1.De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2025 tot en met 12 juni 2025 te Eefde, in elk geval in Nederland, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een autosleutel en/of een auto en/of een of meerdere autopapieren en/of een paspoort en/of een tasje /koffertje, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [slachtoffer] een of meerdere klappen in het gezicht te geven en/of
- uit een vest een vuurwapen tevoorschijn te halen en/of te tonen en/of
- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen dat hij, verdachte, die [slachtoffer] de hele nacht zou gaan snijden en (vervolgens) zout in die wonden zou gooien en/of dat hij, verdachte, de anus van die [slachtoffer] kapot zou snijden en/of dat hij, verdachte, de knieschijven van die [slachtoffer] kapot zou schieten en/of dat hij, verdachte, het pistool in de reet van die [slachtoffer] zou duwen, in elk geval woorden van gelijke strekking, en/of
- een mes naar die [slachtoffer] te richten;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2025 tot en met 12 juni 2025 te Eefde, in elk geval in Nederland, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een autosleutel en/of een auto en/of een of meer autopapieren en/of een paspoort en/of een tasje/koffertje, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] toebehoorde, door
- die [slachtoffer] een of meerdere klappen in het gezicht te geven en/of
- uit een vest een vuurwapen tevoorschijn te halen en/of te tonen en/of
- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen dat hij, verdachte, die [slachtoffer] de hele nacht zou gaan snijden en (vervolgens) zout in die wonden zou gooien en/of dat hij, verdachte, de anus van die [slachtoffer] kapot zou snijden en/of dat hij, verdachte, de knieschijven van die [slachtoffer] kapot zou schieten en/of dat hij, verdachte, het pistool in de reet van die [slachtoffer] zou duwen, in elk geval woorden van gelijke strekking, en/of
- een mes naar die [slachtoffer] te richten;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een
veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2025 tot en met 12 juni 2025 te Eefde, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- die [slachtoffer] een of meerdere klappen in het gezicht te geven en/of
- uit een vest een vuurwapen tevoorschijn te halen en/of te tonen en/of
- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen dat hij, verdachte, die [slachtoffer] de hele nacht zou gaan snijden en (vervolgens) zout in die wonden zou gooien en/of dat hij, verdachte, de anus van die [slachtoffer] kapot zou snijden en/of dat hij, verdachte, de knieschijven van die [slachtoffer] kapot zou schieten en/of dat hij, verdachte, het pistool in de reet van die [slachtoffer] zou duwen, in elk geval woorden van gelijke strekking, en/of
- een mes naar die [slachtoffer] te richten;
2
hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2025 tot en met 12 juni 2025 te Eefde, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd
gehouden, door:
- ( met medeverdachte) naar de woning van die [slachtoffer] te gaan en/of
- ( met medeverdachte) de woning van die [slachtoffer] te betreden en/of
- die [slachtoffer] (vervolgens) een of meerdere klappen in het gezicht te geven en/of
- uit een vest een vuurwapen tevoorschijn te halen en/of te tonen en/of
- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen dat hij, verdachte, die [slachtoffer] de hele nacht zou gaan snijden en (vervolgens) zout in die wonden zou gooien en/of dat hij, verdachte, de anus van die [slachtoffer] kapot zou snijden en/of dat hij, verdachte, de knieschijven van die [slachtoffer] kapot zou schieten en/of dat hij, verdachte, het pistool in de reet van die [slachtoffer] zou duwen, in elk geval woorden van gelijke strekking, en/of
- een mes naar die [slachtoffer] te richten;
3
hij op of omstreeks 12 juni 2025 te Duiven, althans in Nederland,
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, een getransformeerd gaspistool, van het merk Blow, type Tr34, kaliber 9mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten acht, althans een of meerdere kogelpatronen van het kaliber .380 auto/9xl7 mm., voorhanden heeft gehad.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Ten aanzien van het eerste en tweede tenlastegelegde feit
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Ter onderbouwing daarvan wordt gewezen op de aangifte waarin aangever heeft verklaard dat hij op de late avond, doorlopend in de nacht, van 11 op 12 juni 2025 is bezocht door twee mannen. Aangever verklaart dat die twee mannen hem van zijn vrijheid hebben beroofd, hem hebben bestolen en dat hij is geslagen en bedreigd. Hij (her)kende een van de twee mannen niet. De andere man (her)kende hij als de verdachte.
De raadsman van de verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. De verdenking is alleen gebaseerd op de verklaringen van aangever. Verdachte verklaart dat aangever een lening bij hem had en dat zij hebben gesproken over de terugbetaling daarvan. De auto van aangever, waarin verdachte later is aangetroffen, heeft aangever aan verdachte meegegeven als borg.
De beoordeling door de rechtbank
Verdachte erkent dat hij op/tussen 11 en 12 juni 2025 aanwezig was in de woning van aangever. Zijn verklaring over wat er die avond is voorgevallen verschilt echter van die van aangever en schetst een alternatief scenario over de gebeurtenissen van die avond. De kern van de verdenking tegen verdachte – namelijk dat hij aangever heeft bedreigd en goederen heeft gestolen – volgt feitelijk alleen uit de verklaringen van aangever.
Het dossier biedt onvoldoende steunbewijs voor de aan verdachte tenlastegelegde gedragingen. Dat betekent dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor wat verdachte ten laste is gelegd. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het eerste en tweede tenlastegelegde feit.
Ten aanzien van het derde tenlastegelegde feit
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan. Het wapen dat is aangetroffen in de auto die verdachte bestuurde, was niet van hem. Hij heeft in eerste instantie geen wetenschap en geen beschikkingsmacht gehad over het wapen en de munitie. Hij heeft het wapen pas aangeraakt toen hij het wapen - al rijdende - in de auto ontdekte. Het DNA van verdachte dat op en in het wapen is aangetroffen, is onvoldoende bewijs voor het tenlastegelegde.
De beoordeling door de rechtbank
De auto waarin verdachte op 12 juni 2025 werd aangehouden,is door verbalisanten doorzocht. Bij die doorzoeking troffen zij een koffertje aan met daarin een handvuurwapen.Het patroonmagazijn was gevuld met patronen.Uit onderzoek van de politie blijkt dat het een getransformeerd gaspistool van het merk Blow type/model TR34 betreft, zijnde een vuurwapen van categorie III, en een passend patroonmagazijn met negen kogelpatronen, zijnde munitie van categorie III.
Er is forensisch DNA-onderzoek gedaan, waarbij het patroonmagazijn, de greep, de trekkerbeugel, de ruwe en scherpe delen van het vuurwapen zijn bemonsterd. Verdachte is de mogelijke donor van het DNA-mengprofiel dat daarop is aangetroffen. De hypothese dat het DNA afkomstig is van verdachte en twee onbekende personen is een miljard keer waarschijnlijker dan de hypothese dat het DNA afkomstig is van drie onbekende personen.
De rechtbank acht de verklaring van verdachte, die erop neerkomt dat een derde zonder verdachte daarvan op de hoogte te stellen een wapen in de auto zou achterlaten en dat verdachte bij het in gebruik nemen van de auto het wapen niet zou hebben opgemerkt, ongeloofwaardig. Dat verdachte heeft gesteld dat hij niet de eigenaar was van het wapen doet er bovendien niet aan af dat hij in de auto reed waarin het wapen lag en dat zijn DNA op en in het wapen is aangetroffen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij het wapen in de auto heeft ontdekt voordat de politie hem heeft aangehouden. Verdachte is daarop met het wapen in de auto doorgereden. Uit het dossier is niet gebleken van enige handeling van verdachte om zich op legale wijze van het wapen te ontdoen. Hieruit volgt dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had en dat hij daarmee het vuurwapen en de munitie voorhanden heeft gehad, zoals ten laste is gelegd.