ECLI:NL:RBGEL:2025:3947

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 mei 2025
Publicatiedatum
20 mei 2025
Zaaknummer
C\05\450928 KG RK 25-374
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens mogelijke belangenverstrengeling

In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Gelderland een verzoek tot verschoning ingediend omdat tijdens de voorbereiding van de mondelinge behandeling het vermoeden ontstond dat een van de procespartijen cliënt is van een persoon waarmee de rechter een professionele relatie heeft. Na verificatie bleek dit vermoeden juist, waardoor de rechter zich niet vrij voelde om de zaak te behandelen.

De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de subjectieve en objectieve toets voor rechterlijke onpartijdigheid. Hoewel de rechter zelf niet meende onpartijdig te zijn, was er ook geen aanwijzing voor daadwerkelijke vooringenomenheid. Echter, rekening houdend met de uiterlijke schijn en het feit dat de rechter zich niet vrij voelde, achtte de kamer het verzoek gegrond.

De kamer besloot het verzoek tot verschoning toe te wijzen en bepaalde dat een andere rechter zal worden aangewezen om de zaak te behandelen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2025 door de voorzitter en leden van de verschoningskamer.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en een andere rechter zal worden aangewezen.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Verschoningskamer
zaaknummer: C/05/450928 / KG RK 25-374
Beslissing van 1 mei 2025
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mr. M.C. van der Mei,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.
in haar hoedanigheid van rechter in de zaak met zaaknummer 437424 HA ZA 24-325 tussen [partij 1] , [partij 2] en [partij 3] tegen [partij 4] [partij 5] en [partij 6] .

1.De procedure

De rechter heeft op 29 april 2025 een verschoningsverzoek ingediend. Een afschrift van het verzoek zal tegelijk met het afschrift van deze beslissing aan de partijen worden verzonden.

2.Het verschoningsverzoek

De rechter heeft aan haar verschoningsverzoek ten grondslag gelegd – kort gezegd – dat bij haar bij de voorbereiding van de mondelinge behandeling van de zaak het vermoeden is ontstaan dat een van de procespartijen een cliënt is van [… 1] , die werkzaam is als [… 2] . Concreet is dit vermoeden ontstaan tijdens het lezen van de producties. Bij navraag aan [… 1] bleek dit vermoeden juist te zijn, zodat de rechter zich niet vrij voelt staan om deze zaak te behandelen.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elk van de rechters die een zaak behandelen verzoeken zich te mogen verschonen.
3.2.
Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning, te weten als de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn. Het subjectieve oordeel van een partij is niet doorslaggevend (de objectieve toets).
3.3.
De verschoningskamer stelt voorop dat de rechter niet heeft aangevoerd dat zij van oordeel is dat zij door de voor verschoning aangevoerde grond de zaak niet meer onpartijdig zou kunnen behandelen. De verschoningskamer ziet daar ook geen aanwijzingen voor.
3.4.
Uit het verschoningsverzoek blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechter zich niet vrij voelt om de zaak te behandelen.
De verschoningskamer ziet hierin, rekening houdend met de eerder genoemde uiterlijke schijn, een grond voor verschoning. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen.

4.De beslissing

De verschoningskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van mr. M.C. van der Mei toe, en verstaat dat in de zaak een andere rechter zal worden aangewezen.
Deze beslissing is gegeven door mr. S.J. Peerdeman, voorzitter, mr. L.M. Vogel en mr. A.F. Germs-de Goede, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.