Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
2.De feiten
Draagkracht vrouw
Rechtbank Gelderland
Partijen zijn ex-echtgenoten met twee minderjarige kinderen en een zorgregeling. In eerdere procedures is vastgesteld dat gedaagde een jaaropgave 2022 heeft overgelegd met een belastbaar inkomen van €44.548,00, waarop het hof de kinderalimentatie heeft gebaseerd. Eiser stelt dat deze jaaropgave vervalst is omdat gedaagde in werkelijkheid een hoger inkomen van €65.536,00 had, onderbouwd met een geluidsopname van een telefoongesprek met de Belastingtelefoon, inkomensverklaringen uit 2018 en 2019 en een brief van de Raad voor de Rechtsbijstand.
De rechtbank overweegt dat eiser de stelplicht en bewijslast draagt voor zijn bewering van vervalsing. De geluidsopname en andere stukken zijn onvoldoende betrouwbaar en niet bevestigd door officiële instanties. Het hof heeft eerder de geluidsopname als laakbaar maar niet onrechtmatig bewijs gekwalificeerd en geen reden gezien om van het lagere inkomen uit te gaan. De hogere inkomensgegevens uit eerdere jaren zijn niet representatief voor 2022 vanwege ziekte en re-integratie van gedaagde.
De rechtbank concludeert dat eiser onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd om de stelling van vervalsing te onderbouwen. Daarom wordt de vordering afgewezen en worden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2025.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs van vervalsing van de jaaropgave door gedaagde.