Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
€ 2.443,93;
4.De beoordeling
.De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
Rechtbank Gelderland
De huurder heeft van 2014 tot 2023 een woning gehuurd van de verhuurder. Na onderhoudswerkzaamheden in november 2022 ontstond lekkage door een verstopping in het riool, veroorzaakt door oneigenlijk gebruik van de huurders van de bovengelegen woning. De huurder vorderde vergoeding van gederfd woongenot en overige schade.
De rechtbank beoordeelde of de verstopping een gebrek was in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW Pro, waardoor de verhuurder gehouden zou zijn tot herstel en schadevergoeding. Uit onderzoek bleek dat de verstopping werd veroorzaakt door hydrofiele luiers, een feitelijke stoornis door derden, waardoor geen sprake was van een gebrek volgens artikel 7:204 lid 3 BW Pro.
De verstopping werd direct verholpen en de lekkage was daarmee opgelost. De vorderingen van de huurder werden daarom afgewezen. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten van €357,00. De kantonrechter oordeelde dat de omstandigheden rondom de procedure voor rekening van de huurder komen.
Uitkomst: De vorderingen van de huurder worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten van €357,00.