Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
[bedrijf 1]en
[bedrijf 2],
1.[gedaagde in conv 1] ,
2.
[gedaagde in conv 2],
Rechtbank Gelderland
De curator vorderde terugbetaling van overboekingen die via een zero balancing-arrangement door de bank automatisch van dochtervennootschappen naar de moedervennootschap werden overgeboekt in de periode vlak voor het faillissement. Hij stelde dat deze verrekeningen niet toegestaan waren op grond van artikel 54 Faillissementswet Pro en dat er sprake was van onrechtmatige selectieve betalingen. Daarnaast stelde hij bestuurdersaansprakelijkheid vast wegens het accepteren van hoge overheadkosten.
De rechtbank oordeelde dat de overboekingen geen schuldoverneming in de zin van artikel 54 Fw Pro vormden, omdat de moedervennootschap geen actieve bemoeienis had met de automatische overboekingen. Ook was er geen sprake van onrechtmatige selectieve betalingen, aangezien alle schuldeisers tot het faillissement zijn voldaan. Het bestuur had weliswaar hogere huisvestingskosten geaccepteerd, maar dit was niet kennelijk onbehoorlijk bestuur, mede gezien de nieuwe productstrategie en de impact van de coronacrisis.
De vorderingen van de curator werden afgewezen en het conservatoire beslag werd opgeheven. De curator werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank passeerde het bewijsaanbod van de curator wegens onvoldoende concrete feiten.
Deze uitspraak bevestigt de strenge criteria voor bestuurdersaansprakelijkheid en de uitleg van artikel 54 Fw Pro in het kader van automatische cash pooling-constructies.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de curator af en heft het conservatoire beslag op.