ECLI:NL:RBGEL:2025:131
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omleiding zorgtoeslag ter voldoening bestuursrechtelijke premie
Eiser werd door zijn zorgverzekeraar aangemeld als wanbetaler en is daardoor een bestuursrechtelijke premie verschuldigd. Het CAK besloot de zorgtoeslag van eiser aan het CJIB uit te betalen ter gedeeltelijke voldoening van deze premie. Eiser betaalde een bedrag aan zijn zorgverzekeraar en stelde dat daarin ook de bestuursrechtelijke premie was inbegrepen. De rechtbank stelde vast dat dit niet het geval was.
Eiser voerde aan dat de inhouding van de zorgtoeslag onrechtmatig was en in strijd met het ne bis in idem-beginsel en het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat tegen de aanmelding als wanbetaler en de hoogte van de bestuursrechtelijke premie geen beroep openstaat en dat de inhouding van de zorgtoeslag op grond van de Zorgverzekeringswet rechtmatig is.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet dubbel wordt gestraft en dat er geen sprake is van financiële benadeling. Het beroep tegen het eerste besluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het was vervangen door het tweede besluit. Het beroep tegen het tweede besluit werd ongegrond verklaard. Daarnaast werd het CAK veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit is ongegrond verklaard; de zorgtoeslag is terecht aan het CJIB uitbetaald.