ECLI:NL:RBGEL:2025:2663

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
29 januari 2025
Publicatiedatum
8 april 2025
Zaaknummer
C/05/441646 / HZ ZA 21-331
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 Rome IArt. 6:193j lid 3 BWRichtlijn 93/13/EEGVerordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I)Art. 53 Brussel I-bis-verordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepasselijkheid Nederlands recht en vernietiging rechtskeuzebeding in CFD-overeenkomst met TradeEU

TradeEU, een Cypriotische vennootschap die handelt in contracts for difference (CFD), stelde dat op het geschil Cypriotisch recht van toepassing is op grond van een rechtskeuzebeding in haar algemene voorwaarden. De eiser, consument, betwistte dit en stelde dat Nederlands recht van toepassing is vanwege de consumentenbescherming onder de Rome I-verordening.

De rechtbank overwoog dat hoewel partijen een rechtskeuze voor Cypriotisch recht hebben gemaakt, deze keuze niet mag leiden tot verlies van de bescherming die dwingende bepalingen van Nederlands recht bieden aan de consument. TradeEU beriep zich op een uitzonderingsbepaling voor financiële instrumenten, maar de rechtbank oordeelde dat deze niet van toepassing is omdat het geschil ziet op oneerlijke handelspraktijken rondom de totstandkoming van de overeenkomst.

De rechtbank stelde vast dat het rechtskeuzebeding misleidend is omdat het niet vermeldt dat de consument de bescherming van Nederlands dwingend recht behoudt. Dit leidt tot vernietiging van het beding op grond van Richtlijn 93/13/EEG en het arrest VKI/Amazon van het HvJEU. De vordering van TradeEU om Cypriotisch recht toe te passen werd afgewezen en TradeEU werd veroordeeld in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak werd aangehouden voor verdere behandeling.

Uitkomst: Het rechtskeuzebeding voor Cypriotisch recht wordt vernietigd en Nederlands dwingend recht is van toepassing; de vordering van TradeEU wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/441646 / HZ ZA 24-331
Vonnis van 29 januari 2025
in de zaak van
[eiser in hz],
te [woonplaats] ,
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
hierna te noemen: [eiser in hz] ,
advocaat: mr. M.A. Hupkes,
tegen
de rechtspersoon naar Cypriotisch recht
TITANEDGE SECURITIES LTD.,
te Limassol (Cyprus),
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
hierna te noemen: TradeEU,
advocaat: mr. A.J.C.L. Pals-Rubbens.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord, tevens incident toepasselijke recht,
- de conclusie van antwoord in incident toepasselijk recht.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten in het incident

2.1.
TradeEU is een in Cyprus gevestigde vennootschap die via haar platform de mogelijkheid biedt om te handelen in contracts for difference (CFD’s).
2.2.
[eiser in hz] heeft zich op 9 juni 2023 aangemeld op het platform van TradeEU. In de algemene voorwaarden van TradeEU is – voor zover relevant – het volgende opgenomen:

39 APPLICABLE LAW AND REGULATIONS
39.1
This Agreement is governed by the Laws of the Republic of Cyprus.”
3. Het geschil in de hoofdzaak
3.1.
[eiser in hz] vordert – samengevat – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. Te verklaren voor recht dat de overeenkomsten buitengerechtelijk zijn vernietigd, althans om deze ex art. 6:193j lid 3 BW te vernietigen, althans om te verklaren voor recht dat TradeEU onrechtmatig heeft gehandeld en/of toerekenbaar tekort is geschoten, zodat TradeEU gehouden is de door [eiser in hz] betaalde bedragen terug te betalen dan wel de geleden schade te vergoeden;
II. TradeEU te veroordelen om aan [eiser in hz] te betalen de somma van € 172.202,70, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover te rekenen vanaf 21 september 2023;
III. TradeEU te veroordelen om aan [eiser in hz] te betalen de somma van € 3.021,00 ten titel van buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met de wettelijke rente daarover te rekenen vanaf 21 juli 2023;
IV. Met veroordeling van TradeEU in de kosten van deze procedure, alsmede in de kosten die na het vonnis kunnen ontstaan, te begroten op € 131 aan salaris advocaat en tenslotte nog te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen veertien dagen na de betekening van het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van € 68 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;
V. Met afgifte van een certificaat als bedoeld in art. 53 van Pro de Brussel I-bis-verordening in de Griekse taal.
3.2.
TradeEU voert verweer. TradeEU concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser in hz] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser in hz] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser in hz] in de kosten van deze procedure.

4.Het geschil in het incident

4.1.
TradeEU vordert – samengevat – bij vonnis en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat het Cyprisch recht van toepassing is op het geschil in de hoofdzaak.
4.2.
[eiser in hz] voert verweer. [eiser in hz] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van TradeEU, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van TradeEU, met veroordeling van TradeEU in de kosten van dit incident.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna – voor zover relevant – nader ingegaan.

5.De beoordeling in het incident

5.1.
[eiser in hz] vordert in de hoofdzaak – onder meer – een verklaring voor recht dat de tussen hem en TradeEU gesloten raamovereenkomst voor het gebruik van het platform, alsook de contracts for difference die onder het bereik daarvan tot stand zijn gekomen, buitengerechtelijk zijn vernietigd, althans om deze op grond van artikel 6:193j lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te vernietigen. Daartoe stelt hij – onder meer – dat zowel de raamovereenkomst als de later gesloten contracts for difference tot stand zijn gekomen met gebruikmaking van oneerlijke handelspraktijken door TradeEU. TradeEU betwist dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken.
5.2.
In het incident vordert TradeEU dat de rechtbank bepaalt dat Cypriotisch recht van toepassing is op het geschil in de hoofdzaak. Zij legt aan deze vordering ten grondslag dat in haar algemene voorwaarden een rechtskeuzebeding is opgenomen voor Cypriotisch recht (zie r.o. 2.2.). [eiser in hz] stelt daarentegen dat Nederlands recht van toepassing is op het onderhavige geschil.
5.3.
De rechtbank is van oordeel dat het toepasselijk recht bepaald moet worden aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europese Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I). Immers, [eiser in hz] heeft een vordering ingesteld met een duidelijke contractuele grondslag, namelijk een verklaring voor recht dat de overeenkomsten tussen partijen zijn vernietigd, dan wel vernietiging van die overeenkomsten door de rechter. De overige vorderingen, onder meer de verklaring voor recht dat TradeEU onrechtmatig heeft gehandeld, zijn onlosmakelijk met die overeenkomsten verbonden.
5.4.
Niet in geschil is dat [eiser in hz] een consument is en dat TradeEU handelt in de uitoefening van bedrijf, zodat sprake is van een consumentenovereenkomst in de zin van artikel 6 Rome Pro I. Evenmin is in geschil dat TradeEU haar activiteiten (mede) richt op de Nederlandse markt, waardoor – gelet op het voorgaande – artikel 6 lid 1 Rome Pro I als uitgangspunt Nederlands recht aanwijst als toepasselijk recht. Op grond van het tweede lid van artikel 6 van Pro Rome I kan in een consumentenovereenkomst een rechtskeuze door partijen worden gemaakt, zoals hier gebeurd is voor Cypriotisch recht. Dit kan er volgens datzelfde artikel evenwel niet toe leiden dat de consument de bescherming verliest die hij kan ontlenen aan dwingende bepalingen van het recht dat van toepassing zou zijn zonder die rechtskeuze, in dit geval Nederlands recht.
5.5.
TradeEU beroept zich echter op de uitzonderingsbepaling uit artikel 6 lid 4 sub d Rome Pro I. Dit artikel bepaalt dat artikel 6 leden Pro 1 en 2 Rome I niet van toepassing zijn op rechten en verplichtingen die een financieel instrument vormen, zoals een contract for difference. TradeEU voert in dat kader aan dat het juridisch betoog van [eiser in hz] niet slechts gestoeld is op de omstandigheden waaronder de contracts for difference tot stand zijn gekomen, maar ook op de werking van de contracts for difference. Zodoende is de uitzonderingsbepaling van toepassing en is dus Cypriotisch recht van toepassing op grond van het rechtskeuzebeding, aldus TradeEU.
5.6.
De rechtbank volgt het betoog van TradeEU niet. Het enkele feit dat [eiser in hz] in zijn dagvaarding ook ingaat op de werking van de contracts for difference, maakt niet dat het onderhavige geschil ziet op de rechten en verplichtingen die de contracts for difference vormen, zoals het recht op uitkering, dan wel de plicht tot betaling. De vorderingen van [eiser in hz] zijn immers expliciet gegrond in de stelling dat de advisering en de gang van zaken rondom de totstandkoming van de contracts for difference onder het bereik van de tussen partijen gesloten raamovereenkomst kwalificeren als een oneerlijke handelspraktijk, dan wel een onrechtmatige daad door TradeEU. Zodoende is de uitzondering van artikel 6 lid 4 sub d Rome Pro I niet van toepassing.
5.7.
Gelet op het voorgaande is – als uitgangspunt – naast het gekozen Cypriotisch recht, eveneens het dwingendrechtelijk Nederlands recht van toepassing (artikel 6 lid 2 Rome Pro I). De rechtbank stelt evenwel vast dat in de rechtskeuze zoals die is verwoord in de algemene voorwaarden van TradeEU (zie r.o. 2.2.) niet staat vermeld dat ondanks de keuze voor het Cypriotisch recht aan [eiser in hz] als consument de bescherming toekomt die dwingende bepalingen van Nederlands recht hem bieden. Het beding is dan ook misleidend en strijdig met het tweede lid van artikel 6 van Pro Rome I. Uit het HvJEU-arrest VKI/Amazon (HvJEU 28 juli 2016, ECLI:EU:C:2016:612) volgt dat het beding om die reden ambtshalve vernietigbaar is op grond van Richtlijn 93/13/EEG6. Dat, zoals TradeEU stelt, [eiser in hz] op grond van het Cypriotisch recht ook een hoge mate van bescherming toekomt – hetgeen wordt betwist door [eiser in hz] – neemt strijdigheid met artikel 6 lid 2 Rome Pro I en het misleidende karakter van het rechtskeuzebeding niet weg. De rechtbank vernietigt daarom het rechtskeuzebeding, zodat TradeEU daar in deze procedure geen beroep op kan doen.
5.8.
Het voorgaande leidt ertoe dat op het onderhavige geschil in de hoofdzaak niet Cypriotisch recht van toepassing is. Derhalve zal de vordering van TradeEU afgewezen worden.
5.9.
TradeEU is in het incident in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in het incident betalen. Deze proceskosten worden aan de zijde van [eiser in hz] begroot op € 614,00 aan salaris advocaat (1 punt x € 614,00).

6.De beoordeling in de hoofdzaak

6.1.
De rechtbank zal bepalen dat de zaak weer op de rol zal komen voor beraad mondelinge behandeling. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

7.De beslissing

De rechtbank
In het incident
7.1.
wijst de vordering van TradeEU af,
7.2.
veroordeelt TradeEU in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiser in hz] begroot op € 614,00,
In de hoofdzaak
7.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 5 februari 2025 voor beraad mondelinge behandeling,
7.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2025.
JH/PB