Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
[naam onder bewind gestelde],
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft de verdeling van het grafrecht op het graf van de vroeg overleden dochter van twee ex-echtgenoten. Dit recht valt onder het beschermingsbewind van de man. Na hun echtscheiding bleef het grafrecht onverdeeld. De ex-echtgenote vordert toedeling van het grafrecht aan haar en medewerking van de bewindvoerder aan de overschrijving.
De bewindvoerder vordert dat het grafrecht onverdeeld blijft of aan haar wordt toegekend, met het oog op het voorkomen dat de man bij het graf geconfronteerd wordt met zijn ex-echtgenote. De rechtbank oordeelt dat het grafrecht niet onverdeeld kan blijven, omdat er geen overeenkomst is om verdeling uit te stellen en de belangen van de ex-echtgenote zwaarder wegen.
De rechtbank weegt het gerechtvaardigde vertrouwen van de vrouw dat zij bij haar dochter wordt begraven zwaarder dan het belang van de bewindvoerder dat de man niet geconfronteerd wordt met emoties rond de scheiding. De grafrechten worden daarom toegewezen aan de ex-echtgenote, die binnen 14 dagen de overschrijving moet aanvragen. De bewindvoerder wordt veroordeeld tot medewerking en betaling van een dwangsom bij niet-nakoming. De kosten van de procedure worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het grafrecht wordt toegewezen aan de ex-echtgenote en de bewindvoerder wordt veroordeeld tot medewerking aan de overschrijving met een dwangsom.