ECLI:NL:RBGEL:2025:11781

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
05/136234-25 von
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46 SrArt. 47 SrArt. 57 SrArt. 420bis SrArt. 2 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor grootschalige internationale drugshandel en witwassen

De rechtbank Gelderland heeft op 5 december 2025 een 60-jarige man uit Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden wegens betrokkenheid bij grootschalige internationale drugshandel en witwassen. De tenlastelegging omvatte onder meer het telen, bereiden, vervoeren en verkopen van grote hoeveelheden cocaïne, hasjiesj en ketamine, zowel binnen als buiten Nederland, en het gebruik van encrypted telefoons voor communicatie met mededaders.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van diverse strafbare feiten zoals bedoeld in de Opiumwet, Geneesmiddelenwet en het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van onder meer telefoongegevens en andere bewijsmiddelen, zonder dat de verdediging bewijsverweren voerde.

Procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging leidden tot een gezamenlijk voorstel voor een straf van 48 maanden gevangenisstraf en een ontnemingsmaatregel van €9.158,-. De rechtbank heeft deze afspraken getoetst aan de eisen van een eerlijk proces en het EVRM en achtte de vrijwillige afstand van verdedigingsrechten door verdachte rechtsgeldig.

De rechtbank motiveerde de strafoplegging met de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van de drugshandel en de schadelijke effecten van ketamine. De opgelegde straf staat in redelijke verhouding tot de ernst van de zaak en de proceshouding van verdachte. De straf kan direct worden uitgevoerd, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf voor grootschalige internationale drugshandel en witwassen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/136234-22
Datum uitspraak : 5 december 2025
Tegenspraak
verkort vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1965 in [geboorteplaats] (Suriname),
wonende aan [adres] .
Raadsman: mr. B. Korver, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 augustus 2020 tot en met 3 december 2020 te Arnhem, in elk geval in Nederland en/of te Catania, in elk geval in Italië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of
buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (telkens) een grote hoeveelheid, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), te weten onder andere:
In de periode van 26 juli 2020 tot en met 25 september 2020 één of meer kilo’s en/of
In de periode van 17 juni 2020 tot en met 03 december 2020, 10, althans één of meer kilo’s
waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 november 2019
tot en met 3 december 2020 te Arnhem en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of te Catania, in elk geval in Italië, en/of in Suriname, en/of in België,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (telkens) een grote hoeveelheid, te weten onder andere:
A. ongeveer 300 kilogram cocaïne in de periode van 12 maart 2020 tot en met 15 maart 2020 en/of
B. ongeveer 2 kilogram cocaïne in de periode van 3 augustus 2020 tot en met 5 september 2020 en/of
C. ongeveer 60 kilogram cocaïne in de periode van 15 september 2020 tot en met 1 oktober 2020,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne zijnde cocaïne
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Subsidiair, indien en voor zover de voorgaande onder 2 onder A., B. en/of C. vermelde feiten niet tot een veroordeling zou(den) leiden,
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 november 2019 tot en met 3 december 2020 te Arnhem, in elk geval in Nederland en/of te Catania, in elk geval in Italië en/of in Suriname, en/of in België,
tezamen en in vereniging, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van
Nederland brengen van een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal/stof bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid
van de Opiumwet, te weten onder andere:
A. ongeveer 300 kilogram cocaïne in de periode van 12 maart 2020 tot en met 15 maart 2020 en/of
B. ongeveer 2 kilogram cocaïne in de periode van 3 augustus 2020 tot en met 5 september 2020 en/of
C. ongeveer 60 kilogram cocaïne in de periode van 15 september 2020 tot en met 1 oktober 2020,
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door het voorhanden hebben van één of meer encrypted telefoons (SKY, met gebruikers/accountnamen [naam 1] en/of [naam 2] ) en/of
het middels voornoemde telefoons (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) te
hebben en/of (een) bespreking(en) te voeren en/of afspra(a)k(en) te maken met één of meerdere (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s),
afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of anderen) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, transport, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid cocaïne;
3.
Hij op/in of omstreeks de periode van 28 maart 2020 tot en met 29 maart 2020 te Arnhem, althans te Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk
buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (in totaal) ongeveer 2 kilogram, in
elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4.
hij in of omstreeks de periode van 17 april 2020 tot en met 12 juni 2020 te Arnhem en/of Amsterdam , althans te Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad te weten onder andere:
- ongeveer 10 kilogram cocaïne in de periode van 17 april 2020 tot en met 11 mei 2020 en/of
- ongeveer 1 kilogram cocaïne in de periode van 01 mei 2020 tot en met 7 mei 2020 en/of
- een grote hoeveelheid cocaïne in de periode van 16 mei 2020 tot en met 12 juni 2020,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens)
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
5.
hij op/in of omstreeks de periode van 26 maart 2020 tot en met 12 juni 2020 te Arnhem en/of Amsterdam, althans te Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten (telkens)
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen van een hoeveelheid cocaïne en/of (meth) amfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij/zij, verdachte en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door
- het voorhanden hebben van één of meer encrypted telefoons (Encrochat met gebruikers/accountnamen [naam 3] en/of [naam 4] )
en/of het middels voornoemde telefoons
- ( (telefonische) contacten en/of ontmoetingen te hebben en/of besprekingen te voeren en/of afspraken te maken met één of meerdere (mogelijke) producenten, leveranciers, transporteurs, financiers, afnemers, tussenpersonen, verleners van hand- en spandiensten en/of anderen met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, transport, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheden cocaïne en/of grondstoffen t.b.v. de productie van die (meth)amfetamine;
6.
hij op/in of omstreeks de periode van 26 maart 2020 tot en met 06 mei 2020 te Arnhem en/of Amsterdam, althans te Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) (al dan niet) opzettelijk niet voor onderzoek bedoelde geneesmiddelen, te weten een grote hoeveelheid ketamine, zonder vergunning van Onze Minister als bedoeld in artikel 1 sub a van Pro de Geneesmiddelenwet heeft bereid, heeft ingevoerd, in voorraad heeft gehad, te koop heeft aangeboden, heeft afgeleverd, heeft uitgevoerd, of anderszins binnen of buiten het Nederlands grondgebied heeft gebracht dan wel een groothandel heeft gedreven, door (telkens) die/een hoeveelheid ketamine af te leveren en/of uit te (laten) voeren naar Groot-Brittannië;
7.
hij op/in of omstreeks de periode van 19 februari 2020 tot en met 30 september 2020, te Arnhem en/of Amsterdam, althans te Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens (van) een voorwerp, althans een of meer voorwerpen (een hoeveelheid geld), te weten onder andere:
 op of omstreeks 6 februari 2020 een hoeveelheid van 121.000€ en/of
 in de periode van 19 februari 2020 tot en met 21 februari 2020 een hoeveelheid van 300.000€ en/of
 in de periode van 2 september 2020 tot en met 6 september 2020 een hoeveelheid van (omgerekend) 110.600€ en/of één of meer (andere, grote) bedragen in diverse valuta
Sub a
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
gebruik heeft gemaakt terwijl hij/zij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) – onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf en hij, verdachte, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de ten laste gelegde feiten.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring.
De rechtbank past de bewijsmiddelen toe zoals die zullen worden opgenomen in de eventueel later op te maken aanvulling van dit vonnis. Deze bewijsmiddelen bevatten de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1, 2 primair en subsidiair, 4, 5, 6, en 7 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij
op één of meer tijdstippenin
of omstreeksde periode van 17 augustus 2020 tot en met 29 september 2020 te Arnhem, in elk geval in Nederland en/of te Catania, in elk geval in Italië,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens
) opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of
buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, in elk gevalopzettelijk aanwezig heeft gehad
(telkens)een grote hoeveelheid
, in elk geval een hoeveelheidvan een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), te weten onder andere:
In de periode van 26 juli 2020 tot en met 25 september 2020
één ofmeer kilo’s
en/of
In de periode van 17 juni 2020 tot en met 03 december 2020, 10, althans één of meer kilo’s
waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2. hij
op één of meer tijdstippenin
of omstreeksde periode van 24 november 2019
tot en met 3 december 2020 te Arnhem en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of te Catania, in elk geval in Italië, en/of in Suriname, en/of in België,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht,
in elk gevalopzettelijk aanwezig heeft gehad,
(telkens) een grote hoeveelheid, te weten onder andere:
A. ongeveer 300 kilogram cocaïne in de periode van 12 maart 2020 tot en met 15 maart 2020 en/of
B. ongeveer 2 kilogram cocaïne in de periode van 3 augustus 2020 tot en met 5 september 2020
en/of
C. ongeveer 60 kilogram cocaïne in de periode van 15 september 2020 tot en met 1 oktober 2020,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne zijnde cocaïne
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Subsidiair, indien en voor zover de voorgaande onder 2 onder A., B. en/of C. vermelde feiten niet tot een veroordeling zou(den) leiden,
hij
op één of meer tijdstippenin
of omstreeksde periode van 24 november 2019 tot en met 3 december 2020 te Arnhem, in elk geval in Nederland en/of te Catania, in elk geval in Italië en/of in Suriname, en/of in België,
tezamen en in vereniging,
althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het (telkens) opzettelijk
bereiden, bewerken, verwerken,verkopen,
afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van
Nederland brengenvan een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal/stof bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid
van de Opiumwet, te weten
onder andere:
A. ongeveer 300 kilogram cocaïne in de periode van 12 maart 2020 tot en met 15 maart 2020 en
/of
B. ongeveer 2 kilogram cocaïne in de periode van 3 augustus 2020 tot en met 5 september 2020 en/of
C. ongeveer 60 kilogram cocaïne in de periode van 15 september 2020 tot en met 1 oktober 2020,
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door
het voorhanden hebben van één of meer encrypted telefoons (SKY, met gebruikers/accountnamen [naam 1] en/of [naam 2] ) en/of
het middels voornoemde telefoons
(telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) te
hebben en/of (een) bespreking(en) te voeren en/of afspra(a)k(en) te maken met één of meerdere (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s),
afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of anderen) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, transport, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid cocaïne;
4.
hij in
of omstreeksde periode van 17 april 2020 tot en met 12 juni 2020 te Arnhem en/of Amsterdam , althans te Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk
heeft
geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/ofverwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval
(telkens
)opzettelijk aanwezig heeft gehad te weten
onder andere:
- ongeveer 10 kilogram cocaïne in de periode van 17 april 2020 tot en met
13 mei 2020en
/of
- ongeveer 1 kilogram cocaïne in de periode van 1 mei 2020 tot en met 7 mei 2020 en
/of
- een grote hoeveelheid cocaïne in de periode van 16 mei 2020 tot en met 12 juni 2020,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens)
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
5.
hij
op/in
of omstreeksde periode van 26 maart 2020 tot en met 12 juni 2020 te Arnhem en/of Amsterdam, althans te Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleenom een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten (telkens)
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk
telen, bereiden, bewerken,verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen van een hoeveelheid cocaïne en/of (meth) amfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen,
te doen plegen,mede te plegen
en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij
/zij, verdachte en/of zijn
/haarmededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door
- het voorhanden hebben van één of meer encrypted telefoons (Encrochat met gebruikers/accountnamen [naam 3] en/of [naam 4] )
en
/ofhet middels voornoemde telefoons
- ( (telefonische) contacten en/of ontmoetingen te hebben en/of besprekingen te voeren en/of afspraken te maken met één of meerdere (mogelijke) producenten, leveranciers, transporteurs, financiers, afnemers, tussenpersonen, verleners van hand- en spandiensten en/of anderen met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, transport, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheden cocaïne en/of grondstoffen t.b.v. de productie van die (meth)amfetamine;
6.
hij
op/in
of omstreeksde periode van 26 maart 2020 tot en met 6 mei 2020 te Arnhem en/of Amsterdam, althans te Nederland,
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen, (telkens
) (al dan niet)opzettelijk
niet voor onderzoek bedoelde geneesmiddelen, te weteneen grote hoeveelheid ketamine, zonder vergunning van Onze Minister als bedoeld in artikel 1 sub a van Pro de Geneesmiddelenwet
heeft bereid, heeft ingevoerd, in voorraad heeft gehad,te koop heeft aangeboden, heeft afgeleverd,
heeft uitgevoerd, of anderszins binnen of buiten het Nederlands grondgebied heeft gebracht dan wel een groothandel heeft gedreven, door (telkens) die/een hoeveelheid ketamine af te leveren en/of uit te (laten) voeren naar Groot-Brittannië;
7.
hij
op/in
of omstreeksde periode van 19 februari 2020 tot en met 30 september 2020, te Arnhem en/of Amsterdam, althans te Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen,
althans alleen,telkens
(van) een voorwerp, althans een of meer voorwerpen (een hoeveelheid geld
), te weten
onder andere:
 op of omstreeks 6 februari 2020 een hoeveelheid van 121.000€ en
/of

in de periode van 19 februari 2020 tot en met 21 februari 2020 een hoeveelheid van 300.000€ en/of
 in de periode van 2 september 2020 tot en met 6 september 2020 een hoeveelheid van (omgerekend) 110.600€
en/of één of meer (andere, grote) bedragen in diverse valuta
Sub a
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
Sub b
-
heeft verworven,voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen,
heeft omgezet, en/of
gebruik heeft gemaaktterwijl hij
/zij, verdachte, wist dat
dat/die voorwerp(en) – onmiddellijk of middellijk - afkomstig
was/waren uit enig misdrijf
en hij, verdachte, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 2 primair:
het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod; en
feit 2 subsidiair:
het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 10a i.v.m. artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 4:
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B en C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 5:
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 10a i.v.m. artikel 2 onder Pro A, B, D van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 6:
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 38 lid 1 van Pro de Geneesmiddelenwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 7:
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 420bis lid 1 ahf/ ond b van het Wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.Procesafspraken

Het verloop van de procesafspraken
Het Openbaar Ministerie (OM) en de raadsman van verdachte hebben de mogelijkheid onderzocht van het maken van procesafspraken over de afdoening van deze strafzaak. Naar aanleiding hiervan heeft de officier van justitie de rechtbank op 29 oktober 2025 een zowel door de officier van justitie, als door verdachte en zijn raadsman ondertekende overeenkomst procesafspraken toegezonden. In deze overeenkomst zijn de door het OM, verdachte en zijn raadsman gemaakte procesafspraken, waaronder een gezamenlijke zienswijze over de beoordeling van de ten laste gelegde feiten en een gemeenschappelijk afdoeningsvoorstel, opgenomen. Partijen beogen daarmee de strafzaak op korte termijn tot een einde te laten komen. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de procesafspraken.
De inhoud van de procesafspraken
In de overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen:
  • de verdachte legt geen nadere (bekennende) verklaring af;
  • de verdediging zal uiterlijk vier weken voor de geplande zitting van 21 november 2025, te weten 24 oktober 2025, deze procesafspraken ondertekend retourneren aan het OM. De verdediging zal eveneens uiterlijk 24 oktober door middel van een e-mailbericht van de raadsman richting rechtbank en OM aangeven dat de feiten en kwalificaties zoals tussen en OM en verdediging vastgesteld in de bijlagen, niet worden ontkend en er geen inhoudelijke verweren ter zitting zullen worden gevoerd;
  • de verdediging zal in voornoemde e-mail en desgevraagd door de rechtbank op zitting kenbaar maken dat zij afziet en derhalve niet opnieuw zal verzoeken om te horen de eerder toegewezen getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 2] .
  • de verdediging zal geen nadere onderzoekswensen indienen;
  • de verdachte beseft dat het niet voeren van verdediging zal leiden tot een veroordeling van één of meerdere strafbare feiten als omschreven in de tenlastelegging(en);
  • de verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken;
  • de verdachte heeft met deze afspraken – na adequate rechtsbijstand te hebben ontvangen – vrijwillig afstand gedaan van verdedigingsrechten en is zich bewust van de (mogelijke) gevolgen daarvan; het OM zal bij de inhoudelijke zitting rekwireren tot:
o bewezenverklaring van de aan de verdachte tenlastegelegde feiten conform de inhoud van bijlage A;
o een strafoplegging in de strafzaak, te weten een gevangenisstraf van 48 maanden;
o vordering tot ontneming te weten: vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel en het opleggen van een betalingsverplichting, beiden ter hoogte van een bedrag á € 9.158,-;
  • door de verdediging en het OM wordt geen hoger beroep ingesteld in zowel straf- als ontnemingszaak, tenzij de rechtbank in (een van) deze zaken substantieel afwijkt van de gemaakte procesafspraken;
  • als substantieel wordt door verdediging en OM in ieder geval niet aangemerkt een andere, afwijkende bewezenverklaring en/of kwalificatie(s) door de rechtbank van de 7 feiten zoals deze door de verdediging en OM zijn overeengekomen en toegelicht in bijlage A en B, met dien verstande dat deze eventuele afwijkingen geen (substantiële) doorwerking hebben op de door rechtbank op te leggen hoogte van de straf en/of ontnemingsmaatregel.
Het kader van de procesafspraken
De rechtbank stelt voorop dat het maken van procesafspraken is toegestaan en dat de totstandkoming daarvan betekenis kan hebben voor de beslissingen die de strafrechter neemt, ondanks dat er thans nog geen wettelijke regeling is die voorziet in procesafspraken. Uit het arrest van de Hoge Raad van 27 september 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1252) volgt dat procesafspraken geen afbreuk doen aan de autonome positie van de strafrechter. De strafrechter is niet gebonden aan de procesafspraken. De strafrechter blijft er namelijk verantwoordelijk voor dat de behandeling en de beoordeling van de strafzaak plaatsvinden overeenkomstig de daarvoor geldende regelingen, in het bijzonder de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) en de eisen van een eerlijk proces, zoals neergelegd in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM). De strafrechter kan uitsluitend acht slaan op gemaakte procesafspraken indien gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen uit artikel 6 EVRM Pro. Deze waarborg is in het bijzonder van belang omdat doorgaans in procesafspraken wordt opgenomen dat verdachte afziet van het uitoefenen van bepaalde verdedigingsrechten. De Hoge Raad heeft in het arrest een aantal punten geformuleerd aan de hand waarvan de strafrechter die waarborg kan toetsen. De strafrechter dient te onderzoeken of verdachte in de concrete omstandigheden van het geval vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. Om dit te kunnen toetsen is in beginsel vereist dat verdachte ter terechtzitting aanwezig is en gedurende het gehele proces wordt bijgestaan door een advocaat.
De behandeling ter terechtzitting
De rechtbank heeft tijdens de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting van 21 november 2025 de procesafspraken besproken, zoals deze zijn vervat in de ondertekende overeenkomst. De officier van justitie heeft de achterliggende redenen voor het maken van de procesafspraken toegelicht. Daarbij heeft de officier van justitie aangegeven dat de procesafspraken vooral zijn gemaakt vanuit het oogpunt van efficiëntie.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij goed heeft begrepen wat de gemaakte procesafspraken inhouden, wat de gevolgen daarvan zijn en dat hij vrijwillig heeft meegewerkt aan de totstandkoming van het afdoeningsvoorstel. Hij is gedurende het hele proces om tot afspraken te komen steeds voorzien geweest van rechtskundige bijstand. De rechtbank heeft zich ervan vergewist dat verdachte nog steeds achter de gemaakte afspraken staat.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte aldus vrijwillig en op basis van voor hem voldoende en duidelijke informatie is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing om mee te werken aan hetgeen in het afdoeningsvoorstel is overeengekomen. De rechtbank stelt daarnaast vast dat verdachte zich bewust is van de rechtsgevolgen van de in de overeenkomst neergelegde procesafspraken en de daarmee gepaard gaande afstand van bepaalde verdedigingsrechten. Daarmee is tevens voldaan aan de eisen van een eerlijk proces, zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat verdachte gedurende het proces is bijgestaan door zijn advocaat. Ter terechtzitting heeft de rechtbank benadrukt dat zij geen partij is bij de gemaakte procesafspraken en dat zij daaraan niet gebonden is. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de afspraken, gelet op de artikelen 348 en 350 Sv, stand kunnen houden. Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat zij acht kan slaan op de gemaakte procesafspraken.

8.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft conform het afdoeningsvoorstel gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht de eis van de officier van justitie, die in overeenstemming is met de gemaakte procesafspraken, te volgen.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft een belangrijke rol gespeeld in de internationale drugshandel en voorbereidingshandelingen gepleegd met betrekking tot handel in grote hoeveelheden drugs. Hierdoor heeft hij een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele circuit in ons land. Feiten als deze brengen onrust voor de samenleving met zich mee en zijn maatschappelijk gezien onaanvaardbaar. Door dergelijke delicten wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd. Drugs leiden veelal, direct en indirect, tot vele vormen van criminaliteit. Daarnaast heeft verdachte zich bezig gehouden met de handel in ketamine. De gevolgen van de handel en het gebruik van dit middel zijn vergelijkbaar met die van harddrugs. Zo is gebleken dat het gebruik van dit middel schadelijk is voor de volksgezondheid. Ketamine is weliswaar in het medische circuit bedoeld als narcosemiddel en pijnbestrijder maar wordt vanwege zijn verdovende en hallucinerende werking ook gebruikt als recreatieve partydrug met een snelle geestelijk verslavende werking. De effecten, gevolgen en risico’s van ketamine zijn zeer heftig en schadelijk voor de gezondheid gebleken. Zo kan het gaan om heftige angsten en psychoses, verwondingen of het stikken in eigen braaksel. Ook kunnen er geheugen- en concentratieproblemen optreden en zelfs ernstige hersenbeschadigingen. Bij het plegen van deze strafbare feiten heeft verdachte kennelijk enkel gedacht aan zijn eigen geldelijk gewin en zich geen enkele rekenschap gegeven van de negatieve effecten daarvan.
De op te leggen straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf zal de rechtbank acht slaan op de procesafspraken, de grondslagen daarvan en het daaruit voortvloeiende afdoeningsvoorstel en overeenkomstig beslissen. Het voorstel staat naar het oordeel van de rechtbank in redelijke verhouding tot de ernst van de zaak, gelet op zijn meewerkende proceshouding bij de politie en het tijdsverloop sinds het plegen van de feiten. Hierbij overweegt de rechtbank uitdrukkelijk dat het voorstel niet alleen een efficiënte en voortvarende behandeling dient, maar ook een effectieve afdoening van de zaak. Omdat de rechtbank in lijn met de overeenkomst van partijen oordeelt, vloeit daaruit immers in beginsel voort dat het belang bij een behandeling van de zaak in hoger beroep ontbreekt. Partijen hebben tijdens de zitting aangegeven dat zij zich zullen neerleggen bij een vonnis als de strafoplegging overeenkomt met de daarover gemaakte afspraken. De op te leggen straf kan daarmee onmiddellijk ten uitvoer worden gelegd. De overeenkomst doet daarmee ook recht aan de belangen van de maatschappij.
De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van 48 maanden zoals vastgelegd in de overeenkomst procesafspraken tussen het OM en de verdediging, in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak zoals die blijkt uit de processtukken en het verhandelde op de terechtzitting en dus in de gegeven omstandigheden een passende straf is. Zij zal die straf dan ook aan verdachte opleggen.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 46, 47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 3, 10, 10 a en 11 van de Opiumwet;
- 38 van de Geneesmiddelenwet.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
Dit verkort vonnis is gewezen door mr. H.C. Leemreize (voorzitter), mr. A. Bril en mr. I.S. Termaat, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.H. Boshuizen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 december 2025.