft gekozen voor een verkeerd product dat niet (voldoende) geschikt was voor de ondergrond waarmee zij werkte. Immers, er is sprake van een anhydrietvloer waarop een cementgebonden egalisatielaag is aangebracht zonder (aantoonbare) toepassing van een voldoende afschermende tussenlaag, waardoor bij een geringe hoeveelheid vocht een chemische reactie heeft kunnen ontstaan waardoor ettringiet ontstaat en waardoor de egalisatielaag wordt losgedrukt van de anhydrietvloer en bol gaat staan. Er had, volgens de deskundige, in deze omstandigheden gekozen moeten worden voor een gipsgebonden egalisatiemiddel. Deze conclusie heeft [gedaagden in conv] niet betwist of weersproken. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat de onderzoeksresultaten van Kok in tegenspraak zijn met een van de eerdere deskundigenrapporten die door partijen zijn overgelegd, zodat ook daarin geen reden is gelegen om de conclusies van Kok niet te volgen. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [gedaagden in conv] is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst.
2.6.
In geval van een tekortkoming dient de schuldenaar, op grond van artikel 6:74 BW Pro, de schade die wordt geleden door de schuldeiser te vergoeden. [eisers in conv] heeft haar schade begroot op een bedrag van € 10.433,00 en als volgt opgebouwd:
aankoop vloer: € 5.775,00
kosten [naam 1] € 2.982,65
kosten [naam 2] € 1.028,00
kosten [naam 3] € 647,35
2.7.
De directe schade als gevolg van de tekortkoming bestaat uit de kosten van de vloer. De kosten van [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] kunnen worden toegewezen op grond 6:96 lid 2 sub b BW. De kantonrechter zal [gedaagden in conv] veroordelen tot vergoeding van deze schade.
2.8.
[eisers in conv] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 550,00 worden toegewezen.
Reconventionele vordering van [gedaagden in conv] wordt afgewezen
2.9.
[gedaagden in conv] heeft bij eis in reconventie de kosten voor het onderzoek dat zij heeft laten uitvoeren door Muboma gevorderd, alsmede veroordeling van [eisers in conv] in de proceskosten. Nu [gedaagden in conv] hiervoor in het ongelijk is gesteld worden haar vorderingen in reconventie afgewezen.
Proceskosten
2.10.
Omdat [eisers in conv] in het gelijk is gesteld en zij het voorschot voor de deskundige Kok heeft betaald, zal [gedaagden in conv] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling aan [eisers in conv] van de deskundigenkosten van € 4.646,40.
2.11.
[gedaagden in conv] moet ook de overige proceskosten (inclusief nakosten) in conventie betalen. De proceskosten in reconventie begroot de kantonrechter op een half punt aan salarisgemachtigde, te weten € 203,00. De proceskosten van [eisers in conv] worden in totaal begroot op:
- kosten van de dagvaarding
140,32
- griffierecht
- deskundigenkosten

248,00
4.646,40
- salaris gemachtigde
1.218,00
(3 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
6.387,72
2.12.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

3.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
3.1.
veroordeelt [gedaagden in conv] hoofdelijk om aan [eisers in conv] te betalen een bedrag van € 10.433,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 3 mei 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagden in conv] hoofdelijk om aan [eisers in conv] te betalen een bedrag van € 550,00 aan buitengerechtelijke kosten,
3.3.
veroordeelt [gedaagden in conv] hoofdelijk in de proceskosten van € 6.184,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden in conv] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
in reconventie
3.5.
wijst de vorderingen van [gedaagden in conv] af,
3.6.
veroordeelt [gedaagden in conv] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van [eisers in conv] begroot op € 203,00 aan salaris gemachtigde.
In conventie en in reconventie
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J.P. Lambooij en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.
32548 / 53331