Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[verzoekster] ,
Feiten
.De tenuitvoerlegging van het vonnis is gestart op 10 maart 2025; verzoekster heeft zich gemeld bij PI [verblijfplaats] en is sindsdien gedetineerd.
Rechtbank Gelderland
Verzoekster is bij verstek veroordeeld door de politierechter tot een gevangenisstraf van 14 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Tegen dit vonnis stelde zij hoger beroep in, maar dit gebeurde ruim na de wettelijke termijn van twee weken, waardoor het vonnis onherroepelijk werd verklaard. De tenuitvoerlegging van de straf is gestart op 10 maart 2025 en verzoekster is sindsdien gedetineerd.
Verzoekster vroeg de rechtbank om de executie van de straf op te schorten in afwachting van de beslissing van het gerechtshof over de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Zij betoogde dat het openbaar ministerie ten onrechte stelde dat het hoger beroep te laat was ingesteld en dat alleen het gerechtshof hierover kan oordelen.
De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding tijdig was betekend en dat de beroepstermijn correct was gestart op de dag na het vonnis. Het hoger beroep was derhalve niet tijdig ingesteld. Hoewel het gerechtshof uiteindelijk beslist over de ontvankelijkheid, zijn er geen dringende redenen om aan te nemen dat het hoger beroep alsnog ontvankelijk zal worden verklaard. Daarom werd het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt afgewezen vanwege te laat ingesteld hoger beroep.