Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.Partijen
2.Omschrijving van het geschil/de onzekerheid
3.Overleg en correspondentie
- Brief 4 december 2020 verzoek om niet in de heffing betrokken vermogen alsnog in de heffing te betrekken
- E-mail 5 januari 2021 inclusief vijf bijlagen via Filetransfer
- Brief 1 juli 2022 inclusief bijlage 6 en 7 via Filetransfer
- E-mail 5 juli 2022 bevestiging om de hardware wallets mee te nemen
- E-mail 21 juli 2022 verzoek om uitstel beantwoording aanvullende vragen
- E-mail 9 augustus 2022 reactie op gespreksverslag, toelichting op de vragen en 6 mappen via Filetransfer
- E-mail 21 september 2022 reactie op vragenbrief en melding dat partij A de vragen in het vervolg zelf beantwoordt
- E-mail 7 oktober 2022, partij A is akkoord.
- 2 mei 2022 voorstel van partij B voor een afspraak voor 9 juni 2022
- 2 mei 2022 advocaat van partij A bevestigt afspraak op 7 juli 2022
- 7 juli 2022 mondelinge bespreking op kantoor Utrecht Orteliuslaan.
4.Feiten en omstandigheden
5.Gevolgen
7.Geldigheidsduur van de overeenkomst
8.Afstand van rechtsmiddelen
9.Afwezigheid wilsgebreken/onrechtmatigheden en afzien van Schadeclaims
: “Deze bedragen worden nagevorderd in de Inkomstenbelasting Premie volksverzekering 2018 van partij A
”.Strikt genomen is dit niet juist. Immers, niet het vermogen zelf wordt nagevorderd, maar het rendement over dit vermogen wordt in de heffing betrokken Aan de inspecteur kan worden toegegeven het forfaitaire rendement over het box 3 vermogen rechtstreeks uit de wet voortvloeit. Daarmee staat in beginsel met een akkoord over de hoogte van het vermogen, ook de hoogte van de forfaitaire belastingheffing vast.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- draagt de inspecteur op een nieuwe uitspraak op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht van € 50 vergoedt;