De rechtbank Gelderland behandelde op 9 mei 2025 een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van oplichting middels WhatsAppfraude, waarbij slachtoffers werden benaderd met valse berichten om geld over te maken. Verdachte werd ervan verdacht samen met anderen deze fraude te hebben gepleegd door zich voor te doen als familieleden van de slachtoffers.
Het bewijs bestond uit onder meer inbeslaggenomen telefoons met WhatsApp-berichten, een Snapchatgroep waarin over oplichting werd gecommuniceerd, en verklaringen van verdachte en politie. De rechtbank concludeerde echter dat verdachte niet rechtstreeks communiceerde met slachtoffers en onvoldoende actieve deelname had aan de criminele samenwerking, waardoor medeplegen niet kon worden vastgesteld.
De officier van justitie eiste een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf, maar de rechtbank sprak verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs. Daarnaast werden de civiele schadevorderingen van de benadeelde partijen afgewezen wegens het ontbreken van bewezen strafbaar handelen door verdachte.
Ten aanzien van het beslag op telefoons oordeelde de rechtbank dat de Oppo en Asus telefoons, gebruikt bij de fraude, onttrokken aan het verkeer worden, terwijl de iPhone van verdachte wordt teruggegeven. De rechtbank benadrukte dat een strafbaar feit wel was gepleegd door anderen, maar niet door verdachte.