Uitspraak
VGZ voor de Zorg N.V.,
Rechtbank Gelderland
Gedaagde keerde met haar gezin terug naar Nederland na verblijf in Frankrijk, waar zij verzekerd waren bij een Franse zorgverzekeraar. Na inschrijving in Nederland per 16 augustus 2021 werd zij door VGZ verzekerd vanaf die datum, terwijl zij meende dat de verzekering pas per 1 oktober 2021 zou ingaan, aansluitend op haar Franse verzekering.
VGZ bracht premie in rekening vanaf 16 augustus 2021, deels via inhouding op het loon van gedaagde. Gedaagde betaalde niet volledig en betwistte de vordering, stellende dat de overeenkomst nietig of vernietigbaar zou zijn en dat zij dubbele premie betaalde. De kantonrechter oordeelde dat op grond van de Zorgverzekeringswet de verzekering terugwerkende kracht heeft vanaf de inschrijving in Nederland.
Hoewel de communicatie van VGZ onduidelijk was en gedaagde hierdoor werd misleid, handelde VGZ niet in strijd met wet- en regelgeving. Gedaagde had zelf restitutie bij de Franse verzekeraar moeten vragen. De gevorderde premie werd grotendeels toegewezen, met een correctie voor reeds verrekende bedragen. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen, maar proceskosten werden aan VGZ toegewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.509,89 premie plus wettelijke rente en proceskosten.