ECLI:NL:RBGEL:2025:11826

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
05.181822.25.vs
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 WWMArt. 55 WWM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak diefstal en wederrechtelijke vrijheidsberoving, veroordeling voor verboden wapenbezit

De rechtbank Gelderland heeft op 12 december 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een man uit Apeldoorn. Verdachte werd beschuldigd van diefstal met geweld, wederrechtelijke vrijheidsberoving en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie van categorie III. De rechtbank sprak verdachte vrij van de eerste twee feiten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs, voornamelijk omdat de beschuldigingen alleen steunden op de verklaringen van het slachtoffer zonder aanvullend bewijs.

Ten aanzien van het derde feit, het voorhanden hebben van een getransformeerd gaspistool en munitie, oordeelde de rechtbank dat dit wettig en overtuigend bewezen was. Het wapen werd aangetroffen in de auto die verdachte bestuurde, en zijn DNA werd op en in het wapen aangetroffen. Verdachte kon niet aannemelijk maken dat hij geen wetenschap of beschikkingsmacht over het wapen had.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van vijf weken op, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest had doorgebracht. De civiele vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd afgewezen omdat de feiten waarop de vordering was gebaseerd niet bewezen waren. De straf is opgelegd op grond van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van diefstal en vrijheidsberoving, maar veroordeeld tot vijf weken gevangenisstraf voor verboden wapenbezit.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.181822.25
Datum uitspraak : 12 december 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] (Georgië),
wonende aan [adres] ,
op dit moment gedetineerd in [plaats] .
Raadsman: mr. J.E. Kötter, advocaat in Amsterdam
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2025 tot en met 12 juni 2025 te Eefde, in elk geval in Nederland, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een autosleutel en/of een auto en/of een of meerdere autopapieren en/of een paspoort en/of een tasje /koffertje, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [slachtoffer] een of meerdere klappen in het gezicht te geven en/of
- uit een vest een vuurwapen tevoorschijn te halen en/of te tonen en/of
- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen dat hij, verdachte, die [slachtoffer] de hele nacht zou gaan snijden en (vervolgens) zout in die wonden zou gooien en/of dat hij, verdachte, de anus van die [slachtoffer] kapot zou snijden en/of dat hij, verdachte, de knieschijven van die [slachtoffer] kapot zou schieten en/of dat hij, verdachte, het pistool in de reet van die [slachtoffer] zou duwen, in elk geval woorden van gelijke strekking, en/of
- een mes naar die [slachtoffer] te richten;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2025 tot en met 12 juni 2025 te Eefde, in elk geval in Nederland, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een autosleutel en/of een auto en/of een of meer autopapieren en/of een paspoort en/of een tasje/koffertje, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] toebehoorde, door
- die [slachtoffer] een of meerdere klappen in het gezicht te geven en/of
- uit een vest een vuurwapen tevoorschijn te halen en/of te tonen en/of
- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen dat hij, verdachte, die [slachtoffer] de hele nacht zou gaan snijden en (vervolgens) zout in die wonden zou gooien en/of dat hij, verdachte, de anus van die [slachtoffer] kapot zou snijden en/of dat hij, verdachte, de knieschijven van die [slachtoffer] kapot zou schieten en/of dat hij, verdachte, het pistool in de reet van die [slachtoffer] zou duwen, in elk geval woorden van gelijke strekking, en/of
- een mes naar die [slachtoffer] te richten;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een
veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2025 tot en met 12 juni 2025 te Eefde, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- die [slachtoffer] een of meerdere klappen in het gezicht te geven en/of
- uit een vest een vuurwapen tevoorschijn te halen en/of te tonen en/of
- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen dat hij, verdachte, die [slachtoffer] de hele nacht zou gaan snijden en (vervolgens) zout in die wonden zou gooien en/of dat hij, verdachte, de anus van die [slachtoffer] kapot zou snijden en/of dat hij, verdachte, de knieschijven van die [slachtoffer] kapot zou schieten en/of dat hij, verdachte, het pistool in de reet van die [slachtoffer] zou duwen, in elk geval woorden van gelijke strekking, en/of
- een mes naar die [slachtoffer] te richten;
2
hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2025 tot en met 12 juni 2025 te Eefde, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd
gehouden, door:
- ( met medeverdachte) naar de woning van die [slachtoffer] te gaan en/of
- ( met medeverdachte) de woning van die [slachtoffer] te betreden en/of
- die [slachtoffer] (vervolgens) een of meerdere klappen in het gezicht te geven en/of
- uit een vest een vuurwapen tevoorschijn te halen en/of te tonen en/of
- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen dat hij, verdachte, die [slachtoffer] de hele nacht zou gaan snijden en (vervolgens) zout in die wonden zou gooien en/of dat hij, verdachte, de anus van die [slachtoffer] kapot zou snijden en/of dat hij, verdachte, de knieschijven van die [slachtoffer] kapot zou schieten en/of dat hij, verdachte, het pistool in de reet van die [slachtoffer] zou duwen, in elk geval woorden van gelijke strekking, en/of
- een mes naar die [slachtoffer] te richten;
3
hij op of omstreeks 12 juni 2025 te Duiven, althans in Nederland,
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, een getransformeerd gaspistool, van het merk Blow, type Tr34, kaliber 9mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten acht, althans een of meerdere kogelpatronen van het kaliber .380 auto/9xl7 mm., voorhanden heeft gehad.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Ten aanzien van het eerste en tweede tenlastegelegde feit
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Ter onderbouwing daarvan wordt gewezen op de aangifte waarin aangever heeft verklaard dat hij op de late avond, doorlopend in de nacht, van 11 op 12 juni 2025 is bezocht door twee mannen. Aangever verklaart dat die twee mannen hem van zijn vrijheid hebben beroofd, hem hebben bestolen en dat hij is geslagen en bedreigd. Hij (her)kende een van de twee mannen niet. De andere man (her)kende hij als de verdachte. [2]
De raadsman van de verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. De verdenking is alleen gebaseerd op de verklaringen van aangever. Verdachte verklaart dat aangever een lening bij hem had en dat zij hebben gesproken over de terugbetaling daarvan. De auto van aangever, waarin verdachte later is aangetroffen, heeft aangever aan verdachte meegegeven als borg.
De beoordeling door de rechtbank
Verdachte erkent dat hij op/tussen 11 en 12 juni 2025 aanwezig was in de woning van aangever. Zijn verklaring over wat er die avond is voorgevallen verschilt echter van die van aangever en schetst een alternatief scenario over de gebeurtenissen van die avond. De kern van de verdenking tegen verdachte – namelijk dat hij aangever heeft bedreigd en goederen heeft gestolen – volgt feitelijk alleen uit de verklaringen van aangever.
Het dossier biedt onvoldoende steunbewijs voor de aan verdachte tenlastegelegde gedragingen. Dat betekent dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor wat verdachte ten laste is gelegd. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het eerste en tweede tenlastegelegde feit.
Ten aanzien van het derde tenlastegelegde feit
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan. Het wapen dat is aangetroffen in de auto die verdachte bestuurde, was niet van hem. Hij heeft in eerste instantie geen wetenschap en geen beschikkingsmacht gehad over het wapen en de munitie. Hij heeft het wapen pas aangeraakt toen hij het wapen - al rijdende - in de auto ontdekte. Het DNA van verdachte dat op en in het wapen is aangetroffen, is onvoldoende bewijs voor het tenlastegelegde.
De beoordeling door de rechtbank
De auto waarin verdachte op 12 juni 2025 werd aangehouden, [3] is door verbalisanten doorzocht. Bij die doorzoeking troffen zij een koffertje aan met daarin een handvuurwapen. [4] Het patroonmagazijn was gevuld met patronen. [5] Uit onderzoek van de politie blijkt dat het een getransformeerd gaspistool van het merk Blow type/model TR34 betreft, zijnde een vuurwapen van categorie III, en een passend patroonmagazijn met negen kogelpatronen, zijnde munitie van categorie III. [6]
Er is forensisch DNA-onderzoek gedaan, waarbij het patroonmagazijn, de greep, de trekkerbeugel, de ruwe en scherpe delen van het vuurwapen zijn bemonsterd. Verdachte is de mogelijke donor van het DNA-mengprofiel dat daarop is aangetroffen. De hypothese dat het DNA afkomstig is van verdachte en twee onbekende personen is een miljard keer waarschijnlijker dan de hypothese dat het DNA afkomstig is van drie onbekende personen. [7]
De rechtbank acht de verklaring van verdachte, die erop neerkomt dat een derde zonder verdachte daarvan op de hoogte te stellen een wapen in de auto zou achterlaten en dat verdachte bij het in gebruik nemen van de auto het wapen niet zou hebben opgemerkt, ongeloofwaardig. Dat verdachte heeft gesteld dat hij niet de eigenaar was van het wapen doet er bovendien niet aan af dat hij in de auto reed waarin het wapen lag en dat zijn DNA op en in het wapen is aangetroffen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij het wapen in de auto heeft ontdekt voordat de politie hem heeft aangehouden. Verdachte is daarop met het wapen in de auto doorgereden. Uit het dossier is niet gebleken van enige handeling van verdachte om zich op legale wijze van het wapen te ontdoen. Hieruit volgt dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had en dat hij daarmee het vuurwapen en de munitie voorhanden heeft gehad, zoals ten laste is gelegd.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het derde tenlastegelegde feit heeft begaan, te weten dat:
3.
hij op
of omstreeks12 juni 2025 te Duiven
, althans in Nederland,
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, een getransformeerd gaspistool, van het merk Blow, type Tr34, kaliber 9mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en
/of
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten acht,
althans een of meerderekogelpatronen van het kaliber .380 auto/9xl7 mm.,
voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 3:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en munitie van categorie III

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met oplegging van de algemene voorwaarde en als bijzondere voorwaarden een contact- en locatieverbod.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft op 12 juni 2025 rondgereden in een auto waarin een koffer lag, met daarin een vuurwapen. Het magazijn daarvan was gevuld met patronen. Het voorhanden hebben van een wapen kan leiden tot levensgevaarlijke situaties. Ook zorgen wapens voor gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.
De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar de uitgangspunten voor straffen die de rechtbanken onderling hebben afgesproken (de LOVS-oriëntatiepunten). Daarin wordt uitgegaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voor het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie III, en een geldboete van € 150,- tot € 350,- voor het voorhanden hebben van 1 tot 50 patronen.
Uit het reclasseringsrapport van 11 september 2025 volgt dat verdachte de indruk wekt dat hij zijn leven op orde heeft. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld. Hij woont bij zijn moeder, aan wie hij zorg verleent waarvoor hij een persoonsgebonden budget ontvangt. Er zijn geen andere consequenties, die niet voor ieder ander gelden, ten aanzien van een gevangenisstraf.
Uit de justitiële documentatie blijken geen recente, relevante veroordelingen.
Alles afwegende zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 5 weken, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.993,94 aan materiële schade en € 5.500,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Overweging van de rechtbank
Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt van het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde, terwijl daarop de vordering is gebaseerd, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten;
 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 5 weken;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Leemreize (voorzitter), mr. P. Verkroost en mr. I.S. Termaat, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Dams, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 december 2025.
Mr. H.C. Leemreize, mr. I.S. Termaat en mr. M.J.A. Dams zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025273180, gesloten op 26 augustus 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.De zaak tegen de medeverdachte is bekend onder parketnummer 05.181852.25.
3.Proces-verbaal van aanhouding, p. 239.
4.Proces-verbaal van doorzoeking auto, p. 92.
5.Proces-verbaal van onderzoek naar het wapen, p. 112.
6.Proces-verbaal onderzoek wapen, p. 166.
7.Rapport van het forensisch DNA-onderzoek, p. 175 – 176.