ECLI:NL:RBGEL:2025:1268
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens handel in harddrugs
De rechtbank Gelderland heeft op 14 februari 2025 uitspraak gedaan in een zaak tegen een veroordeelde geboren in 2002, woonachtig in Nederland, die werd vervolgd voor handel in harddrugs. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, oorspronkelijk geschat op €5.499 over een periode van 18 maanden.
De rechtbank heeft echter vastgesteld dat de bewezenverklaarde periode van handel slechts 4 maanden beslaat, van 23 november 2022 tot en met 22 maart 2023. Op basis hiervan heeft de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel herberekend naar €1.222,00. De verdediging voerde aan dat de vordering niet kon worden vastgesteld omdat de afnemers hun verklaringen hadden aangepast en de verdachte de drugs niet zelf zou hebben ingekocht.
De rechtbank verwierp deze bezwaren en legde de betalingsverplichting tot ontneming van het voordeel op aan de veroordeelde. Tevens werd de duur van de gijzeling vastgesteld op 22 dagen conform wettelijke voorschriften. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €1.222 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.