ECLI:NL:RBGEL:2025:1926
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op terugwerkende kinderbijslag bij co-ouderschap zonder eerdere aanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) waarin hem slechts de helft van de kinderbijslag vanaf het tweede kwartaal van 2023 is toegekend. De kern van het geschil betreft de ingangsdatum van het recht op kinderbijslag, waarbij eiser terugwerkende kracht vordert.
De rechtbank stelt vast dat eiser en zijn ex-partner een co-ouderschapsregeling hebben, maar dat er geen afspraken zijn gemaakt over de verdeling van de kinderbijslag. De SVB heeft het recht op kinderbijslag vastgesteld op basis van de aanvraag van eiser op 19 maart 2023. Omdat eiser niet heeft aangetoond dat hij de kinderen in de periode daarvoor overwegend heeft onderhouden, is geen recht op terugwerkende kinderbijslag toegekend.
Verder oordeelt de rechtbank dat het feit dat eiser niet eerder op de hoogte was van zijn recht op kinderbijslag geen grond is om het recht eerder toe te kennen. Ook kan de SVB niet worden verplicht een hoorzitting of bemiddelingsgesprek te organiseren tussen eiser en zijn ex-partner. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het recht op kinderbijslag ingaat vanaf het tweede kwartaal van 2023 zonder terugwerkende kracht.