Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
fishing expedition: we gooien een hengel uit en zien wel wat er aan blijft haken. Het dossier biedt bovendien voldoende aanknopingspunten dat verdachte degene is geweest die het voertuig heeft bestuurd. De noodzaak om een schouwarts te horen over het letsel is daarmee niet gegeven. De rechtbank wijst dat verzoek eveneens af.
3.De bewezenverklaring
of omstreeks2 februari 2024 te Herwijnen, gemeente West Betuwe als verkeersdeel-nemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van de Mertsesteeg, gaande in de richting van de Nieuwesteeg, daarmede
heeft geredenover de Mert, roekeloos
, althans zeer dan wel aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaamheeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
in elk geval met een aanzienlijk hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was,immers reed hij op een traject van
(ongeveer
)1770 meter (dat eindigde vlak voor de plaats van het ongeval) met een gemiddelde snelheid van
(ongeveer
)155 kilometer per uur en
/ofreed hij op dat traject met snelheden oplopend tot
(ongeveer
) 178174kilometer per uur en
/of
hijin een flauwe bocht reed en
/ofuit die flauwe bocht kwam, in strijd met het gestelde in artikel 19 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van het door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en
/of
, althans in aanrijding is gekomen met, een ofmeerdere bomen,
aaneen ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel
of zodanig lichamelijk letselwerd toegebracht
, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
€ 780,- en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 45 dagen opgelegd voor een verkeersovertreding op 31 maart 2024, twee maanden na dit ongeval. Op 18 november 2025 is hem een geldboete opgelegd voor een op 5 augustus 2025 gepleegde snelheidsovertreding. Deze strafbeschikking is kennelijk nog niet onherroepelijk, maar verdachte heeft deze overtreding, na confrontatie daarmee door de officier van justitie, ook niet ontkend. Verdachte is kennelijk erg hardleers.
8.De beoordeling van de civiele vordering
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden;
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
2 (twee) jaren;
- veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 4.652,53 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 56 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.