DKL en Incare hadden een duurovereenkomst voor logistieke diensten, waaronder opslag, overslag, transport en distributie, die liep tot 31 december 2023. Incare beëindigde haar activiteiten en droeg deze over aan Codi International, waardoor zij ruim voor het einde van de overeenkomst stopte met het plaatsen van orders bij DKL.
De rechtbank oordeelt dat Incare gehouden was om tot het einde van de looptijd volumes aan DKL te blijven leveren. Incare is tekortgeschoten door vanaf augustus 2023 vrijwel geen orders meer te plaatsen, ondanks dat de opzegging pas in juni 2023 rechtsgeldig was. Het beroep op overmacht wordt verworpen omdat de sluiting van de productielocatie een eigen bedrijfsbeslissing was.
De schade wordt begroot op het verschil tussen de verwachte reguliere omzet en de gerealiseerde omzet vanaf augustus tot en met december 2023, waarbij de rechtbank partijen in de gelegenheid stelt nadere omzetcijfers en marges te overleggen. Codi wordt niet aansprakelijk gehouden omdat zij geen partij is bij de overeenkomst. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en berekeningen.