Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
(bijlagen).
PM. +
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een verzet tegen een verstekvonnis waarbij gedaagden een vordering hadden ingesteld tot betaling van een bedrag voor meerwerk bij dakrenovatie. Gedaagden stelden dat het meerwerk onterecht was en dat er sprake was van dwaling en onverschuldigde betaling. Tevens werd immateriële schade wegens koolmonoxidevergiftiging gevorderd.
De kantonrechter oordeelde dat het beroep op dwaling faalt omdat gedaagde 1 niet concreet heeft gesteld welke onjuiste inlichting tot dwaling heeft geleid en onvoldoende bewijs heeft geleverd dat het houtbeschot niet verrot was. Ook het beroep op ontbinding faalt wegens gebrek aan bewijs van tekortkoming en verzuim van eiser.
De vordering tot immateriële schadevergoeding wordt afgewezen omdat onvoldoende is gebleken van een causaal verband tussen de werkzaamheden en de vermeende koolmonoxidevergiftiging, noch van psychische schade. Het verzet is tijdig ingesteld en het verstekvonnis wordt vernietigd. De vorderingen van gedaagden worden afgewezen en zij worden veroordeeld tot terugbetaling van hetgeen zij ingevolge het verstekvonnis aan eiser hebben betaald. Gedaagden worden tevens in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd, de vorderingen van gedaagden worden afgewezen en zij worden veroordeeld tot terugbetaling van betaalde bedragen.