Uitspraak
[gedaagde 2],
Rechtbank Gelderland
In deze zaak vordert eiser betaling van een factuur van €1.500,00 voor het organiseren van een feest voor gedaagden. Gedaagden stellen dat zij het bedrag contant hebben voldaan, maar kunnen dit niet onderbouwen. Eiser betwist de contante betaling en overlegt een werkrooster waaruit blijkt dat meerdere werknemers aanwezig waren op de vermeende betaaldag.
Gedaagden verschijnen niet op de zitting en laten het verweer van eiser daardoor onweersproken. De kantonrechter oordeelt dat gedaagden onvoldoende feiten en omstandigheden hebben gesteld om bewijs te mogen leveren van de contante betaling. Bovendien strookt hun stelling niet met eerdere e-mail waarin zij een bankoverschrijving claimen en met de betalingsregeling die zij niet zijn nagekomen.
De kantonrechter veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van €1.500,00, de wettelijke rente vanaf 17 september 2024, en buitengerechtelijke incassokosten van €225,00. Tevens worden de proceskosten van €770,71 aan gedaagden opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €1.846,69 met rente en proceskosten wegens onvoldoende bewijs van contante betaling.