Walburg B.V. vordert ontruiming van een onzelfstandige woonruimte vanwege ernstige en langdurige overlast veroorzaakt door [gedaagde 1], die onder bewind staat van [gedaagde 2]. Vanaf februari 2024 zijn er meerdere klachten van medebewoners over geluidsoverlast, het houden van een huisdier en vervuiling in gemeenschappelijke ruimtes. In november 2024 leidde de overlast zelfs tot politie-ingrijpen en arrestatie van [gedaagde 1].
Walburg zegt de huurovereenkomst per direct op wegens niet-nakoming van verplichtingen en sommeert ontruiming. De kantonrechter verklaart Walburg niet-ontvankelijk jegens [gedaagde 1] vanwege diens bewindvoering, waardoor alleen de bewindvoerder partij is. De kantonrechter oordeelt dat de overlast voldoende is vastgesteld, mede door het ontbreken van verweer van [gedaagde 1] en de weigering van medebewoners om huur te betalen vanwege het gebrek aan huurgenot.
De kantonrechter wijst de vordering toe en veroordeelt de bewindvoerder tot ontruiming binnen vier weken na betekening van het vonnis. Tevens wordt de bewindvoerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.