Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
3.De bewezenverklaring
(zijn ex-partner
)[slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
een ofmeerdere malen
/of
dichtgedrukt en/ofdichtgeknepen
, en/of dichtgedrukt en/of dichtgeknepen heeft gehouden,
(zijn ex-partner
)[slachtoffer] heeft mishandeld door
een ofmeerdere malen op/tegen het
(achter
)hoofd en
/ofde neus
, althans het lichaamvan die [slachtoffer] te slaan,
een of meerdere malenbij haar arm en
/ofmiddel
, althans haar lichaamvast te pakken en/of vastgepakt te houden,
een of meerdere malen (met kracht)de kleding van die [slachtoffer] kapot te trekken waardoor zij ten val kwam, en
/of
een ofmeerdere malen de haren
, althans het hoofdvan die [slachtoffer] vast te pakken en
/ofaan die haren
, althans het hoofdte trekken.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van de straf en maatregel
8.De beoordeling van de civiele vordering
- € 385,00 voor het eigen risico inzake de kosten van behandeling bij de psycholoog in 2025; dit bedrag is ter zitting door de benadeelde partij vermeerderd met € 500,00 aan toekomstige kosten voor behandeling, hetgeen neerkomt op een totaalbedrag van € 885,00; tevens is verzocht de vordering van deze toekomstige kosten niet-ontvankelijk te verklaren;
- € 100,00 (geschat bedrag) voor de schade aan de kleding en oorbellen;
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
- bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 6 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 3 jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
- de
bijzondere voorwaardendat verdachte:
overige voorwaardendat verdachte:
- veroordeelt verdachte in verband met de feiten onder nummer 1 subsidiair en 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 100,00 aan materiële schade en € 1.500,00 aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 november 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 1.600,00 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 november 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 26 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.