Uitspraak
1.mr. Y. Yeniay-Cenik,2. mr. J.M. Moorman,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 3 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Gelderland
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van de meervoudige strafkamer, omdat hij meent dat er sprake is van een persoonlijke en/of zakelijke relatie tussen mr. Yeniay-Cenik en de moeder van zijn ex-partner, die tevens officier van justitie is. Tevens stelde verzoeker subsidiair dat mr. Yeniay-Cenik hem ongelijk behandelde en onjuist bejegende tijdens de zitting.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk onderzocht. Mr. Yeniay-Cenik ontkende de vermeende relatie en stelde dat zij de moeder van de ex-partner niet kent en haar pas op de zitting heeft gezien. Verzoeker kon zijn stelling niet onderbouwen en twijfelde zelf aan de juistheid ervan. Ook de bejegening tijdens de zitting werd door mr. Yeniay-Cenik en de advocaat van verzoeker weersproken.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen concrete feiten of omstandigheden zijn die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Daarom werd het wrakingsverzoek tegen mr. Yeniay-Cenik afgewezen. Omdat het wrakingsverzoek tegen de andere rechters afhankelijk was van het slagen van het primaire verzoek, werden mr. Moorman en mr. Doon niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Yeniay-Cenik is afgewezen en verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard voor het wrakingsverzoek tegen mr. Moorman en mr. Doon.