Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
[gedaagde 1], pro se en in hoedanigheid van erfgenaam, executeur en afwikkelingsbewindvoerder, alsmede testamentair bewindvoerder in de nalatenschap van [erflaatster] , alsmede erfgenaam in de nalatenschap van [naam 1] ,
[gedaagde 2], pro se en in hoedanigheid van erfgenaam, executeur en afwikkelingsbewindvoerder, alsmede testamentair bewindvoerder in de nalatenschap van [erflaatster] , alsmede erfgenaam in de nalatenschap van [naam 1] ,
1.De procedure
- het bericht van [eiser] van 5 februari 2025 waarin is medegedeeld dat de Sociale Dienst akkoord gaat met de in de vaststellingsovereenkomst neergelegde regeling.
2.De feiten
“Nalatenschap moeder”onder andere het volgende aan [gedaagden] medegedeeld:
3.Het geschil
4.De beoordeling
alsdan moet degene die haar staande houdt haar bewijzen. Is de opgegeven grond juist, doch rechtvaardigt dit de door de erflater vastgestelde regels van het bewind niet, dan kan de rechter die regels wijzigen of zelfs ten dele opheffen.”Vaststaat dat [eiser] tijdig de juistheid van de grond van het testamentair bewind heeft betwist. Beoordeeld dient te worden of [gedaagden] voldoende hebben bewezen of de grond op zichzelf juist is én het bewind rechtvaardigt of voldoende hebben gesteld om tot nader bewijs te worden toegelaten.