Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn heeft een omgevingsvergunning verleend voor het verschuiven van het bouwvlak van een dubbele woning, omdat de woningen in afwijking van de oorspronkelijke vergunning zijn geplaatst. Eisers maakten bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat niet voldaan werd aan de voorwaarden om van het bestemmingsplan af te wijken en dat het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld onevenredig werd aangetast.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. Het college heeft de afwijking van het bestemmingsplan op grond van artikel 41.1 en 41.2 van het bestemmingsplan “Agrarische Enclave” kunnen toestaan, omdat de afwijking gering is (minder dan 10 meter) en het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld niet onevenredig wordt aangetast. Tevens is vastgesteld dat de wezenlijke kenmerken van het gebied niet significant worden aangetast en dat er geen dringende redenen zijn die zich verzetten tegen de afwijking.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat het beroep van twee van de eisers ontvankelijk is, ondanks het ontbreken van een specifiek besluit op bezwaar in het beroepschrift. Het college heeft bovendien toegezegd medewerking te verlenen aan een omgevingsvergunning voor het verschuiven van het bouwvlak van de woning van eisers, waardoor hun belangen niet onevenredig worden geschaad.
De rechtbank bevestigt dat het erfinrichtingsplan onderdeel uitmaakt van de anterieure overeenkomst en is meegenomen in het bestemmingsplan. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de verleende omgevingsvergunning in stand blijft en eisers geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgen.