Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[eiseres 1] ,
2.
[eiseres 2],
1.De procedure
2.De feiten
[…]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Op 3 februari 1975 stelde de erflaatster een testament op waarin zij [gedaagde] benoemde tot haar enige erfgenaam, met wie zij destijds een relatie had en voornemens was te trouwen. Deze relatie eindigde echter omstreeks 1981/1982 en sindsdien hadden zij geen contact meer.
De eisers, nichten van de erflaatster, vorderden dat het testament geen betekenis meer heeft voor de vererving van de nalatenschap en dat het versterferfrecht van toepassing is. Tevens vorderden zij dat [gedaagde] de onroerende zaak en andere vermogensbestanddelen die hij mogelijk heeft toegeëigend, teruglevert aan de nalatenschap.
De rechtbank oordeelde dat het testament alleen gold voor de situatie waarin de erflaatster en [gedaagde] voornemens waren te trouwen en niet voor de situatie na beëindiging van de relatie en langdurig contactverlies. Daarom komt aan het testament geen betekenis toe en geldt het versterferfrecht, waardoor de eisers als erfgenamen worden aangemerkt. [gedaagde] wordt veroordeeld tot teruglevering van de nalatenschap en betaling van een dwangsom bij niet-naleving. Tevens worden de proceskosten aan [gedaagde] opgelegd.
Uitkomst: Het testament uit 1975 heeft geen betekenis meer, het versterferfrecht is van toepassing en [gedaagde] moet de nalatenschap terugleveren binnen tien dagen.