ECLI:NL:RBGEL:2025:1568
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontruiming van huurwoning na overlijden huurder zonder recht op verblijf
In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van de woning die hij verhuurde aan de ouders van gedaagde. Na het overlijden van de moeder van gedaagde is de huurovereenkomst van rechtswege geëindigd. Gedaagde verblijft sindsdien zonder recht of titel in de woning en weigert vrijwillig te vertrekken.
Eiser stelt dat de huurovereenkomst automatisch is geëindigd op grond van artikel 7:268 lid 6 BW Pro en vordert ontruiming binnen drie dagen na betekening van het vonnis. Gedaagde erkent dat zij geen recht heeft op verblijf, maar vraagt om een langere ontruimingstermijn van drie tot vier maanden vanwege haar persoonlijke omstandigheden.
De kantonrechter oordeelt dat er geen juridische grond is om gedaagde langer te laten verblijven zonder recht op de woning. Het emotionele belang van gedaagde weegt niet op tegen het recht van eiser om over zijn woning te beschikken. De vordering tot ontruiming wordt daarom toegewezen met een termijn van veertien dagen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis.