In deze civiele procedure vorderen Nationale-Nederlanden en Shipyard Millingen schadevergoeding van DAK Shipping wegens een incident met het motortankschip Nina op 19 augustus 2022 nabij de hellingbanen van de scheepswerf. Centrale vraag is of op die datum duwbakken RSP 1802 en RSP 1804 op de hellingbanen stonden en daarmee schade hebben veroorzaakt.
De eisers stelden dit met diverse producties, waaronder verklaringen, foto's, e-mails en facturen. Zij betoogden dat de duwbakken gedurende de periode 12 tot en met 25 augustus 2022 op de hellingbanen stonden, ook op 19 augustus. DAK Shipping betwistte dit en wees op eerdere verklaringen dat andere duwbakken op 18 augustus te water waren gelaten.
De rechtbank oordeelde dat de producties onvoldoende sluitend bewijs vormen. De facturen zijn niet gespecificeerd, de verklaringen laten vragen open en de interpretatie van radarbeelden door eisers is niet onderbouwd. Ook is niet duidelijk wat er met de loopbrug tussen de duwbakken gebeurde bij tewaterlating.
Daarom wordt aangenomen dat op het moment van het incident geen duwbak op de helling stond en dat de duwbak die op 24 augustus niet te water kon worden gelaten, na het incident via de hellingbanen omhoog is gekomen. De hellingbanen waren dus na het incident bruikbaar, waardoor de schade niet door het incident kan zijn veroorzaakt.
De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eisers in de proceskosten.