ECLI:NL:RBGEL:2025:2575
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag om bijstand met terugwerkende kracht voor de periode van 1 juli tot 7 december 2022. Laborijn had de aanvraag afgewezen omdat eiser zich pas op 19 december 2022 officieel had gemeld voor bijstand, terwijl hij zich eerder had gemeld voor een WW-uitkering bij het UWV.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 44 van Pro de Participatiewet bijstand wordt toegekend vanaf de dag waarop het recht ontstaat, maar niet vóór de dag van melding. Eiser stelde dat bijzondere omstandigheden bestonden omdat hij eerst de WW-aanvragen bij het UWV had doorlopen voordat hij zich weer bij Laborijn meldde. De rechtbank oordeelt echter dat Laborijn in redelijkheid kon concluderen dat geen sprake was van bijzondere omstandigheden die bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigen.
De rechtbank wijst erop dat eiser niet binnen vijf werkdagen na de afwijzing van de eerste WW-aanvraag bij Laborijn is teruggekeerd en dat de keuze om eerst nieuwe WW-aanvragen te doen voor zijn eigen rekening en risico komt. Daarbij is van belang dat eiser werd bijgestaan door een bewindvoerder die voldoende kennis van de regelgeving mag worden toegerekend.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Y. Rikken op 4 april 2025 te Arnhem.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag om bijstand met terugwerkende kracht.