Eiser is eigenaar van een bedrijfsruimte die aan een vennootschap (bedrijf 1) is verhuurd. De vennootschap startte verbouwwerkzaamheden, maar werd failliet verklaard voordat deze waren afgerond. De bedrijfsruimte werd in onverhuurbare staat opgeleverd, waarna eiser schadevergoeding vorderde van de indirect bestuurder van bedrijf 1.
De rechtbank stelt vast dat de vennootschap tekort is geschoten in haar verplichtingen, maar dat persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder alleen geldt bij een ernstig persoonlijk verwijt. Uit het dossier blijkt dat de bestuurder niet wist of behoorde te begrijpen dat de verbouwing niet binnen redelijke termijn zou worden afgerond en dat hij geen betalingsonwil heeft getoond.
De financiële verslechtering van bedrijf 1 werd veroorzaakt door marktontwikkelingen en het vertrek van personeel, niet door het handelen van de bestuurder. De vorderingen worden daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
De uitspraak bevestigt de hoge drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid bij wanprestatie van een vennootschap en benadrukt het belang van concrete bewijsvoering van persoonlijk ernstig verwijt.