Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling op 17 april 2025,
- de pleitnota van [eiser] ,
- de pleitnota van de gemeente.
2.De feiten
3.5 Afwijkingsbevoegdheid
Rechtbank Gelderland
De gemeente Arnhem heeft een enkelvoudige onderhandse procedure gevolgd voor de opdracht tot levering en plaatsing van veiligheidspalen in de havenmond ter hoogte van een roeivereniging en een restaurant. Eiser stelde dat de gemeente onrechtmatig handelde door niet een meervoudige onderhandse procedure te volgen en dat de gunning aan een derde partij onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelt dat de enkelvoudige onderhandse procedure op 16 juli 2024 definitief is afgerond met de gunning aan de derde partij. Hierdoor bestaat geen grond meer voor ingrijpen in de procedure. Daarnaast is vernietiging van de gesloten overeenkomst alleen mogelijk in bijzondere gevallen zoals genoemd in artikel 4.15 lid 1 van de Aanbestedingswet 2012, wat niet is gesteld of gebleken.
De vorderingen van eiser worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende aannemelijkheid van onrechtmatigheid. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en op 15 mei 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.