Uitspraak
1.De inhoud van de vordering
2.De procedure
3.De beoordeling van de vordering
- medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder Pro A en B van de Opiumwet en
- medeplegen van gewoontewitwassen,
€ 479.278,--/-
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland heeft op 17 april 2025 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die eerder is veroordeeld voor medeplegen van witwassen en overtreding van de Opiumwet. De vordering van het Openbaar Ministerie betrof een bedrag van ruim €1,4 miljoen, welke na beoordeling en berekening werd vastgesteld op €594.010,-.
De rechtbank baseerde haar oordeel op een uitgebreid dossier met onder meer administratiekaartjes, PGP-berichten en verklaringen, waaruit bleek dat veroordeelde als boekhoudster en geldkoerier betrokken was bij ondergronds bankieren via de transportlijn Nederland-Spanje. De referentieperiode voor de berekening van het wederrechtelijk voordeel is vastgesteld van 18 juni 2020 tot en met 3 oktober 2020, met extrapolatie naar de totale periode van 25 maart 2020 tot en met 27 maart 2023.
De opbrengst van de criminele organisatie werd geschat op ruim €4 miljoen, waaruit na aftrek van kosten (voor geldkoeriers en PGP-telefoons) een totaal wederrechtelijk voordeel van circa €3,56 miljoen resteerde. Het aandeel van veroordeelde werd vastgesteld op 16,67%, wat resulteerde in het genoemde bedrag van €594.010,-. De rechtbank wees het verzoek af om conservatoir beslag in mindering te brengen en bepaalde de gijzeling op maximaal 1080 dagen.
Uitkomst: Veroordeelde wordt veroordeeld tot betaling van €594.010,- aan de Staat met gijzeling maximaal 1080 dagen.