ECLI:NL:RBGEL:2025:2946
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing fictieve verkrijging erfbelasting bij schenking binnen 180 dagen voor overlijden
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag erfbelasting waarin een fictieve verkrijging van €52.757 werd bijgeteld op grond van artikel 12 van Pro de Successiewet, omdat erflater binnen 180 dagen na schenking overleed. Belanghebbende stelde dat alleen de echtgenote schenkster was en dat erflater dementerend was en dus niet partij bij de schenking.
De inspecteur stelde dat zowel erflater als echtgenote schenkers waren en dat dementie niet uitsluit dat erflater heeft geschonken. Subsidiair voerde hij aan dat de schenking uit de huwelijksgemeenschap kwam en artikel 12 dan Pro alsnog toepasselijk is.
De rechtbank overwoog dat het ontbreken van schriftelijke vastlegging van de schenkingsovereenkomst het bewijsrisico bij belanghebbende legt. Deze slaagde er niet in aannemelijk te maken dat alleen de echtgenote schenkster was, mede omdat het indicatiebesluit van het CIZ geen bewijs leverde dat erflater ten tijde van de schenking wilsonbekwaam was.
Daarmee is de toepassing van artikel 12 terecht Pro en blijft de aanslag erfbelasting inclusief fictieve verkrijging in stand. Het beroep is ongegrond verklaard, ook voor de belastingrente.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag erfbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.