Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
2.De feiten
9. Analyse
10.Conclusie
e-mailbericht, waarin is meegedeeld dat [gedaagde] de door [eiser] gevorderde geldbedragen niet zal betalen. Het rapport van Top luidt, voor zover hier relevant, als volgt:
Beantwoording van de onderzoeksvragen:
3.Het geschil
4.De beoordeling
“Daarnaast waren er diverse stadsuitlopen uit de daarvoor aangebrachte sparingen gekomen”. Peters kan dit niet zelf hebben geconstateerd, aangezien hij pas in 2022 op het dak is geweest en het lijkt erop dat hij dit van [eiser] heeft vernomen. Crawford acht aannemelijk dat de stadsuitlopen bij de storm van 2018 naar binnen zijn getrokken, maar zij benoemt dit slechts in het kader van haar weerlegging dat dit komt door de door [gedaagde] in 2018 uitgevoerde werkzaamheden, zoals door Peters is vermeld in zijn beantwoording van vraag c. Uit het rapport van Top volgt slechts dat [gedaagde] desgevraagd heeft meegedeeld dat de stadsuitlopen voor aanvang van de herstelwerkzaamheden in 2018 zich nog op de juiste positie bevonden en dat [eiser] dat betwist. [eiser] heeft dan ook zijn stelling dat de stadsuitlopen in 2018 al verschoven waren zodat [gedaagde] die moest herstellen en daarin is tekortgeschoten, onvoldoende (nader) gemotiveerd. Ook op grond daarvan is de rechtbank van oordeel dat het herstellen van de stadsuitlopen niet onder de opdracht aan [gedaagde] in 2018 viel.
5.De beslissing
4 juni 2025voor het opgeven door [gedaagde] van de getuigen en van hun respectieve verhinderdagen, alsmede de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de dinsdagen in de maanden juli tot en met oktober 2025, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
maar alleen indien [gedaagde] daarom op de onder 5.3. bedoelde roldatum heeft verzocht,naar de zesde rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor het nemen van een conclusie na niet gehouden getuigenverhoor aan de zijde van [gedaagde] , waarbij deze desgewenst ook het bewijs schriftelijk kan leveren,