De curator in het faillissement van een zorgbedrijf vordert bestuurdersaansprakelijkheid van de enige bestuurder wegens schending van de administratie- en publicatieplicht en onttrekking van gelden. De rechtbank oordeelt dat de bestuurder in 2021 en 2022 geen deugdelijke administratie voerde en geen jaarrekeningen publiceerde, wat kennelijk onbehoorlijk bestuur oplevert en een belangrijke oorzaak van het faillissement vormt. De bestuurder wordt aansprakelijk gesteld voor het boedeltekort en een voorschot van €350.000 toegewezen. Tevens wordt een bestuursverbod van vijf jaar opgelegd.
Tegen een derde, zwager van de bestuurder, vordert de curator terugbetaling van een geldlening, onverschuldigde loonbetalingen, onbetaalde zorgfacturen en schadevergoeding voor onrechtmatig gebruik van een kelder. De rechtbank oordeelt dat de geldleningsovereenkomst authentiek is en dat de lening in natura is terugbetaald door trainingssessies. De onverschuldigde loonbetalingen worden toegewezen, evenals betaling van een openstaande zorgfactuur. De vordering voor schadevergoeding wegens gebruik van de kelder wordt afgewezen wegens ontbreken van onrechtmatig handelen.
De curator krijgt grotendeels gelijk tegen de bestuurder en deels tegen de derde. Proceskosten en beslagkosten worden toegewezen aan de curator tegen de bestuurder, terwijl de kosten tussen curator en derde worden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.