De zaak betreft een civiel geschil tussen een betaalinstelling en meerdere vennootschappen over de nakoming van een overeenkomst voor financiële afhandeling van betaaltransacties. Eiser vordert betaling van facturen en stelt dat meerdere gedaagden aansprakelijk zijn op grond van misbruik van identiteitsverschil en bestuurdersaansprakelijkheid.
De rechtbank kwalificeert de overeenkomst als een overeenkomst van opdracht en oordeelt dat de facturen onjuist zijn omdat kosten voor creditcardtransacties ten onrechte zijn doorbelast, facturen na opzegging zijn gefactureerd, kortingen onjuist zijn toegepast en doublures aanwezig zijn. De vordering wordt daarom slechts toegewezen voor het erkende bedrag van circa €48.919,32.
De vordering jegens andere gedaagden wordt afgewezen, omdat geen misbruik van identiteitsverschil of bestuurdersaansprakelijkheid is vastgesteld. Tevens wordt geoordeeld dat eiser onrechtmatig heeft gehandeld door conservatoire beslagen te leggen ten laste van Kassasystemen, waarvoor zij aansprakelijk is en schadevergoeding moet betalen. De proceskosten worden deels gecompenseerd.