ECLI:NL:RBGEL:2025:2047

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 maart 2025
Publicatiedatum
18 maart 2025
Zaaknummer
11254681
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:90 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering schadevergoeding na ontbinding goederenkrediet motorrijtuig

DFM N.V., handelend onder de naam DutchFinance, vordert betaling van een bedrag van €4.848,97 van [gedaagde] wegens ontbinding van een kredietovereenkomst voor een motorrijtuig. De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De rechtbank toetst de vordering aan het Europees consumentenrecht en oordeelt dat deze niet onrechtmatig of ongegrond is.

De kredietovereenkomst is ontbonden op grond van artikel 7:90 BW Pro en het motorrijtuig is aan DFM teruggegeven, waardoor de vordering tot schadevergoeding toewijsbaar is. De gevorderde contractuele rente van 7,49% wordt afgewezen wegens gebrek aan grondslag; in plaats daarvan wordt de wettelijke rente conform artikel 6:119 BW Pro toegewezen over een bedrag van €4.773,75 vanaf 20 juli 2024 tot volledige betaling.

De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, vermeerderd met wettelijke rente, en tot betaling van de proceskosten van €1.039,39, te vermeerderen met kosten van betekening bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De vordering van DFM tot schadevergoeding wordt toegewezen met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11254681 \ CV EXPL 24-6416
Vonnis van 12 maart 2025
in de zaak van
DFM N.V., handelende onder de naam DutchFinance,
te Amersfoort,
eisende partij,
hierna te noemen: DFM,
gemachtigde: Jongejan Wisseborn Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding van 30 juli 2024.
1.2.
Daarna is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
DFM heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. Een kopie van de dagvaarding is aan dit vonnis gehecht.
2.2.
Omdat de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, wordt tegen [gedaagde] verstek verleend.
2.3.
Aan de hand van het gestelde in de dagvaarding is de vordering getoetst aan de dwingende bepalingen van het Europees consumentenrecht. De vordering tot betaling van € 4.848,97 komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt daarom toegewezen. DFM heeft de kredietovereenkomst (goederenkrediet motorrijtuig) ontbonden op grond van art. 7:90 BW Pro en het motorrijtuig is aan haar teruggegeven, dus de vordering van DFM tot schadevergoeding kan worden toegewezen.
2.4.
DFM vordert contractuele rente van 7,49% per jaar over € 4.773,75. Deze wordt afgewezen, omdat daar geen grondslag voor is. Over de verbintenis tot schadevergoeding, kan enkel de wettelijke rente van artikel 6:119 BW Pro worden toegewezen. Die zal daarom worden toegewezen.
2.5.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van DFM worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
137,39
- griffierecht
496,00
- salaris gemachtigde
271,00
(1 punt × € 271,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
totaal
1.039,39

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan DFM te betalen een bedrag van € 4.848,97, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 4.773,75, met ingang van 20 juli 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.039,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2025.
676 / 40141